Archief
Artikelen

Betrokkenheid van Joris Demmink bij de zaak Vaatstra?

Door André Vergeer

Vooraf

Ik ben me ervan bewust dat ik hier speculeer op basis van zeer sterke aanwijzingen en niet op grond van harde bewijzen. Desondanks wil ik een poging doen om de betrokkenheid van Joris Demmink bij de zaak Vaatstra aan te tonen. De door ons gevonden aanwijzingen zijn zelfs zo sterk te noemen dat een diepgaand en onafhankelijk onderzoek gerechtvaardigd is. Ga er even voor zitten want het wordt (weer) niet gemakkelijk. Met dank aan alle tipgevers.

Laten we eerst eens kijken naar het CV van Joris Demmink, op pagina 16 van het boek De Demmink Doofpot, nu ook online te lezen:

  1. Medewerker directie Juridische zaken, afdeling Wetgeving en Publiekrecht, Ministerie van Defensie, van 1971 tot 1973;
  2. Plaatsvervangend hoofd directie Juridische Zaken, afdeling Wetgeving en Publiekrecht, Ministerie van Defensie, van 1973 tot 1977;
  3. Hoofd directie Juridische Zaken, afdeling Wetgeving en Publiekrecht, Ministerie van Defensie, van 1977 tot 1982;
  4. —————————————

  5. Plaatsvervangend directeur directie Politie, Ministerie van Justitie, van 1982 tot 1983;
  6. Directeur directie Politie, Ministerie van Justitie, van 1983 tot 1988;
  7. Hoofddirecteur directie Organisatie Rechtspleging, Ministerie van Justitie, van 1988 tot 1990;
  8. Directeur-Generaal Rechtspleging, Ministerie van Justitie, van 1990 tot 1993;
  9. Directeur-Generaal Internationale Aangelegenheden en Vreemdelingenzaken, Ministerie van Justitie, van 1993 tot 2002;
  10. Secretaris-Generaal Ministerie van Justitie, van 2002 tot heden.

Daaruit blijkt dat Demmink razendsnel carrière heeft gemaakt, misschien op basis van zijn buitengewone kwaliteiten, dan wel op basis van zijn ‘kennis’ over collega’s bij andere departementen of diensten. Mijn persoonlijke observatie: hoe slechter, hoe sneller de promotie binnen de overheid. Een begin van bewijs over de mogelijke betrokkenheid van Demmink bij de machtswisseling in Suriname in 1982 wordt hier al geleverd. Bronnen meldden toen al dat zijn vertrek bij Defensie “niet soepel verliep” wegens een relatie met een jonge Surinaamse militair. Het moment van zijn vertrek, precies na de kwestie Suriname in 1982, lijkt ook dubieus.

—————————-
BOU zegt: Tot zover André Vergeer. Van hem ontving ik vlak voor het weekeinde een lang, maar zeer verhelderend artikel. Volgens mij bevat het voldoende stof tot nadenken voor een hele week! Daarom wil ik het graag in etappes publiceren. Dit was deel 1. Het hele verhaal staat hier (pdf).

Het Curriculum Vitae begint aldus:

  1. Medewerker directie Juridische zaken, afdeling Wetgeving en Publiekrecht, Ministerie van Defensie, van 1971 tot 1973;
  2. Plaatsvervangend hoofd directie Juridische Zaken, afdeling Wetgeving en Publiekrecht, Ministerie van Defensie, van 1973 tot 1977;
  3. Hoofd directie Juridische Zaken, afdeling Wetgeving en Publiekrecht, Ministerie van Defensie, van 1977 tot 1982;
  4. Daaruit blijkt dat Demmink in 1982 verhuisde van Defensie naar Justitie.
    Zie ook Kleintje Muurkrant: Cold Turkey (13):
    dinsdag 10 april 2007

    Nou, we hoefden niet diep te graven. Volgens de Rijks Voorlichtingsdienst was Joris na zijn studie in Leije eerst ruim tien jaar verbonden aan de juridische afdeling van het ministerie van Defensie. In 1982 stapte hij pas over naar Justitie. En als je de verhalen geloven mag ging bij die gelegenheid bij Defensie de vlag uit. Een ouwe topper van de CRI zag het zelfs nog een nuance anders: “Joris werd door Defensie gedumpt, in een kleed gewikkeld, onder de tafel doorgerold, een tijdje uit het zicht gehouden en toen weer uit het kleed gepeuterd om brandschoon zijn carrière te kunnen vervolgen bij Justitie”. Bloemrijk. En we beginnen een beetje te bevroeden waarom op de site van Parlement en Politiek een nummertje geschiedvervalsing is weggegeven. Voor het vinden van het antwoord op de vraag waarom ze bij Defensie Joris in een kleed propten is het niet nodig om opnieuw de schop uit het schuurtje te halen. De oorzaak ligt namelijk in Suriname. Vanaf 1978 schreef onze militaire attaché kolonel Hans Valk een heel stel “Beste Joris”- brieven aan zijn klankbord bij Defensie: Demmink. De toen plaatsvervangend directeur Juridische Zaken. Die brieven gingen vooral over zijn pogingen om “Bouterse in de goeie richting te duwen”. Ho, ho, handrem. Laten we nou niet meteen tot conclusions jumpen overgaan. Maar wat bedoelde Bouta eigenlijk met: “Laat mij nu in dit gezelschap iets onthullen wat alleen u en ik weten, kolonel: zonder u zou de staatsgreep niet hebben plaatsgevonden! Wij zullen u hiervoor altijd dankbaar zijn”. Het gezelschap in casu was in mei 1980 in Paramaribo bijeen ten huize van ambassadeur Vegelin van Claerbergen om afscheid te nemen van Valks. Twee maanden na de sergeantencoup onder leiding van de in Nederland opgeleide Desi. Een boude en tegelijkertijd niet helemaal juiste uitspraak. Want ook “Beste Joris” moet van de faits et gestes van Valks voorafgaand aan de coup volledig op de hoogte zijn geweest. We zullen wel moeten wachten tot 3007 voor we die correspondentie mogen inzien. Maar er is meer. Volgens onze CRI-bron zou de aanleiding tot het naar het naar buiten dragen van Joris bij Defensie van sexuele aard zijn geweest. Joris zou namelijk een bloeiende relatie hebben onderhouden met een jonge Surinaamse militair uit het Bouta-team, dat in 1982 verantwoordelijk was voor de September-moorden. Polletiek en sex, de twee componenten van de Demmink-story, die we vorige week ook terugvonden in de aanklacht van Huseyin Baybasin. Om chantage maar even niet te noemen. Stay tuned.

