Archief
Artikelen


(illustratie: Huseyin Baybasin)

Op de onvolprezen website Kleintje Muurkrant stond onlangs een link naar de schriftelijke verklaring die de Turkse journalist Burhan Kazmali op 3 december 2007 voor de commissie Buruma heeft afgelegd in de zaak Baybasin. Dat het vonnis waarin Baybasin werd veroordeeld tot levenslang moet worden herzien, blijkt ook uit deze verklaring. Kazmali laat daarin Necdet Menzir, de toenmalige directeur van politie te Istanbul, aan het woord. Een Turkse tapvervalser hoeft men niet te geloven, de getuigenis van een Turkse politieman doet ook niet ter zake, de verklaring van een beveiligingsman kan men ook overslaan, de aangifte van een voormalig straatkind kan men dumpen bij het oud papier, maar deze hoge Turkse politiefunctionaris en ex-minister kan men toch moeilijk negeren!

Het hele document, een vertaling uit het Turks, is nogal lang. Het grootste deel gaat echter over de veroordeling van Ferruh Tankuş, de voormalige directeur van de Turkse narcoticadienst, die een grote rol speelde in het verzamelen van de “bewijzen” tegen Baybasin. Wie de hele verklaring van Kazmali wil lezen, kan zelf het Word-document downloaden. Hier volgt alleen de verklaring van Necdet Menzir en zelfs die is door mij wat ingekort. Opvallende uitspraken zijn daarbij door mij vet gemarkeerd.

Verklaring van de toenmalige directeur van politie Necdet Menzir.

Zoals U weet ben ik van 14-02-1992 tot 02-11-1995 werkzaam geweest als Directeur van Politie te Istanbul. De zaak Hüseyin Baybaşin is een op zichzelf staande gebeurtenis. Het is niet iets dat onderschat moet worden. Noemt U het zo U wilt , ‘een valse beschuldiging of een spel’, of noemt U het een complot, de naam Hüseyin Baybaşin wordt genoemd in verband met een aantal drugszaken en voorvallen. Let wel, ik zeg niet dat Hüseyin Baybaşin deze zaken heeft gepleegd, dat hij een internationale drugshandelaar is of dat hij veel geld heeft verdiend. Dan zou ik moeten beschikken over bewijzen, documenten en informatie dat hij degenen die dit werk deden daartoe heeft aangezet, dat hij in organisaties heeft gezeten. Daarom kan ik ook dat ook niet zeggen. Immers de man is er niet bij, maar zijn naam wordt met ieder voorval in verband gebracht…

De grootste bron van inkomsten van de terroristische organisaties in Turkije werd, zoals bekend, gegenereerd uit de illegale drugshandel. Şeymuz Daş was een van de meest bekende en belangrijkste drugssmokkelaars in Turkije. Tegen hem werd een onderzoek ingesteld als een van de eigenaren van de op de boot de Lucky-S onderschepte tonnen aan drugs. Vanaf de maand september werden zijn telefoongesprekken met een machtiging van de rechtbank ofwel onofficieel getapt en afgeluisterd. Op 26 december van het jaar 1992 is de in de onderwereld vermaarde Drej Ali (Ali Yasak), toen hij op weg was naar een bruiloft, in een vuurgevecht verwikkeld geraakt en gedood. Daş, die enerzijds de van hem afgeperste bijdrage aan de PKK betaalde, stond anderzijds ook open voor aanhangers van die partij. Hij werkte zij aan zij met deze aanhangers.

Daş is vermoord op het moment dat de boot Lucky-S inmiddels geladen met drugs op weg was gegaan. Met de moord op Daş werd een groothandelaar in drugs tegen wie men een onderzoek had lopen, tot zwijgen gebracht. Immers, de boten Lucky-S en Kısmetim-1 transporteerden tonnen aan drugs en de persoon die daarover de meest belangrijke informatie zou kunnen verstrekken is pal naast een auto van het politieteam vermoord. Het is aannemelijk dat deze moord is gerealiseerd door drugsbaronnen die begrepen dat hun goederen in de beide boten zouden worden onderschept. Zij hebben de persoon die hen zou kunnen verraden, Şeymuz Daş, uit de weg geruimd. Hiermee hebben zij zichzelf veilig gesteld. De namen van Daş, Halil Havar en Şevket Çubuk kwamen naar voren als de bazen van de Lucky-S. Het is een feit dat Havar en Çubuk ook een baas of bazen naast of boven zich moeten hebben gehad. Deze operatie heb ik persoonlijk gerealiseerd. Toen er plotseling een storm kwam opzetten, is de boot gezonken en was er geen enkele mogelijkheid om de schuldigen binnen te trekken.

