Archief
Artikelen

De veroordeling van dhr. Baybasin tot levenslang in 2002 door het Hof Den Bosch werd in 2003 door de Hoge Raad bevestigd. Het bewijs hangt echter aan elkaar van vervalste en/of fout vertaalde telefoontaps. Dat werd reeds in 2002 door de verdediging aangevoerd, maar het is sinds 2008 een feit van algemene bekendheid. Er is met die telefoontaps gezwendeld! Deze gerechtelijke zwendel wordt klaarblijkelijk gesteund door mr. Aben. In zijn onderzoek naar de zaak heeft hij alle valide argumenten van de verdediging terzijde geschoven en vastgehouden aan het bedrog. Dit blijkt duidelijk uit de appendix bij het antwoord van mr. Adèle van der Plas.

Deze appendix telt 106 pagina’s en begint met een leeswijzer van 4 pagina’s. Deze korte inleiding is voor iedereen leesbaar! Dhr. Baybasin is veroordeeld voor 5 delicten: (1) het geven van opdracht voor de moord op Öge, (2) de smokkel van 2 of 4 kilo heroïne, (3) het aanzetten tot een moord in Kentucky, (4) de gijzeling van Mehmet Celik in Amsterdam en (5) het geven van opdracht voor moord op Marsil. In de arresten van Hof en HR staat ook nog (6): het leiding geven aan een criminele organisatie. Dit alles leidde tot het vonnis levenslang. Maar als 1 t/m 5 niet waar zijn, dan is 6 natuurlijk onzin! In de leeswijzer is (6) dan ook de samenwerking tussen Turkije en Nederland om dhr. Baybasin vals te beschuldigen. Mr. Adèle zegt op p. 5:

Saillant is de samenwerking tussen de Nederlandse politie c.q. OM en de Turkse politie c.q. OM. Het is een samenwerking in bedrog.

Niet dhr. Baybasin, maar Justitie blijkt leiding te geven aan een criminele organisatie! Op de laatste 3 pagina’s van de Appendix wordt dat nogmaals toegelicht, wellicht ten overvloede, want de Appendix geeft talloze voorbeelden van deze gerechtelijke zwendel, dit weloverwogen en opzettelijke bedrog. Dat dit in Nederland mogelijk is, maakt dat we niet in een rechtsstaat leven, al probeert mr. Aben de schone schijn op te houden. In zijn boek Onschuldig Vast heeft professor Ton Derksen een schatting gemaakt van het aantal onterechte veroordelingen in ons land: tussen 5 en 15 % van de gevangenen zijn onschuldig, zeg maar ongeveer 1 op de 10!

Officieel werd de telefoon van dhr. Baybasin getapt van 5 oktober 1997 tot 27 maart 1998, maar sommige gesprekken, of flarden van gesprekken, blijken van veel eerdere datum. Oude gesprekken uit 1991 of 1992 (toen dhr. Baybasin in Istanboel ondergedoken zat) zijn ingevoegd en voorzien van een datum uit de officiële tap-periode. De Appendix gaat dan eerst over de manier waarop de “deskundige” Bas van den Heuvel “aantoonde” dat dit onmogelijk was, met een mislukt experiment waaraan het belangrijkste element (de AMS) ontbrak. Het lukte de geluidsdeskundige Hans van de Ven daarom niet om een tap te manipuleren, waaruit mr. Aben concludeerde dat dit derhalve onmogelijk was. Er vanuit gaande dat mr. Aben niet dom is, blijkt dat hij willens en wetens meedoet aan deze zwendel.

