Archief
Artikelen

Een belangrijke voorwaarde voor de democratie is de vrijheid van onderwijs. Toen Gaddafi in 1969 aan de macht kwam, was ongeveer 90% van de bevolking van Libië analfabeet. Voor deze mensen lag het uitoefenen van politieke invloed ver buiten hun bereik. Gaddafi maakte het onderwijs gratis en verplicht voor alle kinderen van 6 tot 18 jaar. Omstreeks het jaar 2000 was nog slechts 18% van de bevolking analfabeet, waaronder voornamelijk oudere vrouwen. Ook het universitaire onderwijs was gratis en studenten die in het buitenland wilden (en konden) studeren, kregen daartoe van de staat een studiebeurs die ze niet terug hoefden te betalen!

HET ONDERWIJS

Onderwijs, of leren, is niet per se dat routinematige curriculum en die gerubriceerde onderwerpen in schoolboeken die jongeren worden gedwongen om te leren gedurende bepaalde uren zittend in rijen van tafels. Dit type onderwijs dat nu heersend is in de hele wereld is gericht tegen de menselijke vrijheid. Door de staat gecontroleerd onderwijs, waar regeringen mee komen wanneer ze in staat zijn om het op te leggen aan hun jongeren, is een methode van het onderdrukken van de vrijheid. Het is een gedwongen vernietiging van het menselijk talent, alsmede een opdringen van keuzes aan een mens. Het is een daad van destructieve onderdrukking van vrijheid, omdat het mensen berooft van hun vrije keuze, creativiteit en schittering. Een mens dwingen om te leren op basis van een vastgesteld curriculum is een dictatoriale handeling. Bepaalde onderwerpen opleggen aan mensen is ook dictatoriaal handelen.

Door de staat gecontroleerd en gestandaardiseerd onderwijs is in feite een opgelegd achterlijk maken van de massa. Alle regeringen die onderwijs cursussen opzetten in termen van formele curricula en mensen dwingen om die cursussen te volgen, dwingen hun burgers. Alle methoden van het onderwijs in de wereld moet worden vernietigd door middel van een universele culturele revolutie die de menselijke geest bevrijdt van curricula van fanatisme die een proces van bewuste verdraaiing van de smaak van de mens, het conceptueel vermogen en de mentaliteit dicteren.

Dit betekent niet dat scholen moeten worden gesloten en dat mensen hun rug toe moeten keren naar het onderwijs, zoals het misschien lijkt voor oppervlakkig lezers. Integendeel, het betekent dat de maatschappij alle vormen van onderwijs moet aanbieden, om mensen de kans te geven om vrij te kiezen voor alle thema’s die ze willen leren. Dit vereist een voldoende aantal scholen voor alle vormen van onderwijs. Onvoldoende aantallen scholen beperken de menselijke vrijheid van keuze, en dwingt de mens om alleen de vakken te leren die beschikbaar zijn, terwijl ze hen beroven van het natuurlijke recht om te kiezen om redenen van de niet beschikbaarheid van andere vakken. Samenlevingen die kennis verbieden of monopoliseren zijn reactionaire samenlevingen die neigen in de richting van onwetendheid en die vijandig staan tegenover de vrijheid. Samenlevingen die de leer van de religie te verbieden zijn reactionaire samenlevingen, die neigen in de richting van onwetendheid en die vijandig staan tegenover de vrijheid. Samenlevingen die religieus onderwijs monopoliseren zijn reactionaire samenlevingen, die neigen in de richting van onwetendheid en die vijandig staan tegenover de vrijheid. Evenzo geldt dit voor samenlevingen die godsdiensten, culturen en het gedrag van anderen verstoren tijdens het onderwijs in die vakken. Samenlevingen die materialistische kennis als taboe beschouwen zijn eveneens reactionaire samenlevingen, die neigen in de richting van onwetendheid en die vijandig staan tegenover de vrijheid. Kennis is een natuurlijk recht van elk menselijk wezen en waarvan niemand het recht heeft hem of haar daarvan te beroven onder geen enkel voorwendsel, behalve in het geval waarin een persoon iets doet wat hem of haar van dat recht berooft.

Onwetendheid zal tot een einde komen wanneer alles wordt gepresenteerd zoals het werkelijk is en wanneer de kennis over alles beschikbaar is voor elke persoon op de manier die hem of haar past.

