Archief
Artikelen

Toen Baybasin in 1998 werd gearresteerd, was zijn strafzaak in Breda nogal onopvallend. Een Koerdische asielzoeker die wordt beschuldigd van drugshandel en criminele organisatie valt tussen alle draaideurcriminelen niet op. Maar Baybasin, die werd beschuldigd van een reeks van misdaden waar hij geen weet van had, ging in hoger beroep en daarvoor bestond een goede grond! Hij was namelijk veroordeeld op uitsluitend telefoontaps.

In elk scenario, hoe zorgvuldig ook, gaat er wel iets mis en dan moet men improviseren. In de zaak Vaatstra was het volgens mij het kleine feit dat Marianne niet op de fiets was, waarop men een fiets moest improviseren. In de zaak Baybasin was het een neef van Baybasin die weigerde om tegen zijn oom een valse getuigenis af te leggen. Het resultaat was dat Baybasin werd veroordeeld met als enig bewijs telefoontaps! Dit kleine feit maakte dat de zaak Baybasin opeens de aandacht trok.

In de zaak Vaatstra kan DNA kan slechts dienen als aanvullend bewijs, daarom had het OM die bekentenis van dhr. Steringa zo dringend nodig. Ten tijde van de zaak Baybasin werden telefoontaps ook nog beschouwd als aanvullend bewijs, dus zonder die valse bekentenis van zijn neef kon men Baybasin eigenlijk niet veroordelen. Maar deze neef, die door een politie-infiltrant telefonisch was overgehaald tot de smokkel van een kilo heroïne van België naar Nederland, weigerde om zijn oom vals te beschuldigen van medeplegen en georganiseerde drugssmokkel. Daarom kreeg hij 10 jaar voor die kilo, terwijl hij anders waarschijnlijk was vrijgelaten.

In februari 2001 werd Baybasin door de rechtbank van Breda veroordeeld tot 20 jaar, uitsluitend op grond van telefoontaps. Nog voor zijn hoger beroep diende, schreef de Groene Amsterdammer in juni 2002 een artikel over deze duistere afluisterzaak. Het hoger beroep diende op 30 juli 2002 in Den Bosch, maar hoewel het volgens het Hof technisch mogelijk bleek om telefoontaps te manipuleren, achtte het Hof het niet aannemelijk dat dit ook werkelijk was gebeurd. Toch werd het vonnis van Breda door het Hof herzien: Baybasin kreeg levenslang!

Die uitspraak wekte beroering: levenslang op grond van alleen maar taps! In augustus 2002 stond in de Volkskrant een artikel over een mogelijke fraude bij telefoontaps. In oktober zond de Humanistische Omroep een radioreportage uit over de zaak Baybasin. De EO wijdde in november een radioreportage aan het Israëlische afluister­systeem in Nederland. En op de voorpagina van de Trouw stond in november 2002:

“Er zijn sterke aanwijzingen dat de Israëlische geheime dienst in staat is tapkamers van de Nederlandse inlichtingendiensten en de politie af te luisteren.”

In februari 2003 volgde Zembla, met een gedegen uitzending waarin ook de telefoontaps van Baybasin werden onderzocht. Er ware talloze aanwijzingen van manipulatie van die geluidsbanden! De geluidsdeskundige die aan deze uitzending had meegewerkt, kreeg daarna opeens geen opdrachten meer. Zembla schreef daarop in een soort rectificatie:

…dat de Israëlische leverancier Comverse in de meeste Nederlandse tapkamers een systeem heeft gebouwd waarop de Nederlandse politie, justitie en dus ook de rechtbanken geen enkele controle of toezicht kunnen houden.

Omdat Comverse inmiddels ook in de VS onder vuur lag, veranderde de naam van het bedrijf in Verint, maar verder bleef alles hetzelfde. Het blijkt dat er in Nederland massaal wordt afgeluisterd, met apparatuur waartoe onze justitie geen toegang heeft, maar Israël wel!

Zembla: Betrouwbaarheid telefoontaps in het geding duurt 38 minuten.

Ook in cassatie stelde Baybasin dat die taps waren vervalst. Het NFI, in de persoon van getuige deskundige drs. A.P.A. Broeders, had echter verklaard dat hem uit een auditief onderzoek was gebleken dit niet zo was. Op 21 oktober 2003 bevestigde de Hoge Raad het vonnis van het Hof den Bosch aldus:

Dat Nederland geen controle zou hebben over het functioneren van de tapkamers doordat er in Nederland geen kennis bestaat van de uit Israël afkomstige software is, voorzover dit al juist zou zijn, onvoldoende om aan te nemen dat er met telefoontaps is gemanipuleerd.