Op p. 7 van de Appendix gaat het over de moord op Öge, die op 9 november 1997 in zijn theetuin werd vermoord. Dhr. Baybasin zou voor deze moord opdracht hebben gegeven aan Yavuz Yavuztürk, wat moet blijken uit een telefoontje van Yavuz aan dhr. Baybasin “kort na de moord”. Inmiddels is al jaren bekend dat Yavuz Yavuztürk is vrijgesproken, hij had niets te maken met de moord op Öge. Toch blijft dhr. Aben volhouden dat dhr. Baybasin opdracht voor deze moord gaf aan Yavuz! Alle logica is dan wel zoek. Dat telefoontje van Yavuz is fout vertaald en in de Appendix wordt dit in detail uitgelegd. Yavus zegt geen “tuin”, maar “buidel” of “knapzak”, wat een codewoord is voor “vluchteling”. Mr. Aben beroept zich dan op vijf (!) vertalers die zeggen “tuin”: drie taptolken in eerste aanleg, de RC-tolk en de door hemzelf aangetrokken herzieningstolk. De verdediging beroept zich op de Koerdische linguïst Baran Rizgar. Mr. Aben concludeert: meeste stemmen tellen, het is dus “tuin”. Mr. Adèle blijft altijd correct, ze noemt dit “onbegrip”. Pagina 16:

Het gaat hier niet om neuzen tellen, waartoe de AG zijn toevlucht neemt: drie taptolken, de RC-tolk en de herzieningstolk tegenover slechts één Rizgar. We hebben al gezien dat de herzieningstolk geen kennis had van de relevante dialecten. We hebben geen reden om te denken dat zulks bij de andere tolken anders is. We hebben ook al gezien dat de herzieningstolk, evenals de taptolken, het sterk ontlastende goedenacht heeft vertaald met goedenavond. We zullen meer gevallen van onbegrip aantreffen.

Zelf noem ik dit geen onbegrip, maar onwil om de feiten te benoemen. Volgens mr. Aben zeggen vier vertalers dat Yavuz zoiets zegt als “dinges in de tuin is geklaard”. Daaruit volgt volgens mr. Aben dat dhr. Baybasin opdracht tot moord heeft gegeven. De moord in de theetuin is niet door Yavuz gepleegd. Hoe uit deze woorden een opdracht tot moord kan worden gedestilleerd, is dan ook een raadsel. Zelfs als er “tuin” zou zijn gezegd (en uit de context volgt van niet!), dan kan het (in november) ook betekenen: “de moestuin is omgespit” of iets dergelijks. Voor mr. Aben betekent “tuin” echter “theetuin”, want daar is een moord gepleegd. Mr. Adèle zegt op p. 21-22:

De Conclusie van de AG gaat er dus weer van uit dat in A-1-1 over een moord wordt gepraat. Voor die vooronderstelling hebben we tot nu toe geen enkele reden gevonden. Uitgaande van de moord is er iets voor zijn interpretatie te zeggen. Maar de AG moet argumenteren, en niet een moord vooronderstellen. Deze vorm van “argumenteren” zijn we al eerder tegengekomen, en we zullen deze vorm nog vaker tegenkomen. De AG benut hier ook weer een niet-letterlijke interpretatie; een geregeld onderdeel van zijn betoog wanneer hij van ontlastend bewijs materiaal af wil komen.

Op p. 27 staat een korte conclusie van de zaak Öge. Op p. 28 begint de heroïnezaak, de smokkel van 40 kilo heroïne door Nuri Korkut (Turk) en Ilie Priescu (Roemeen). Zij zijn in Turkije opgepakt met die heroïne en gemarteld, waarbij ze een verklaring moesten tekenen dat de drugsdeal was geregeld door dhr. Baybasin. Priescu spreekt nauwelijks Turks en er was geen tolk, hij wist niet wat hij ondertekende. Hij spreekt wel wat Nederlands, want hij heeft 6 jaar in Nederland gewoond. Eind 1999 is hij verhoord door de toenmalige RC in de zaak Baybasin (Kees Sterk, die nog voor de zaak voor de rechtbank kwam, werd vervangen en nu raadslid bij de HR is). Ilie Priescu verklaarde dat hij dhr. Baybasin niet kent. Ook Nuri Korkut werd verhoord en hij zegt: “Als Baybasin mij oom Nuri noemt, dan was dat geen gesprek met mij.” Dhr. Baybasin verklaarde dat hij geen van beide mannen kent.