In die periode was het ook niet mogelijk om goed contact te krijgen met Aziz Derviş en Hüseyin Baybaşin. Omdat er ook geen tastbare informatie uit de telefoontaps kwam, was de zaak al over en afgesloten voordat zij goed en wel was begonnen. In het bijzonder de kwestie van de Lucky-S en de relatie die deze boten met Bursa hadden, konden niet op een goede manier worden uitgezocht. Şeymuz Daş was in Bursa een gerespecteerd persoon. Hij had nauwe banden met de politiek en hij bezat een triljoen aan vermogen. Dat Baybaşin met deze beide zaken niets te maken had was toen ook al gebleken.

Voor mij is Hüseyin Baybaşin niet zomaar de eerste de beste naam. Zijn tweezijdige relatie met de Turkse staat, met de politici in Turkije, met belangrijke namen van de politie en hoogste militaire rechters was uiterst sterk. Af en toe waren er ook aanwijzingen dat hij tweezijdige betrekkingen onderhield met de staat. Echter, de Minister-President, de Directeur-Generaal van Politie en een aantal politici van die tijd stoorden zich aan de niet te stuiten opkomst van Baybaşin. Om die reden werd een bericht over de ontstane onrust aan de organisatie gestuurd. Ik wil het eigenlijk niet zeggen maar over een behoorlijk aantal van onze collega’s (medewerkers binnen de politie-organisatie) ontvingen wij berichten dat zij geld, roerende- en onroerende zaken op diverse namen hadden ontvangen van drugshandelaren, vrouwenhandelaren en bedrijfsleiders. Over een aantal mensen die een publieke functie bekleedden werden zelfs berichten in de kranten gepubliceerd.

Ik heb in Istanbul een keer gesproken met Ö. Çiller, we hebben in een restaurant gegeten. Hij heeft mij toen rechtstreeks medegedeeld dat hij zich werkelijk stoorde aan Hüseyin Baybaşin en dat hij wenste dat de familie Baybaşin, zijn verwanten en iedereen die contact met hem opnam werden geobserveerd en dat deze werkzaamheden ook absoluut moesten worden gedocumenteerd en in beeld moesten worden gebracht (met telefoontaps, foto’s en video-opnamen en dergelijken). Ik kon het onbehagen van Ö. Çiller indertijd niet begrijpen. Ik was toen niet in de luxe situatie om te kunnen zeggen dat hij dat niet moest doen, maar ik heb hem aangehoord, en op zeker punt moest ik ook het nodige doen. Özer Çiller was bijzonder geïnteresseerd in de MIT, en van Tolga Şakir Atik hield hij als van een zoon en als er iets gedaan moest worden maakte hij gebruik van Atik. Ik wist dat Ferruh Tankuş en Emin Aslan belang stelden in de kwestie Baybaşin en dat zij deze zaak op de voet volgden.

Als iemand Baybaşin nu eens in de gevangenis zou gooien, dan nog blijft overeind dat deze persoon in die jaren erg populair was en dat veel landen zich daardoor terughoudend zouden opstellen. Het was best mogelijk dat personen uit de onderwereld van diverse landen, regeringsfunctionarissen, Hüseyin in de gevangenis zouden willen laten gooien. Waarom? Wel, om de volgende reden: Zodra deze persoon de gevangenis in gaat, hebben zij vrij spel. Ziet u, de arrestatie van Hüseyin Baybaşin, het handelen van de personen die de operatie uitvoerden volgens instructies die zij van een aantal mensen en instanties hadden gekregen, de geldbedragen en persoonlijke vermogens die na afronding van deze zaken te voorschijn kwamen, geldbedragen die een ambtenaar normaal gesproken in zijn hele leven niet bij elkaar zou kunnen sparen, huizen, villa’s en hun afkomst hadden behoren te worden nagetrokken. Waarom is Tankuş uit zijn functie gezet? Ook de pers heeft hier geen aandacht aan besteed. Met betrekking tot deze zaken is naar mijn weten ook op de media behoorlijke druk uitgeoefend. Er is niet veel over geschreven. Alleen aan een aantal journalisten die een nauwe relatie hadden met de politie werd enige (schriftelijke) informatie verstrekt en zij schreven stukjes waarbij zij zich niet buiten de aan hen gegeven informatie begaven. Ik weet dat neven/nichten, echtgenoten en naaste familieleden van politici die aan de top van de regering stonden, en ook belangrijke bureaucraten en sommige ambtenaren van de MIT, wel erg veel interesse toonden voor de zaak Hüseyin Baybaşin.