In de jaren die daarop volgden, leek het stil rond Baybasin, die niet was opgesloten in een normale gevangenis, maar in de EBI in Vught. Zijn advocate, mr. Adèle van der Plas, heeft tot het Hof van Luxemburg moeten procederen om hem daaruit te krijgen (EUROPEES HOF VOOR DE RECHTEN VAN DE MENS 6 juli 2006, nr. 13600/02). In 2007 deed Baybasin opnieuw van zich spreken, toen hij aangifte deed tegen een aantal mensen van de Nederlandse justitie, waaronder de SG van het ministerie, mr. Joris Demmink, wegens chantabele pedofilie, criminele organisatie, vrijheidsberoving en zo voort! Daarover morgen meer. Intussen was in Turkije de politieke wind gedraaid. Door het onderzoek naar het Susurluk ongeval leed de partij van mevrouw Ciller in 2002 immers een zware verkiezingsnederlaag. Bij dat onderzoek was ook informatie vrijgekomen die er op wees dat Baybasin het slachtoffer was van een nep-proces met valse bewijzen. Men noemt dat het Aanvullend Rapport, waarover ook later meer.

Volgens Zembla in 2003 waren die taps vervalst, maar Broeders van het NFI zei van niet. In dat geval heeft men recht op een contra-expertise. Ook in de zaak Vaatstra zou een onafhankelijk onderzoek naar het DNA voor de hand liggen. Het originele sperma-monster wordt bewaard in de vrieskast van het NFI, dat deel uitmaakt van het OM. De uitzending van Zembla in 2003 was echter gebaseerd op een kopie van de telefoontaps. De originelen lagen in de kluis en het OM was niet bereid om ze af te staan! Het is nog maar de vraag of het OM in de zaak Vaatstra wel vrijwillig zal meewerken aan een onafhankelijk onderzoek. Alleen al daarom is de zaak Baybasin belangrijk!

Intussen had een politiecommissaris uit Turkije in 2007 openlijk toegegeven dat hij die taps had vervalst! In 2008 diende hij zelfs een verzoek in bij de toegangscommissie van de Commissie Evaluatie Afgesloten Strafzaken (TCEAS). Vervolgens werd er door de TCEAS een
vergelijkend onderzoek toegestaan naar twee identieke kopieën van de taps, door twee verschillende bureaus: een gekozen door het OM en een door Baybasin. Het kopiëren van die taps bleek echter een knoeiboel en de originelen kreeg men niet in handen! De twee kopieën zouden hetzelfde moeten zijn, maar het bureau van Baybasin vroeg om een betere verzie. Daaruit bleek de manipulatie overduidelijk. Het bureau van het OM had echter slechts onderzoek verricht op die verknoeide kopie en kon daarom niets concluderen!

De commissie Buruma verklaarde in februari 2011 weliswaar dat die taps niet gemanipuleerd waren, maar verwees de zaak toch door naar de Hoge Raad. Deze verklaarde het herzieningsverzoek van Baybasin daarop ontvankelijk. De Hoger Raad zal dus moeten oordelen in deze zaak.

In september 2012 verscheen de conclusie van de Procureur Generaal. Daarin werd o.a. gesteld dat er nooit onderzoek was gedaan naar de originele telefoontaps. De Hoge Raad verklaarde daarop dat de Advocaat Generaal zelfstandig tot zo’n onderzoek kon overgaan. Het verzoek van Baybasin tot opschorting van zijn straf werd daarbij niet gehonoreerd. Terwijl het OM die originele taps wel zeer grondig “onderzoekt”, zit Baybasin nog altijd vast, hoewel het een feit van algemene bekendheid genoemd mag worden dat Baybasin werd veroordeeld op grond van vervalste taps!

Uit de zaak Baybasin blijkt overduidelijk dat men in Nederland kan worden veroordeeld, zelfs tot levenslang, op grond van volledig vervalst bewijs. Dat geldt niet alleen voor Baybasin, maar het blijkt bij voorbeeld ook uit de zaak Hörchner. Deze succesvolle zakenman, eigenaar van een florerend textielbedrijf, wilde zijn bedrijf verplaatsten naar Polen. Zijn vrijwel lege bedrijfshal werd eind 1999 gekraakt door een XTC-bende die tijdelijk onderdak zocht. Volgens het OM had Hörchner deze hal aan de XTC-bende verhuurd en ook hier was het bewijs een telefoontap. Hoewel Hörchner in 2002 werd vrijgesproken, was zijn bedrijf toen reeds beëindigd wegens gebrek aan opdrachten.