Als dhr. Baybasin belt met “Priescu”, dan noemt hij hem Adri, in plaats van Ilie. Belt hij met “Korkut”, dan noemt hij hem Renez en geen Nuri. Er komt ook een zekere Josh aan te pas en volgens het OM moet dat de beruchte Joegoslavische crimineel Sreten Jocic zijn. Deze zou de baas zijn van Priescu, maar Priescu zegt zelf dat hij de opdracht kreeg van Boban Bekirovic. Dat is weliswaar ook een Joegoslavische crimineel, maar daarmee houdt elke gelijkenis op. Dit alles klink uiterst verward, maar uit de analyse in de Appendix blijkt dat deze hele zaak nep is! De “Priescu” en “Korkut” waarmee dhr. Baybasin belt, zijn niet Priescu en Korkut. Ook blijkt dat er vergaand is samengewerkt met de Turkse politie. Het bewijs dat dhr. Baybasin deze twee heroïnehandelaren kende en aanstuurde, is in Turkije in elkaar geknutseld. Ook hier weigert mr. Aben om de bewijzen serieus te nemen.

Van p. 53 tot 85 gaat het over de Moord in Kentucky. Deze moord op Kamyar Mahboub is nooit gepleegd, er is zelfs geen minimale poging ondernomen. Het “harde bewijs” zit in het beruchte zinnetje: “To make him call”, gesproken door de Israëlische militair in ruste Meir, dat eerst werd vertaald met “hem koud maken”. Al in 2002 werd bij het Hof over deze foute vertaling geklaagd, waarop het Hof besloot dat Meir eigenlijk bedoelde: “to make him a call”. Dat zou betekenen dat Meir een bezoekje moest brengen aan Kamyar, uiteraard om hem te vermoorden, want Barbertje Baybasin is immers een moordenaar!

De HR, in de personen van W.J.M. Davids als voorzitter en de raadsheren W.A.M. van Schendel en J.W. Ilsink, ging daar in 2003 in mee! Mr. Aben ziet ook al geen reden om dit schrijnende gebrek aan elementaire logica te herzien. Die eigenlijke bedoeling zou volgens hem logisch volgen uit het feit dat Meir slecht Engels sprak. Het toevoegen van een “eigenlijke bedoeling” aan de letterlijke tekst van wat wordt gezegd is trouwens op vele plaatsen het geval! Als het gaat over de koop of verkoop van een auto (dhr. Baybasin handelde in dure 2e hands auto’s!) dan zou dat code zijn: auto = Kamyar, kopen = vermoorden, verkopen = vermoorden, meer auto’s kopen = massamoord!

Uit de Appendix blijkt dat ook deze zaak bol staat van fraude met taps, vertalings-ellende en zelfs een fantoomnummer waarop Meir met succes zou zijn gebeld, terwijl dat nummer toen niet in gebruik was. Een tussenconclusie staat op p. 73 en een conclusie op p. 85. Op p. 80 staat een alinea, met vet door mij geplaatst, omdat het OM iets deed om het vooral ECHT te laten lijken:

…, ondanks een grote professionele bescherming die Kamyar aangeboden heeft gekregen omdat het Nederlandse Openbare Ministerie de FBI heeft gewaarschuwd, is er nooit een verdacht iemand in de buurt gesignaleerd, terwijl toch volgens de code de drie mannen dagelijks op zoek waren naar Kamyar en hem (code = de auto) een aantal keren van dichtbij hebben gezien.

