Archief
Artikelen

Betrokkenheid van Joris Demmink bij de zaak Vaatstra?

Door André Vergeer

Uit zijn curriculum vitae blijkt dat Joris Demmink vanaf 1982 de volgende carrière maakte bij het Ministerie van Justitie:

  1. Plaatsvervangend directeur directie Politie, Ministerie van Justitie, van 1982 tot 1983;
  2. Directeur directie Politie, Ministerie van Justitie, van 1983 tot 1988;
  3. Hoofddirecteur directie Organisatie Rechtspleging, Ministerie van Justitie, van 1988 tot 1990;
  4. Directeur-Generaal Rechtspleging, Ministerie van Justitie, van 1990 tot 1993;
  5. Directeur-Generaal Internationale Aangelegenheden en Vreemdelingenzaken, Ministerie van Justitie, van 1993 tot 2002;
  6. Secretaris-Generaal Ministerie van Justitie, van 2002 tot heden.

Daarover zegt het artikel van André Vergeer (pdf):

Ad 4.: Directeur-Generaal Rechtspleging, Ministerie van Justitie, van 1990 tot 1993;

Merk op dat Joris Demmink uit hoofde van zijn functie in die jaren ook kennis had van – en zelfs mogelijke betrokkenheid bij – de IRT- affaire en het Delta-team. De mensenhandel tierde welig en drugstransporten werden met behulp van infiltranten langdurig getolereerd en doorgevoerd, zonder dat de daders ooit zijn veroordeeld, waarbij de top van het OM/Justitie tenminste een zeer dubieuze rol speelde. Zijn vertrek als Directeur-Generaal Rechtspleging viel toevallig (?) precies samen met de opheffing van het IRT Noord-Holland/Utrecht en het uitgebreide onderzoek naar malversaties van dat IRT.

Ad 5.: Directeur-Generaal Internationale Aangelegenheden en Vreemdelingenzaken, Ministerie van Justitie, van 1993 tot 2002;

Vanaf deze datum had Demmink niet alleen zicht op de mensenhandel en de doorgevoerde drugstransporten, maar had hij ook zeer intensieve contacten met Turkije, Irak en Koerdistan (en de PKK). Volgens advocate mr. Van der Plas was Demmink uit hoofde van zijn functie als D-G zelfs voorzitter van een internationale commissie (de K4) die een halt wilde toeroepen aan de toestroom van Koerden naar Europa en aan een oplossing werkte voor de Turks/Koerdische verhoudingen. Dat hij in die jaren ’90 en later niet aanwezig is geweest op conferenties in o.a. Turkije, hetgeen de 4 opeenvolgende ministers van Justitie nu al jaren beweren, acht mr. Van der Plas alleen al om die reden uiterst ongeloofwaardig. Download haar herzieningsverzoek (onderaan de pagina).

Uiteraard is ook hier sprake van ‘puur toeval’ dat de benoeming van Demmink in 2002 door Donner precies gelijk viel met de veroordeling van Hüseyin Baybasin tot een levenslange gevangenisstraf op basis van vervalste telefoontaps uit de Turkse tapkamer.

Inmiddels heeft mr. Van der Plas een (uit het Turks vertaald) document in handen waaruit blijkt dat Demmink wel degelijk nog jarenlang, zelfs onder schuilnamen, in Turkije verscheen. Zie deze link (pdf). In combinatie met dit artikel uit 2000: Help! De Koerden komen! bevestigt dat in ieder geval de data 8 tot 10 maart 1998, zodat er minstens onwaarheid is gesproken door Demmink en door 4 van zijn respectievelijke ministers.

Belangrijk in deze is dat Joris Demmink op 1 mei 1999 (de moord op Marianne Vaatstra) nog Directeur-Generaal was van Internationale Aangelegenheden en Vreemdelingenzaken. Uit bovenstaande linken blijkt zelfs dat hij tenminste op 8 tot 10 maart 1998 en in mei 1999 nog Turkije aandeed. Niet geheel toevallig was er al in 1994 (onder Demmink) op kosten van de Nederlandse overheid een complete tapkamer ingericht in Istanbul, waar zowel Turkse- als Nederlandse politieambtenaren intensief samenwerkten tegen de internationale drugs- en mensenhandel vanuit Turkije richting Europa en naar Nederland in het bijzonder.