Hoewel zijn zaak verder niets te maken had met de zaak Baybasin, deed ook Hörchner alle mogelijke moeite om de originele tap boven water te krijgen, maar steeds tevergeefs. Pas in 2007 is hem dat gelukt, dank zij vrienden en een list. Op dat moment kwam er opeens een EAB uit Polen, waarop Hörchner tien maanden lang onschuldig in een Poolse gevangenis zat weg te rotten. Om dit onrecht goed te praten, werd PR de Vries ingeschakeld. Dat het ook in deze zaak om vervalste bewijzen gaat, staat inmiddels vast, maar Hörchner vecht nog steeds voor zijn recht op schadevergoeding.

Deze corruptie overkwam ook Ernest Louwes, eerst met dat mes en die geurhonden, vervolgens met dat DNA op de blouse van de weduwe. En nu overkomt het Jasper Steringa, die dank zij de misdaad-show van PR de Vries beschikte over voldoende “daderkennis” om een “volledige bekentenis” af te leggen. Als justitie ontaardt in willekeur, dan kan werkelijk iedereen het slachtoffer worden.

Baybasin zit nu al 15 jaar vast op grond van fraude van het OM en Justitie. Die telefoontaps zijn vervalst, maar als de Hoge Raad dat zou vaststellen, dan volgt er wellicht een reeks van herzieningszaken! Dat gebeurde immers ook toen de geurhonden door de mand vielen. Alle mensen die sinds het arrest van de HR tegen Baybasin zijn veroordeeld op grond van telefoontaps, kunnen dan een herziening aanvragen. Het is begrijpelijk dat men aarzelt met die uitspraak, maar dat is geen reden om Baybasin nog langer gevangen te houden!

In de zaak Baybasin speelt nog veel meer, daarover morgen meer! Want Baybasin vecht weliswaar voor zijn vrijheid, maar hij vecht eveneens voor een rechtsstaat waarin deze corruptie niet voorkomt. Mocht u dit reeds hebben begrepen, stuur hem dan een kaart als protest tegen dit onrecht!

Share and Enjoy:
  • NuJIJ
  • Twitter
  • Facebook
  • Hyves
  • RSS
  • email

7 Reacties op “Baybasin en de vervalste telefoontaps”

  • P.S.M. Welbergen:

    Het is allemaal nog veel erger dan U denkt.
    N. Burhoven Jaspers
    Wat men noemt een vooruitziende blik.

  • Fantastich artikel!
    Deze zaak is ook een belangrijk en onderschat front in de strijd tegen Joris Demmink die de komende weken/maanden naar een climax gaat. Er komen nieuwe hoorzittingen in de VS en ook binnen Europa laat men niet los. De reputatie van Nederland heeft nu al grote schade opgelopen. Ook de strafzaken tegen mij vormen een front tegen Demmink. Dat zijn al vier fronten!
    Zoals uit dit stuk blijkt, staat het nu vast dat Justitie onder Demmink de kluit decennia lang heeft belazerd. Een belangrijk hulpmiddel daarbij was Peter R. de Vries. Ook hij is nu exposed. DE tsunami van waarheid en feiten is niet meer te stoppen! Des te meer respect voor Baybasin die mischien van iedereen wel de hoogste tol heeft betaald aan de perverse Demmink-justitie.

  • yvonne:

    Helemaal mee eens!

  • mr. drs. Bou:

    Gisteren heeft de AG een negatief advies uitgebracht, waarop de HR besliste dat Baybasin moet blijven zitten. Nu wil de AG eerst de getuigen horen!

    Stuur Baybasin een kaart! Hij kan wel wat steun gebruiken!

  • Heldere, logische, samenvattende analyse, gebaseerde op de feiten in de Baybasin zaak.
    Het belang van deze samenvattende analyse nu zit hem vooral in de consequenties voor de rechtspraak in Nederland.