Op p. 85 begint de gijzeling van Mehmet Celik, alias Haci Hassan, in november 1997 in Amsterdam. Er blijkt wel een Mehmet Celik te bestaan, maar waar Baybasin en ‘Saritas’ over Mehmet Çelik spreken, spreken ze over de Mehmet Çelik van het autobedrijf Çifkurtlar. (Appendix p. 92) Zij doen dat echter niet in 1997, maar in 1991 of 1992. Ook hier dus weer gerechtelijke zwendel, fraude en bedrog! Op p. 86 staat, waarbij het vet door mij is geplaatst:

De verdediging kreeg de tap van dit gesprek pas zeer kort voor het sluiten van de termijn, om een andere reden. Een vertaling leidde tot de ontdekking van de Turkse origine van de tap. Zo voerde het krijgen van een willekeurige tap als bijvangst tot de ontdekking van een levensgrote anomalie: het gesprek was niet uit 1997 zoals het dossier aangaf, maar uit 1991/92. Deze ontdekking geeft wel weer wat we voortdurend ervaren: duik je ergens in, dan stinkt het.

Een terzijde: Bedenk dat de verdediging tot april 2015 überhaupt geen authentieke taps had gekregen. Bedenk dat ze toen slechts een hele kleine fractie van alle taps heeft ontvangen. Bedenk dat er voor de vertaling van de Koerdische en Turkse gesprekken voor de verdediging geen fondsen waren.

Vanaf p. 92 gaat het over de opdracht om Marsil te vermoorden. Deze Mehmet Marsil is samen met Mehmet Malcoc op zoek naar dhr. Baybasin. Zij weten niet waar deze woont en wenden zich daarom tot Ilhan Metin, een vriend van dhr. Baybasin, die in Amsterdam verblijft. Marsil doet zich voor als een bekende van een oudere Koerd voor wie dhr. Baybasin respect heeft. Hij heeft geldgebrek en hoopt dat dhr. Baybasin, hem aan werk zou kunnen helpen. Mede gezien zijn referentie, is dhr. Baybasin hem die vriendendienst schuldig. Metin vertrouwt het niet, hij vermoedt dat het Grijze Wolven zijn, met de opdracht om dhr. Baybasin te vermoorden. Deze prijkt immers hoog op een Turkse dodenlijst! Hij belt een aantal malen met dhr. Baybasin en hij neemt Marsil en Malcoc mee naar een koffiehuis waar hij hen kan fouilleren. Dit staat beschreven in Onterecht Levenslang, p. 149 e.v.

In de telefoontjes met Metin zegt dhr Baybasin herhaaldelijk: “Bira biqede”, wat wordt vertaald met: “Je moet het klaren!” Omdat Barbertje Baybasin een moordenaar is, “betekent” dat uiteraard: “Je moet hem liquideren.” In de Appendix wordt uitgelegd, dat “Bira biqede” nooit op die manier kan worden vertaald. Biqede is de gebiedende wijs van quedîn. Dat werkwoord is intransitief of onovergankelijk, waaruit volgt dat er geen lijdend voorwerp aan kan worden gekoppeld. “Bira biqede” betekent: “Ik wil dat het stopt” of “Ik wil dat je stopt” of “Stop alsjeblieft”. Besef ook dat Marsil en Malcoc geen haar is gekrenkt.

Deze Appendix van iets meer dan 100 pagina’s laat weinig ruimte voor twijfel aan de onterechte veroordeling van dhr. Baybasin. Er is in deze zaak voortdurend bedrogen en gezwendeld. Dit was eigenlijk al duidelijk in 2003, toen de zaak in cassatie werd voorgelegd aan de Hoge Raad, maar de AG, Mr. Machielse, heeft in zijn conclusie ook toen alle bezwaren onder het hoogpolige tapijt geveegd. Dit impliceert schuld van zowel het OM als van de raadsheren die dit bedrog ook toen al hadden kunnen doorzien! In 2017 doet mr. Aben weer precies hetzelfde, maar wij struikelen over de bulten die niet glad gestreken kunnen worden. Na al die jaren is het bedrog een feit van algemene bekendheid: dit is geen dwaling, maar gerechtelijke zwendel! Moge de Hoge Raad daar spoedig een einde aan maken.

FREE mr. BAYBASIN NOW

Share and Enjoy:
  • NuJIJ
  • Twitter
  • Facebook
  • Hyves
  • RSS
  • email

10 Reacties op “Mr. Aben en de gerechtelijke dwaling zwendel”

Laat een reactie achter

Recente reacties