Wij hadden de zaak Baybaşin als een geheel aangepakt. Op de telefoons van Hüseyin Baybaşin, zijn familieleden en de kring om hen heen waren inmiddels taps aangesloten. Deze werkzaamheden waren in die periode niet rechtmatig. Er bestond namelijk geen rechterlijke beslissing of iets dergelijks voor. Blijft over dat Ferruh Tankuş en Emin Aslan ieder afzonderlijk samenwerkten met de Nederlandse Internationale Onderzoeks Eenheid, het Interregionale Recherche Team, de Nederlandse politie en het ministerie van Justitie. Voor zover ik mij kan herinneren was er ook een nauwe samenwerking met politiefunctionarissen uit Spanje. Wij wisselden allerlei documenten en informatie uit waarover wij beschikten. Echter Turkije verstrekte alles wat men had tegen Hüseyin Baybaşin, zelfs de kleinste informatie, aan Nederland. Er hebben met betrekking tot Hüseyin Baybaşin zoveel verzoeken om technisch onderzoek plaatsgevonden dat zelfs de doodgewone dagelijkse gesprekken naar Nederland en naar de politie of gerechtelijke autoriteiten van andere landen die daarom vroegen, werden toegestuurd.

Ik ben er nog steeds niet achter wat Emin Aslan en Ferruh Tankuş met de zaak Baybaşin te maken hadden. Zij hebben beiden bijzondere inzet getoond. Er is veel geld als beloning gegeven. Volgens mij zijn er, zonder dat er echt serieus bewijs en bewijsstukken waren, slechts telefoongesprekken, enkele beelden en documenten met betrekking tot het onderzoek aan de zeer regelmatig langskomende Nederlandse politie gegeven. En wij hebben op de beide boten geen enkel naar Baybaşin leidend spoor aangetroffen. Het is mij nog steeds niet duidelijk hoe het hen is gelukt om deze man op grond van telefoongespekken levenslang gevangen te laten nemen. Wat mij betreft is de Nederlandse Internationale Onderzoeks Eenheid, het Interregionale Recherche Team absoluut fout voorgelicht. Nederland is uitgegaan van de technische observatie, de telefoontaps dus, en heeft gehandeld naar believen. Maar Baybaşin heeft in die jaren weinig gelegenheid gehad om iets te zeggen om zichzelf te verdedigen.

Özer Çiller placht te zeggen dat Baybaşin niet naar Turkije zou moeten komen. Dat was ook zijn eis voordat Baybaşin in Nederland werd opgepakt. Trouwens, enige tijd na deze besprekingen is de operatie in Nederland aangevangen. Ferruh Tankuş was na zijn opleiding in het buitenland bewust op de narcoticadienst geplaatst, op instigatie van de Directeur Generaal en uiteraard het Ministerie. Çiller had veel meer intensieve gesprekken met Mehmet Ağar, Tankuş en Aslan.