Het onderwijs was niet alleen gratis, maar ook inhoudelijk streefde Gaddafi naar vrijheid van onderwijs. In de jaren ’60 studeerde hij zelf aan een militaire academie in Engeland. Toen hij in 1969 de leider werd van de revolutie in Libië, was er in de grote steden van Europa een revolutie gaande onder universitaire studenten. Zij eisten meer vrijheid om zelf de inhoud van hun studie te bepalen. Gaddafi heeft deze tijdgeest goed begrepen!

Hoewel het volgende stukje als titel draagt “muziek en kunst”, blijkt het eigenlijk te gaan over kunst en cultuur. Als ik het goed begrijp, zegt Gaddafi dat het niet voldoende is wanneer mensen een zelfde taal spreken, omdat ze daarmee elkaars culturele achtergrond nog niet begrijpen.

MUZIEK EN KUNST

Mensen zijn, omdat zij nog onontwikkeld zijn, nog steeds niet in staat om een gemeenschappelijke taal spreken. Totdat dit menselijke streven is bereikt, hetgeen onmogelijk lijkt, worden vreugde en verdriet, goed en slecht, mooi en lelijk, comfortabel en ellendig, sterfelijk en eeuwig, liefde en haat, de beschrijving van kleuren, gevoelens, smaken en stemmingen – alle uitgedrukt in de taal die iedereen zelf spreekt. Het gedrag zelf zal voortkomen uit de reactie die wordt geproduceerd door het gevoel dat de taal creëert in de geest van de spreker.

Het leren van een enkele taal, wat die ook mag zijn, is niet de oplossing. Het is een probleem dat onvermijdelijk zonder oplossing zal blijven totdat het proces van de eenwording van de talen is voltooid, op voorwaarde dat de erfelijke factor zijn effect verliest op de volgende generaties na het voorbij gaan van voldoende tijd. Het sentiment, de smaak en de stemming van de voorouders vormen die van hun nakomelingen. Als die voorouders verschillende talen spraken en hun kinderen, daarentegen een taal spreken, zouden deze nakomelingen niet per se een gemeenschappelijke smaak delen in de deugd van het spreken van een gemeenschappelijke taal. Een dergelijke gemeenschappelijke smaak kan alleen worden bereikt wanneer de nieuwe taal de smaak en het gevoel overgebracht van de ene generatie naar de andere met elkaar verbindt.

Als een groep mensen witte kleren draagt als ze in de rouw zijn en een andere groep zwart, zal het sentiment van elke groep worden aangepast aan deze twee kleuren, dat wil zeggen een groep verwerpt de zwarte kleur bij zo’n gelegenheid, terwijl de andere deze liever heeft, en vice versa. Zo’n sentiment laat een fysieke effect na in de cellen en in de genen van het lichaam. Deze aanpassing zal erfelijk worden overgedragen. De nakomende generatie zal automatisch de ene kleur verwerpen net als de voorouders en hun sentiment overnemen. Aldus zijn mensen alleen maar in harmonie met hun eigen kunst en erfgoed. Ze zijn niet in harmonie met de kunsten van anderen, om redenen van erfelijkheid, ook als die mensen, die verschillen in erfgoed, een gemeenschappelijke taal spreken.

Een dergelijk verschil ontstaat tussen de groepen van een volk, zelfs op kleine schaal.

Het leren van een enkele taal is niet het probleem, en om de kunsten van anderen te begrijpen als resultaat van het leren van hun taal is ook niet het probleem. Het probleem is de onmogelijkheid van een echte intuïtieve aanpassing aan de taal van anderen.

Dit blijft onmogelijk tot de effecten van erfelijkheid, die worden vastgelegd in het menselijk lichaam, tot een einde gekomen.

De mensheid is nog steeds achterlijk omdat mensen niet communiceren in een gemeenschappelijke, overgedragen taal. Het is slechts een kwestie van tijd voordat de mensheid dat doel bereikt, tenzij de beschaving ernstig terugvalt.

Dat een bepaalde smaak voor kunst of de emotie die wordt opgewekt door een kleur genetisch wordt overgedragen, betwijfel ik ten zeerste. Deze paragraaf komt daarom op mij nogal warrig over. Voor zover ik de intentie begrijp, zouden muziek en kunst kunnen bijdragen aan het overbrengen van gedachten en gevoelens die door iedereen worden verstaan, een soort universele taal.