    Ik waag een poging om in de hoofden van de nu bij justitie werkende toplaag van beslissers te kruipen om hun logische denkwijze in deze Baybasin zaak te verhelderen.
    Ik wil twee van de mogelijke denkwijzen naast elkaar zetten. Op basis van de eerste denkwijze heeft justitie tot nu toe beleidsbeslissingen genomen in de zaak Baybasin. Hopelijk is nu het moment daar voor justitie om in de Baybasin zaak te kiezen voor de tweede denkwijze. Beter laat dan nooit.

    Uit de eerste denkwijze vloeien korte termijn beslissingen voort op basis van collectief groepsbelang. Dat collectief groepsbelang in deze situaties is gebaseerd op (vermeende) zelfbeschermende instinctieve en impulsief opgeroepen angsten en persoonlijk egoïsme van de groep justitiële beslissers in deze zaak en in het algemeen.
    Op basis van collectieve belangenverstrengeling vormt die justitiële groep beslissers op allerlei niveaus en allerlei manieren een eenheid in deze zaak. Die collectieve belangverstrengeling is bijna nooit expliciet uitgesproken of openbaar, maar in dit soort zaken bijna altijd onuitgesproken impliciet. Praktisch vertaald leidt dit “ons kent ons “, ” old boys netwerk mechanisme” principe tot het uitvoeren van het niet bekende- geheime – deel van iedere dubbele agenda van elke belanghebbende justitiële beslisser in deze zaak.
    De collectieve groepsbeslissing inzake justitieel beleid op basis van deze eerste denkwijze is dat die beslissing is gebaseerd op basis van een niet officieel uitgesproken, stilzwijgende, door elk van de betrokken groep beslissers individueel geaccepteerde overeenkomst waarin met elke dubbele agenda van elk van de beslissers voldoende rekening wordt gehouden, vanuit het oogpunt van elk van die beslisser individueel gezien.
    Een aanvullende kanttekening bij de eerste denkwijze is dat niet elk van de beslissers bekend hoeft te zijn met de dubbele agenda van iedere andere individuele beslisser in dit proces, om toch een onderdeel van een beslissing op basis van die eerste denkwijze te zijn.
    Praktisch vertaald naar bijvoorbeeld de Baybasin zaak hoeft (wil, mag?) een NL officier van justitie binnen een van die procedures niet eens (te) weten wat het oorspronkelijk persoonlijke onuitgesproken motief is van de Turkse ambtenaar die de tel-tap-tapes in de Baybasin zaak heeft vervalst.
    Vanuit deze eerste denkwijze gezien zijn de gevolgen van het uitkomen van de dubbele agenda voor elk van de betrokken justitiële beleidsbeslissers persoonlijk in deze zaak zeer schadelijk. Hun diepste instincten, oerangsten worden opgeroepen bij die gedachte alleen al.
    Vanuit de eerste denkwijze zullen deze betrokken justitiële beleidsbeslissers persoonlijk tot alles in staat zijn om te voorkomen dat er fouten, leugens, bewijsmanipulatie en het verzwijgen van feiten in bijv. deze Baybasin zaak aan het licht komen.
    Iedere lezer vult voor zichzelf wel in wat dat “tot alles instaat zijn” inhoudt.

    De motieven van de beslissers in deze eerste denkwijze.
    Wie kan zich niet herkennen in de motieven van de beslissers in de eerste denkwijze? Hoe kun je, zul je, zelf onder stress reageren in een vergelijkbare situatie? Wie weet dat? Ik in ieder geval niet op voorhand.
    Daarmee praat echter niemand uiteindelijk ooit iets goed van het onnoemelijk leed dat de uitvoering van die foute justitiële beslissingen heeft veroorzaakt voor bijvoorbeeld mensen Baybasin, Bos, Hörchner, Louwes, Post, de Berk, de twee van Putten, de zes van Breda, etc..
    Dat onnoemelijk leed is het uiteindelijke gevolg van justitiële beleidsbeslissingen die op basis van de eerste denkwijze zijn genomen.
    Bovenstaande motieven kunnen nooit voldoende rechtvaardiging zijn voor het levenslang onterecht opsluiten van verdachten (letterlijk: slachtofferen) , het emotioneel, financieel, maatschappelijk ruineren van verdachten (lees: onschuldigen slachtofferen).
    Of het uit bovenstaande motieven schuldigen juist vrij laten rondlopen, niet aanklagen en veroordelen na schuldbewijs van schuldigen aan misdaden of misdrijven? Daardoor het beeld scheppend van klassenjustitie, het meten met twee maten, misbruik maken van je macht en invloed als gevolg van een toppositie binnen het justitieapparaat. Bijv.(Demmink -zwembadpedo), (Kat- Kalbfleisch/Westenberg). Daardoor wordt het algemeen vertrouwen van een steeds groter wordend denkend en wetend deel van het publiek in onze rechtsstaat ondermijnd.
    De motieven van de justitiële beslissers op basis van deze eerste denkwijze zijn nooit een acceptabele rechtvaardiging van het onrecht dat de individuele slachtoffers is aangedaan! Nooit!