Een ander argument om het apparaat op te stoken was het idee dat Baybaşin de PKK zou helpen, dat hij MED TV ondersteunde, omdat bij het apparaat bekend was dat Baybaşin met zijn organisatie reclame maakte voor dat TV-kanaal. Emin Aslan en Ferruh Tankuş, maar in het bijzonder Aslan, gingen Baybaşin op een overdreven intensieve wijze volgen. In die jaren hebben politici en een aantal belanghebbende kringen met groothandelaren in drugs samengewerkt om Baybaşin de pas af te snijden en dat is hen ook gelukt. Stelt u zich eens voor, de officier van justitie van een land, speciaal opgeleide politiemensen, komen naar Turkije, zij laten de paarden rennen zoals zij dat willen, ons apparaat werd gebruikt voor een aantal van hun wensen en wij stonden erbij en keken er naar. Natuurlijk is er inmiddels nogal wat tijd verstreken. Het zou kunnen dat ik mij in de data kan vergissen, maar in het jaar 1995 of begin1996 hadden zij tweezijdige contacten met een aantal mensen van de Nederlandse politie en van de Nederlandse rechtspraak. Ik neem aan dat deze contacten gingen over nieuwe ontwikkelingen met betrekking tot Hüseyin Baybaşin, de betrekkingen in de organisatie, ze spraken zelfs over het gewicht van Baybaşin in de MIT en zijn betrekking tot het leger. Hoewel ik in die jaren officieel niet in deze zaak betrokken was, zat ik zelf toch ook in het onderzoek. Özer Çiller stond misschien ook wel onder druk van iemand anders of van een aantal belanghebbende kringen. Ik kon er wel van uit gaan dat hij niet wilde dat Baybaşin in Turkije zou zijn, dat hij sterk zou worden en dat hij een leider zou worden van zijn eigen groepering. Want in die jaren waren er in Turkije erg veel mensen die de handel in verdovende middelen in hun hand wilden houden.

De drugs waren zelfs doorgedrongen tot de politiek. In die jaren, ook weer voor zover ik weet, was T. Ş. Atık degene die de contacten tussen Baybaşin en de MIT en de staat overbracht aan Ö. Çiller. Hij gaf aan ons namelijk door tussenkomst van deze persoon zelfs zaken door waar ik niet van op de hoogte was.

Ferruh Tankuş had in de operatie Baybaşin een speciale taak. Hij was met veel bevoegdheden toegerust. Hij werkte met een voortreffelijk team. Ferruh Tankuş hechtte waarde aan de telefoontaps en liet camera-observaties verrichten in de zaak tegen Hüseyin Baybaşin. Hij heeft zo’n 21 maanden gefungeerd als directeur van de Narcotiadienst in Istanbul. Daarvoor had hij een tijd op de afdeling georganiseerde misdaad gewerkt. In die periode was deze zaak voor hem dus zijn voornaamste zaak, de andere zaken stelden volgens mij niet echt veel voor. De tijd dat Tankuş op deze functie heeft gezeten was volgens mij in de jaren 1995/96. Goed, maar waarom werd Tankuş benoemd als Directeur van Politie in het district Beyoğlu. Waarom? Er is iemand die voor die benoeming 4 miljoen dollar op zijn rekening heeft gekregen.

De bevindingen uit het door de inspecteurs van politie gevoerde onderzoek staan vast.
Een tweede feit is dat hij in 1995 in de provincie waar hij eerder heeft gewerkt een disciplinaire straf heeft gekregen van de Hoge Raad van Discipline wegens het aanknopen van betrekkingen met en belang hebben in georganiseerde misdaadinstellingen.
Een derde feit zijn de beschuldigingen met betrekking tot zijn persoonlijke levenssfeer. Over dit voorval had de Gouverneur van Istanbul Erol Çakir reeds belangrijke mededelingen gedaan. Bij mijn weten heeft het ministerie Tankuş overgeplaatst naar Niğde en is er daarna erg veel met hem gebeurd en is hij uit zijn functie gezet. Waarom is deze ontwikkeling achterhaald door de advocaten van Baybaşin? En dan hebben ze niet eens nagetrokken hoe en waarom Tankuş aan zijn zomerhuis in Kemal Sarıtaş Silivre is gekomen. Ik vind het niet juist dat de Politieorganisatie betrokken is bij dit soort zaken. Ik wil nog wel dit zeggen: Tankuş en E. Aslan zijn experts in hun taken in hun beroep. Zij zijn zeer goed opgeleid. De staat heeft veel geld uitgegeven voor hun opleiding in het buitenland. Tankuş is nadat hij de buitenland-opleidingen van het Ministerie van Binnenlandse Zaken had afgemaakt op deze functie gezet. Misschien is hij voor een korte periode ook nog wel belast geweest met andere werkzaamheden, maar bij mijn weten heeft dat niet lang geduurd. Daarna werden voorbereidingswerkzaamheden verricht voor de grote operaties. De ruwe informatie was merkwaardig en er werd begonnen met het omzetten van die merkwaardige informatie in ruwe informatie. In de zaak Baybaşin werden de telefoontaps, zonder de resultaten uit de inhoud daarvan af te wachten, doorgegeven aan de toenmalige Algemeen Directeur, en vervolgens zie je die informatie terug in de handen van de politieke arena. Ik was stomverbaasd, ik voelde dat er een wespennest achter zou kunnen zitten en ik heb mij op afstand gehouden.