De laatste paragraaf, over sport, is echter wel weer een eye-opener. Binnenkort beginnen er in Londen weer Olympische Spelen. Deze megalomane manifestatie heeft nauwelijks nog iets met sport te maken. Ook kunnen we vraagtekens zetten bij het sportieve gehalte van het kijken naar programma’s als Studio Sport op de TV. Het kijken naar voetbal in grote stadions blijkt ook niet bijzonder sportief. Er gaat een hoop geld in om en het eindigt vaak met vechtpartijen tussen supporters van de verschillende teams. Volgens Gaddafi is sport niet om naar te kijken, sport moet je doen!

SPORT, RUITERIJ EN HET PODIUM

Sport is of privé, zoals het gebed, dat men alleen beoefent in een afgesloten ruimte, of publiek, collectief uitgevoerd op open plekken, zoals het gebed, dat gemeenschappelijk wordt beoefend in de plaatsen van aanbidding. Het eerste type van sport betreft de individuen zelf, terwijl het tweede type van belang is voor alle mensen. Het moet worden beoefend door allen en mag niet worden overgelaten aan iemand anders om te beoefenen op hun kosten. Het is onredelijk om massa’s mensen naar plaatsen van eredienst te laten gaan alleen maar om een persoon of een groep mensen te zien bidden zonder deel te nemen. Het is even onredelijk voor massa’s mensen om naar stadions te gaan om een speler van een team te bekijken zonder zelf deel te nemen.

Sport is net als bidden, eten, en de gevoelens van koelte en warmte. Het is onwaarschijnlijk dat een menigte een restaurant binnen zal gaan alleen maar om te kijken naar een persoon of een groep mensen die zitten te eten. Het is ook onwaarschijnlijk dat ze een persoon of een groep of mensen laten genieten van warmte of verkoeling op hun eigen kosten. Het is even onlogisch voor de samenleving om een individu of een team het sporten te laten monopoliseren, terwijl de samenleving als geheel de kosten betaalt van een dergelijk monopolie uitsluitend ten gunste van een persoon of team. Op dezelfde manier zouden mensen niet moeten toestaan dat een individu of een groep, of het een partij, klasse, sekte, stam of het parlement is, om hen te vervangen in het beslissen over hun lot en bij het bepalen van hun behoeften.

Private sport is alleen van belang voor degenen die haar zelf beoefenen en op eigen kosten. Openbare sport is een publieke behoefte en de mensen kunnen in haar praktijk niet zowel democratisch of fysiek vertegenwoordigd worden door anderen. Fysiek kan de vertegenwoordiger niet aan anderen doorgeven hoe zijn lichaam en zijn moreel profiteren van sport. Democratisch gezien, heeft geen enkel individu of team het recht om sport, macht, rijkdom of wapens voor zichzelf te monopoliseren. Sportverenigingen vormen de basis organisatie van de traditionele sport in de wereld van vandaag. Zij beheren alle uitgaven en openbare voorzieningen die toegewezen zijn aan sport. Deze instellingen zijn sociaal monopolistische organisaties net als alle dictatoriale politieke instrumenten die de autoriteit monopoliseren, die de economische instrumenten van rijkdom monopoliseren, en die de traditionele militaire instrumenten van de wapens monopoliseren. Als het tijdperk van de massa’s afrekent met de instrumenten die de macht, de rijkdom en de wapens monopoliseren, zal het onvermijdelijk het monopolie van de sociale activiteiten op gebieden zoals sport, ruiterij, enzovoort beëindigen. De massa’s die in de rij staan om te stemmen op een kandidaat om hen te vertegenwoordigen, handelen in de onmogelijke veronderstelling dat deze persoon hen zal vertegenwoordigen en belichamen, in naam van hun waardigheid, hun soevereiniteit en gezichtspunt. Echter, die massa’s, die zijn beroofd van hun wil en waardigheid, worden gereduceerd tot louter toeschouwers, die kijken naar een ander persoon die doet wat ze van nature zelf zouden moeten doen.

Hetzelfde geldt voor de menigte, die als gevolg van onwetendheid, niet zelf een sport beoefent. Ze worden bedrogen door monopolistische instrumenten die zich inspannen om hen te bedonderen waardoor ze zich overgeven aan gelach en applaus in plaats van aan sport. Sport, als een sociale activiteit, moet er zijn voor de massa’s, net als dat de macht, de rijkdom en de bewapening in de handen van het volk moet zijn.