In 1997 bleek in deze tapkamer zelfs ‘geplakt en geknipt’ te zijn in gesprekken van Baybasin met anderen uit voorgaande jaren, dit met medewerking en goedkeuring van de Nederlandse overheid, om – op basis van chantage tegen Demmink – een aanhouding voor te bereiden van de Turkse Koerd Hüseyin Baybasin. Ook in de zaak Vaatstra is er in 1999 langdurig getapt in en om het AZC te Kollum en met zekerheid ook vanuit Istanbul. En dat, terwijl er zelfs in 2010 nog geen uitleveringsverdrag bestond met Turkije, zoals bleek na de ontsnapping van vrouwenhandelaar Saban Baran.

Zowel de verklaringen vanuit de Turks/Nederlandse tapkamer als die van Joris Demmink blijken daarmee niet betrouwbaar. Dat roept minstens de vraag op of ook de aanhouding van de vermeende verdachte asielzoeker A.H.H. in Istanbul op 9 oktober 1999 in scene is gezet om de misleiding te voeden van het Nederlandse publiek. Wij beschikken, naast vele andere bewijzen, over een op tape opgenomen gesprek tussen één van onze getuigen (dhr. Veldman) van 14 april 2010 en de leden van het cold case-team waarin dit wordt bevestigd:

“Wist je dat het [RBT] team in Turkije zelfs zwaar werd tegengewerkt, ernstig bedreigd zelfs? En dat we nog in 2003 aan die Turken hebben verzocht om alsnog zijn vingerafdrukken op te sturen omdat we er niet van overtuigd waren dat we het juiste DNA meegekregen hadden…?”

Uit deze opmerking wordt duidelijk dat het RBT jarenlang heeft getwijfeld aan de oprechtheid van het Turks/Nederlandse team in Istanbul. De gemanipuleerde telefoontaps van Baybasin bevestigen die indruk.

Ad 9.: Secretaris-Generaal Ministerie van Justitie, van 2002 tot heden.

Vanaf 2002 tot heden bekleedt Demmink, anders dan andere collega’s, zijn functie van S-G van Justitie al vier jaar langer dan gebruikelijk. Was de eerste verlenging van twee jaar al zeer ongebruikelijk, nòg een periode van twee jaar extra is nooit eerder vertoond. Dit klemt temeer, omdat zijn aanstelling als S-G op Justitie door Piet Hein Donner al in 2002 ten sterkste was afgeraden door diverse betrokken adviseurs, op basis van tal van onderzoeken door de rijks-recherche. De bewijzen tegen Demmink van misbruik zijn in de jaren daarna, zelfs nog tot vorige week, alleen maar sterker geworden. Bekend is verder dat Joris Demmink door mr.Van der Plas voorgeworpen wordt dat Nederland in de zaak Baybasin door Turkije werd/wordt gechanteerd vanwege zijn pedofiele contacten daar, die zelfs op video zouden zijn vastgelegd. Welke criminele activiteiten daar verder uit voortgekomen zijn, kunnen we alleen nog maar raden.

Ex-minister Hilbrand Nawijn van Vreemdelingenzaken en Integratie kende als geen ander alle ins- en outs van Joris Demmink en wilde daar ook graag over praten. Crimesite op 8 oktober 2012 in het artikel: Tweede Kamer vraagt uitleg over Demmink:

“In het AD vandaag staat dat toen minister Piet Hein Donner in 2002 op het punt stond Demmink te bevorderen tot secretaris-generaal, twee topmannen van Justitie hem hebben gewaarschuwd. Eén van hen is minister van Vreemdelingenzaken en Integratie Hilbrand Nawijn, die daarvoor jarenlang ambtenaar bij Justitie was. De ander is een topambtenaar die jarenlang samenwerkte met Joris Demmink. De ambtenaren wezen erop dat Justitie zware imagoschade door Demmink kan oplopen”.

Dit wordt in een interview met Nawijn (pdf) meer dan duidelijk:

Maakt er geen geheim van een bloedhekel te hebben aan Demmink. En waarschuwt mij meerdere keren voor snoeiharde represailles. “Deze man gaat over lijken als zijn positie in gevaar komt. Hij doet er echt alles voor om zijn macht te houden. Hij is geslepen. Let maar goed op; jij zou de eerste niet zijn wiens remleidingen plotseling blijken doorgeroest. Moord gebeurt in ons land ook. Je zou de eerste niet zijn die plotseling sterft. Weet jij trouwens wel zeker dat die chauffeur een natuurlijke dood is gestorven. Daar ben ik helemaal niet zo zeker van. Zoals ik zei, deze man gaat over lijken”. […] “Bij justitie is zijn reputatie qua homo- en pedosexualiteit bekend. Maar niemand heeft er ooit over gesproken. Dat is taboe”. […] Nawijn: “Het lijkt me het beste dat jij even weggaat. En dat je niet met je kop in het artikel wordt vermeld”.

