Archief
Artikelen

In zijn tweede college over de Marxistische economie gaat professor Wolff dieper in op de huidige economische crisis. Hij begint met een samenvatting van zijn eerste college. Een belangrijk punt lijkt me, dat Marx het begrip klasse niet toekent aan personen, maar aan de arbeid, en wel op grond van de manier waarop de meerwaarde wordt verdeeld. In de kapitalistische industriële productie gaat de meerwaarde in principe naar de eigenaars van de aandelen, maar de beslissingen worden genomen door directeuren die zijn aangesteld door een Raad van Commissarissen, die worden gekozen door slechts enkele groot-aandeelhouders. De andere manieren van verdeling van de meerwaarde blijven daarnaast wel bestaan, maar worden marginaal.

Er zijn volgens Marx 5 manieren om de meerwaarde te verdelen:

1* Communisme: de groep die productief is, regelt zelf de productie en verdeelt de meerwaarde in onderling overleg.
2* Individualisme: één persoon produceert een goed of dienst en besteedt de meerwaarde naar eigen inzicht.
3* Slavernij: de mensen die produceren zijn het eigendom van degene die zich het hele product, dus ook de meerwaarde toe-eigent.
4* Feodalisme: de horigen of knechten produceren zowel hun eigen vervangingswaarde als meerwaarde voor hun heer.
5* Kapitalisme: de mensen verkopen hun arbeid aan de eigenaar van de productiemiddelen en deze eigent zich de meerwaarde toe.

De manieren 3*, 4* en 5* zijn volgens Marx vormen van exploitatie van degene die de arbeid verricht. De manieren 1* en 2* kennen dit aspect van uitbuiting niet. Vervolgens legt Wolff uit, hoe vanuit deze situatie de huidige economische crisis kon ontstaan. In het verleden is de productiviteit in de VS steeds gestegen, maar ook de lonen stegen. Dat kwam onder andere door het tekort aan arbeidskrachten, maar ook door de machtige vakbonden in de jaren ’20 en ’30.

In de jaren ’70 van de vorige eeuw veranderde dat beeld. De productiviteit bleef onverminderd stijgen, maar de lonen stegen niet langer mee. Dit was de tijd dat de vrouwen de arbeidsmarkt betraden, maar deze oorzaak was tevens een gevolg van de loonstop. Om het gezinsinkomen aan te vullen, werd de arbeid van de vrouw noodzakelijk, maar als een vrouw gaat werken, dan kost dat ook geld. Ze heeft een auto nodig, ze heeft nette kleren nodig en ze kookt niet langer dagelijks de maaltijd, maar koopt in plaats daarvan instant-voedsel. Ook de kinderopvang slokt een deel van haar inkomen op.

We zien dezelfde ontwikkeling in Europa, al werd de trend hier getemperd door socialistische politieke partijen die sociale voorzieningen invoerden. De lonen stegen niet langer, maar de productiviteit nam toe, onder andere door de computer. In de VS leidde de stagnatie in de ontwikkeling van de lonen tot een stijgende winstmarge. Deze werd besteed aan hoge lonen voor de managers, maar ook aan de kostbare manoeuvre van het verplaatsen van de industrie naar de Derde Wereld. De loonkosten waren daar nog lager.

De winst bleef stijgen en het geld dat zich verzamelde in de banken, leidde tot een nieuwe industrie van “financiële producten”. De banken hadden geld en ze leenden het graag uit. De lonen stegen niet, maar de output in de vorm van nieuwe producten nam wel toe. Er was van alles te koop, waardoor de werkende mensen in de VS steeds meer geld gingen lenen. En op een dag konden zij de rente en aflossing niet meer betalen… Dit leidde tot een crisis, de zoveelste in de geschiedenis van het kapitalisme.

Class 2: Analyzing the current US capitalist crisis in class terms and proposing class-based solutions for the crisis.

Share and Enjoy:
  • NuJIJ
  • Twitter
  • Facebook
  • Hyves
  • RSS
  • email

4 Reacties op “Deel 2: Marxisme en de economische crisis”

Laat een reactie achter

Recente reacties