    De schade die justitieel beleid gebaseerd op deze eerste denkwijze tot nu toe heeft veroorzaakt is dat een steeds groter wordend denkend en wetend deel van het publiek (met name via het relatief nieuwe en nog open medium internet) ziet en beseft dat dit justitieel beleid, gebaseerd op de eerste zienswijze, geen beleid in het algemeen belang van het justitieel apparaat is; en dus ook niet in het belang is van de bevolking (wij dus) in het algemeen. Ieder van ons kan individueel op basis van dit justitieel beleid volgens de eerste denkwijze onschuldig veroordeeld worden (en vaak (lang) veroordeeld blijven!), zoals met bijvoorbeeld Baybasin, Bos, Horchner, Post, Louwes, de Berk, de twee van Putten, de zes van Breda is gebeurd.

    De tweede denkwijze baseert zich op langere termijn persoonsoverstijgende justitiële beleidsopties.
    Vertrouwen. Erop vertrouwen dat er ook bij iedere topfunctionaris en beleidsbeslisser die bij justitie werkt grenzen zijn aan de medewerking die hij/zij vanuit de persoonlijke integriteit kan en wil geven aan aperte misstanden binnen de organisatie. Misstanden die uiteindelijk zo groot zijn dat er ingegrepen moet worden, om de schade aan de organisatie als geheel niet onherstelbaar te laten worden.
    Jezelf inzetten voor de uitvoering van beleid op basis van deze tweede denkwijze lijkt “de moeilijke weg” voor iedere topfunctionaris binnen de justitiële organisatie.
    Toch is het voor het justitieel apparaat in deze tijd de beste optie. Het verlies van geloofwaardigheid in de organisatie justitie bij de bevolking is op korte termijn sterk toegenomen. Met name een steeds groter wordend denkend en wetend deel van de bevolking neemt via internet kennis van de fouten en tekortkomingen binnen de justitiële organisatie. Die waren er altijd al. Maar ze worden nu veel meer naar buiten gebracht. De misstanden worden steeds meer opgespoord en naar buiten gebracht door internet media die onafhankelijk zijn van subsidies, of andere belanghebbende sponsoren. Internetmedia zijn vooralsnog niet grootschalig manipuleerbaar door (justitiële) overheden.
    In de tweede denkwijze neemt men de gevolgen van deze relatief nieuwe communicatierealiteit voor het al dan niet op de oude voet verder functioneren van het apparaat justitie mee als beleidsmakers van justitie.

    De tweede denkwijze vertaald voor de zaak Baybasin
    Justitiebeleid op basis van de tweede denkwijze baseert zich op acceptatie van de feiten in de Baybasin zaak. Justitie (de Hoge Raad) zal op basis van de tweede denkwijze moeten accepteren dat er onweerlegbaar bewijs is dat de zgn. anomalieën op de tel-tap-tapes waarop Baybasin is veroordeeld een gevolg zijn van een poging om de tel-tap-tapes zodanig te manipuleren dat er een vals motief is gecreëerd op basis waarvan Baybasin onterecht tot levenslang is veroordeeld. Baybasin zal worden vrijgelaten op grond van die feiten. De schadevergoedingsprocedure zal worden opgestart.
    Accepteert de Hoge Raad het – door deskundigen onweerlegbaar vastgesteld – bewijs dat er “anomalieën” zijn aangetroffen op de Babaysin tel-tap-tapes, dan heeft dat langere termijn verstrekkende gevolgen voor reeds uitgesproken vonnissen (eventuele veroordelingen en eventuele daarop gebaseerde strafvoltrekkingen en strafvrijspraken) die op dezelfde basis (tel-tap-tapes) zijn gebaseerd. Die manipulaties (zo plastisch omschreven als “anomalieën” binnen de betroffen geluidsopnamen) met de tel-tap-tapes kunnen dus in elk van die gevallen hebben plaatsgevonden. Handelt justitie dit goed af, dan zal het vertrouwen van de bevolking in die organisatie op langere termijn weer stijgen.

Laat een reactie achter