Het blijkt dat Nawijn wel degelijk kennis van zaken had. Hij was in 2002 minister voor de LPF in kabinet Balkende I, tot het kabinet op 16 oktober 2002 na 86 dagen viel. De Wikipedia over Nawijn zegt:

Hij was .. tot 1996 werkzaam bij het Ministerie van Justitie.
Tot 1978 was hij juridisch medewerker bij de hoofdafdeling Staats- en Strafrecht, 1978-1980 hoofd afdeling Internationale rechtshulp.
Hij was tot 1984 hoofd van de afdeling Asielzaken bij de Directie Vreemdelingenzaken en tot 1988 hoofd van de hoofdafdeling Toelating en Verblijf. In 1988 werd hij directeur van deze directie, die in 1994 werd omgevormd tot de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND)”. [….]

Tijdens de demissionaire periode heeft het kabinet Balkenende I steun verleend aan de invasie in Irak. Dit is opmerkelijk, omdat er normaal gesproken tijdens een demissionaire periode geen politiek gevoelige beslissingen worden genomen.

Geheel in lijn met het verhaal van Hilbrand Nawijn over die ‘zo gehate, onzichtbare en vooral zeer sluwe vos’, werd Demmink juist in diezelfde periode in 2002 door Donner bevorderd van D-G Vreemdelingenzaken naar S-G van Justitie. Na jarenlange bemoeienis van Joris Demmink met Turkije, Koerdistan en die roerige regio, verliet hij ‘toevallig’ en precies op tijd, bij de onrechtmatige inval in Irak zijn post, om door Donner als S-G van Justitie te worden aangesteld.

Deelconclusie

Demmink maakte binnen de overheid zeer snel promotie en had zicht op zowel (inter)nationale drugstransporten als mensenhandel, en vooral op de Turks/Koerdische geschillen. Hij was er ook niet vies van om iedereen naar zijn hand te zetten, goedschiks of kwaadschiks. Hij ging daarbij volgens Hilbrand Nawijn zelfs letterlijk over lijken. Volgens Turkse verklaringen reisde hij in de jaren ’90 en begin van deze eeuw regelmatig naar Turkije; ook direct na de moord op Marianne Vaatstra in mei 1999. Ook reisde hij onder schuilnamen waarbij, behalve de Turken, ook Nawijn bevestigde dat Demmink pedoseksueel was. Dit was een feit van algemene bekendheid. Het is volgens mr. Van der Plas uit hoofde van zijn functie dan ook onmogelijk dat hij niet op de hoogte was van de Turkse tapkamer in Istanbul en de stroom van (Iraaks/Koerdische) asielzoekers naar o.a. het AZC in Kollum. Daaronder waren niet alleen gewone vluchtelingen, maar ook zeer zware criminelen die hun leven niet meer zeker waren in Turkije en in de regio. De simpele ‘opgehaalde’ hartoperatie van A.H.H. met zijn paspoort in zijn onderbroek (die later ten onrechte werd opgevoerd als hoofdverdachte van de moord) toont ook aan hoe groot de gatenkaas Nederland in die jaren ’90 en later was onder D-G Demmink.

Altijd bereid tot verdere uitleg,

André Vergeer

Telefoon 030 – 6917013

——————————————————
Bou zegt: Dit artikel wordt vervolgd. Het volgende deel gaat over de zaak Vaatstra.

Share and Enjoy:
  • NuJIJ
  • Twitter
  • Facebook
  • Hyves
  • RSS
  • email

1 Reactie op “André Vergeer: Joris Demmink en de zaak Vaatstra (2)”

  • mr. drs. Bou:

    Beste André en anderen,

    Ik denk dat er ook nog wel iets te zeggen valt over de functie en het functioneren van Demmink als Directeur directie Politie, Ministerie van Justitie, van 1983 tot 1988.

    Was onze Joris volgens het AD van zaterdag 6 oktober 2012 begin jaren ’80 niet bevriend met Dick Willard, een pooier van kinderen uit de Haagse Schilderswijk?

    Wie weet hier meer van? Wie heeft Joris in die tijd gekend?

Laat een reactie achter

Recente reacties