Publieke sporten zijn er voor de massa’s. Het is het recht van alle mensen voor hun gezondheid en ontspanning. Het is echter dom om de voordelen ervan over te laten aan bepaalde individuen en teams die deze monopoliseren, terwijl de massa’s de faciliteiten en de kosten voor de publieke sport betalen. De duizenden die stadions bevolken, naar de sport kijken, applaudisseren en lachen zijn dwaze mensen die er niet in geslaagd zijn deze activiteit zelf te beoefenen. Ze zitten stilletjes in rijtjes op de banken langs de sportvelden, en juichen voor die helden die hen het initiatief ontnemen, het veld domineren en de sport controleren, en daarbij gebruik maken van de faciliteiten die de massa’s betalen. Oorspronkelijk waren de publieke tribunes ontworpen om de massa’s af te bakenen van de sportvelden, en om de toegang van de massa’s tot de sportvelden te voorkomen. Wanneer de massa’s marcheren en sporten op de speelvelden en in de open ruimtes zullen de stadions leeg en overbodig worden. Dit zal plaatsvinden wanneer de massa’s zich bewust worden van het feit, dat sport is een publieke activiteit is die moet worden gedaan in plaats van bekeken. Dit is redelijker als een alternatief dan de huidige praktijk van een hulpeloze apathische meerderheid die alleen maar toekijkt.

Tribunes zullen verdwijnen, omdat er niemand zal zijn om erop te zitten. Degenen die niet in staat zijn om de rol van heldendom in het leven op te pakken, die onwetend zijn van de gebeurtenissen in de geschiedenis, die zijn ook niet in staat om in de toekomst te kijken, en dus niet ernstig zijn genoeg in hun eigen leven, het zijn de triviale mensen die de stoelen van de theaters en bioscopen vullen om de gebeurtenissen van het leven te bekijken en zo hun koers uit te zetten. Zij zijn als leerlingen die de schoolbanken bezetten, omdat ze nog ongeschoold zijn en nog alles moeten leren.

Degenen zelf de loop van hun leven bepalen, hebben geen behoefte om naar het leven te kijken via acteurs op het podium of in de bioscoop. Ruiters die de teugels van hun paarden vasthouden zitten ook niet op de tribunes van het racecircuit. Als iedereen een paard heeft, zal niemand komen kijken en applaudisseren. De toeschouwers zijn alleen degenen die te hulpeloos zijn om dit soort activiteiten uit te voeren omdat ze zelf geen ruiters zijn.

Bedoeïen volkeren hebben geen interesse in theaters en shows, omdat ze zeer ernstig en vlijtig zijn. Aangezien zij een ernstige manier van leven hebben opgepakt, bespotten zij het acteren. De Bedoeïen samenlevingen kijken ook niet naar optredens, maar voeren spelen uit en nemen deel aan vreugdevolle ceremonies, omdat ze van nature de noodzaak voor deze activiteiten erkennen en hen spontaan in de praktijk brengen.

Boksen en worstelen zijn het bewijs dat de mensheid zich niet heeft ontdaan van alle barbaars gedrag. Onvermijdelijk zal het ophouden te bestaan wanneer de mensheid de ladder van de beschaving verder beklimt. Menselijke offers en duels met het pistool waren bekende praktijken in eerdere stadia van de menselijke evolutie. Maar aan die barbaarse praktijken kwam jaren geleden een einde. Mensen lachen nu om zichzelf en hebben spijt van zulke daden. Dat zal het lot van boksen en worstelen zijn over tientallen of honderden jaren. Hoe meer de mens zich beschaafd en verfijnd, hoe meer ze in staat zullen zijn zowel de uitvoering als het stimuleren van deze praktijken te beëindigen.

Overigens was Gaddafi niet helemaal consequent. Zijn zoon Al Saadi was ooit prof-voetballer. Hij heeft ook in Libië het professionele voetbal gestimuleerd.

Lees het Groene Boek zonder mijn commentaar (pdf): Deel 1; Deel 2; Deel 3

Share and Enjoy:
  • NuJIJ
  • Twitter
  • Facebook
  • Hyves
  • RSS
  • email

Laat een reactie achter

Recente reacties