Dan komen we aan de zaak J. Demmink…
De naam van die man heb ik erg vaak gehoord. Ik kan me de exacte datum niet meer herinneren maar in die jaren verzorgde onze veiligheidsdienst zijn beveiliging. In het verleden, ook al voor de jaren 1995, hoorde ik af en toe dat hij weer in Turkije was geweest. Ik vermoed dat hij een nauwe band met Turkije had, maar wij konden niet weten wat zijn bedoelingen waren, ik wilde het ook niet weten.

Voor zover ik weet is het wel zo dat hij onderzoek deed in de zaak Baybaşin en dat hij zich bezighield met onderzoek naar diens bezit en vermogen in Turkije en de plaats waar zijn roerende en onroerende bezittingen zich bevonden. Op dit moment wil ik geen namen noemen maar hij schijnt gesprekken te hebben gevoerd met de politici van destijds, leiders op het hoogste ministeriële niveau en met een aantal mensen van de MIT. Zelfs als tussen onze collega’s, die inmiddels uit de organisatie zijn omdat zij zijn gepensioneerd of die zijn overgeplaatst naar andere plaatsen, deze onderwerpen af en toe ter sprake kwamen, stelden wij elkaar de vraag wat die J. Demmink toch van plan was en waarom hij zich toch zo van nabij met Turkije bezig hield. Ik wil mij hier ook niet al te veel in verdiepen want de waarnemingen waren vaak niet erg chic, het ging om zaken die niet zouden moeten gebeuren. Maar helaas hebben sommige collega’s binnen onze organisatie voor deze persoon een aantal diensten verricht, u mag ze zelf benoemen. Zelfs in die jaren spraken wij al van een ’pedofiel’, mijn opvoeding staat mij niet toe om dit uit te spreken. Ik heb hem trouwens maar een of twee keer gezien en kort met hem gesproken, maar dat had geheel te maken met het onderzoek en, zoals ik al zei, ik zat niet in dat onderzoek.

Aan de andere kant gebeurde het regelmatig dat Ö. Çiller in de media over Baybaşin inhoudelijke verklaringen aflegde en zei dat aan het politieke leven van Tansu Çiller een einde zou komen en dat hij bovendien bang was dat er zelfs een proces van zou kunnen komen. In die tijd heeft Özer Çiller een groot deel van zijn werktijd aan dit belangrijke onderdeel gespendeerd. De belangrijke naam met betrekking tot Baybaşin en de ontwikkelingen die hebben plaatsgevonden, was Tankuş. Bekend was dat Demmink, wiens naam in Turkije in verband werd gebracht met seksschandalen, in de jaren 1995 tot 2000 met gebruikmaking van verschillende namen in Turkije is geweest. (het verhullen van iemands werkelijke identiteit is iets dat om veiligheidsredenen wel vaker gebeurde) De politie in Istanbul verleende hem vanzelfsprekend beveiliging, zowel bij zijn officiële als ook bij zijn niet officiële bezoeken. Met die zaken hield de afdeling beveiliging zich bezig. Wij deden het nodige voor zijn officiële en zijn privébezoeken. Demmink was ook nauw betrokken bij de zaak Baybaşin. Ik had gehoord dat Tansu Çiller diverse malen met het Nederlandse Ministerie van Justitie heeft gesproken.

Het heeft uiteraard een behoorlijke schok veroorzaakt dat Baybaşin de naam van Tansu Çiller in verband bracht met de drugshandel. Maar ik ben zelfs niet in staat om te beoordelen of deze uitspraak op waarheid berust of niet. Maar kijk, ik zal iets zeggen, ik weet niet of dit juridisch mogelijk is of niet. De besprekingen tussen Ferruh Tankuş en Demmink, Tankuş en Hillenaar en alle besprekingen met de buitenlandse politiemensen die vanuit Nederland naar Turkije zijn gekomen, zijn opgenomen op geluidsbanden met de bedoeling dat ze later zouden kunnen worden ontcijferd. Dit was niet met slechte bedoelingen, er werd op deze wijze gewerkt om eventuele problemen met betrekking tot de vertalingen van die besprekingen te kunnen achterhalen en en om meer duidelijkheid te krijgen over wie wat heeft gezegd. Mogelijk zijn die geluidsopnamen nog steeds aanwezig bij de politie.