    Cold Turkey (22) maandag 7 mei 2007

    In aflevering 13 van deze serie refereerden wij al eens aan een uitspraak van een vroegere CRI-topper over de dangerous liaison die Hirschi Balli’s secretaris generaal Joris Demmink indertijd onderhield met een jeugdige Surinamer, die later deel uitmaakte van de staf van legerleider Bouterse. Een wissel op Joris’ toekomst die naar wij aannemen in Paramaribo op elk gewenst moment kan worden getrokken. Maar wanneer dat moment zich precies voordoet is net zo moeilijk te voorspellen als de datum waarop Joris langdurig op vakantie gaat. Mogelijk trekt Desi dit zwaard van Damocles tijdens het proces rond de septembermoorden dat in april voor de krijgsraad zou komen, maar nog steeds niet is geopend. Niet alleen tot ongenoegen van de familieleden van de door het Bouta-team in 1982 omgebrachte politieke opponenten, maar waarschijnlijk ook van maître Gerard Spong. Die assisteert namelijk al een stief kwartiertje het Surinaamse OM bij het vergaren van genoeg hout om Bouta op de brandstapel te kunnen deponeren. Binnen dat kader had hij in november 2000 al een onderhoud met Demmink over de mogelijkheid om voor het justitiële onderzoek een pluk Nederlandse bromsnorren en een paar gestreepte vehikels naar Suriname te sturen. Hoe dat is afgelopen kunnen we nergens terugvinden. Maar Desi bracht meteen zwaar geschut in stelling. Tijdens een uitzending van Netwerk op 7 december van datzelfde jaar vertelde hij met een licht sarcastische touch dat Spong ooit in niet nader gespecificeerde wc’s en bij hem thuis met jeugdigen had gehopst. Nou is Bouterse niet in het bezit van de steen der wijzen en is zijn uitspraak mogelijk een ordinaire poging om een geduchte tegenstander te bezwadderen. Maar waarom hij nou precies met dit soort narigheid komt aansjouwen is curieus. Niks meer. Niks minder. Zeker is wel dat Spong niet naar Suriname gaat om het proces bij te wonen. Stay tuned.

    Cold Turkey (23) dinsdag 15 mei 2007

    Er is over de drugsconnecties van Desi Bouterse al heel wat afgeouwehoerd (1). Dat begon al kort nadat de legerleider via een coup in februari 1980 het baasje van Suriname werd. Bouta’s gappie Erroll Alibux zou niet lang daarna als ambassadeur naar Colombia zijn gestuurd en daar de boel hebben geregeld met Pablo Escobar. Conform de onderlinge afspraken arriveerde op het met Nederlandse poen aangelegde landingsbaantje van Apoera al spoedig ladingen coca-pasta en in een lab ergens in de bush bush werden dan van die pasta een paar stevige lijntjes gefabriceerd. Die werden vervolgens, weggemoffeld in blokken hout en bevroren vis en fruit, naar Nederland gesmokkeld. De rest moet zelfs duidelijk zijn voor een gevorderde PABO-student.
    Aldus was het verhaal. Althans, volgens de Nederlandse snuffeldiensten, waaronder de CRI. Om het te bewijzen knoopte deze Nederlandse padvindersvereniging samen met de Amerikaanse DEA een echte undercoveroperatie bij elkaar en stuurde daarvoor ene Dick Stotijn op pad. In zijn invalidekarretje. Aan het eind van de rit wisten ze in maart 1986 Etienne Boerenveen, een intimus van Bouta, erin te luizen. Maar doorslaggevend bewijs voor de betrokkenheid van Desi bij de handel in Colombia’s finest leverde de operatie niet op. Uiteraard hing de CRI een boeiend rapport in elkaar over haar activiteiten versus Bouta cs. Maar lullig was wel dat minister van Justitie Korthals Altes (“Kleine Frits”) desgevraagd moest erkennen dat ie het nooit onder ogen had gehad. Een hoge ambtenaar bleek het namelijk in een laatje te hebben gemieterd, omdat er “niets nieuws in stond”. Normaliter ontvangt een dergelijke boterletter tien stokslagen en loopt ie een paar weken in veren en pek door de gangen en toiletruimtes van het ministerie. Maar bij deze hoge ambtenaar bleven repercussies uit. Hoe die heette? Joris Demmink. Ja, dezelfde. Gek hè? Stay tuned.

    Wie weet er meer over de kwestie Suriname in 1982? Wie kent Demmink nog uit die tijd?

    Share and Enjoy:
    • NuJIJ
    • Twitter
    • Facebook
    • Hyves
    • RSS
    • email

7 Reacties op “André Vergeer: Joris Demmink en de zaak Vaatstra (1)”

Laat een reactie achter

Recente reacties