Nu ik er aan denk, wil ik u ook wijzen op het voorval bij Kapikule in Edirne, namelijk de zaak van de 22 kilo heroine die daar zijn onderschept, was ook een raadsel. Er zijn verklaringen opgenomen van Roemenen die geen Turks kenden. Er is de mannen een stuk voorgelegd, er werd gezegd dat ze moesten ondertekenen en zij hebben het ondertekend. Als U de politiefunctionaris die de vertaling heeft gemaakt zou kunnen achterhalen en met hem/haar zou spreken ben ik ervan overtuigd dat die ook verschillende dingen zou kunnen vertellen. Op het stuk is een handtekening gezet alsof het naar het Roemeens was vertaald en dat stuk is met spoed naar het Nederlandse Ministerie van Justitie gestuurd. De politie was niet eens in staat om een Roemeense vertaling te maken, degene die het zou vertalen zou beëdigd moeten zijn.

Het berechtingsmechanisme van de Nederlandse rechtbanken en zelfs van de meest achtergebleven landen in de wereld zal zowel voor doodgewone zaken als voor de meest belangrijke zaken eerlijk en rechtvaardig moeten werken. Dat is trouwens eveneens een vereiste voor de superioriteit en de onafhankelijkheid van de rechtspraak. Een Nederlandse rechtbank mag geen partij zijn in een zaak waarin met Turkije onderhandelingen hebben plaatsgevonden onder het mom van het landsbelang. Als er sprake is van een delict, behoort dat zeker te worden bestraft, maar een niet gepleegd delict mag niet worden bestraft…

Het geheel heeft inmiddels plaatsgevonden en is afgewerkt. Als de Nederlandse rechtbank gewild zou hebben, had zij een speciaal team kunnen formeren en in Turkije serieus onderzoek kunnen laten doen bij de rechtbanken naar zaken met betrekking tot de affaire Baybaşin. Zij had dan op een fatsoenlijke manier documentatie kunnen vergaren. Als het in deze zaak niet om Hüseyin Baybaşin maar om iemand anders zou zijn gegaan, had men hem zelfs geen dag vast kunnen houden. Niemand zou dat zelfs maar gedurfd hebben.

De zaak Ferruh Tankuş is een verhaal op zich. Ik heb het u verteld. Ik ben erg benieuwd naar wat de Directeur van de Narcoticadienst aan de Turkse vleugel, Ferruh Tankuş, die in Turkije uit zijn functie is gezet nadat hij voor een aantal delicten en op grond van een aantal beschuldigingen was veroordeeld door zowel de straf- als de bestuursrechter, allemaal heeft gedaan in de zaak waaraan het Nederlandse ministerie van justitie zo’n groot belang hechtte, waarin een operatie is uitgevoerd in samenwerking met de politieorganisaties van vijf landen, en naar de waarde die de Nederlandse rechtbank hieraan zal hechten. Zal die zeggen ‘wat kan ons dat schelen?’ Dit is wat ik te zeggen heb.

Ceterum censeo Joris D. strafrechtelijk… wordt vervolgd.

Share and Enjoy:
  • NuJIJ
  • Twitter
  • Facebook
  • Hyves
  • RSS
  • email

1 Reactie op “Baybasin, Kazmali en Necdet Menzir”

  • zdkdick:

    Van de week zag en hoorde ik tweede Kamerlid Madeleine van Toorenburg (CDA)over het veelvuldig tappen o.a. voor zeden zaken.
    Is zij naïef, weet zij van deze zaak?

    Ik begreep dat in de zaak van Steve Brown en koud bloed de rijksrecherche aan de slag is gegaan.
    Een advocaat welke bewijzen van lekken van politie bronnen presenteerde. Ik moest daarbij ook denken aan meneer aardappel, kan die nog goed slapen?

Recente reacties