Archief
Artikelen

Op maandag 26 oktober j.l. was de slotzitting in het civiele proces van Robert Hörchner en zijn partner Annelies Pijnenborg tegen de Staat der Nederlanden. Hörchner en Pijnenborg hadden als eisers gevraagd om een schadevergoeding wegens onrechtmatige overheidsdaden, te weten een strafrechtelijke vervolging op grond van niet bestaand bewijsmateriaal. Robert en Annelies zijn begin 2000 gearresteerd op verdenking van het leiding geven aan een XTC-bende. De criminelen hadden echter buiten medeweten van Hörchner en Pijnenborg het leegstaande bedrijfspand van Hörchner betrokken en daar een XTC-laboratorium in gevestigd. Het bedrijfspand van Hörchner moest dienen als tijdelijk onderkomen, omdat het vorige onderkomen van de bende door de eigenaar zou worden verkocht en daarom door een makelaar zou worden getaxeerd. De bende had reeds een nieuw onderkomen gevonden, dat op 1 december 1999 zou worden betrokken. Maar de taxateur kwam eerder, dus nogal ongelegen. Omstreeks half november moest de bende daarom wegwezen. Ze verplaatsten het laboratorium naar de bedrijfshal van Hörchner, maar ze werden toen reeds maanden gevolgd door de recherche. De politie was op de hoogte van deze verhuizing, maar Robert en Annelies wisten van niets.

Hörchner had de sleutels van het pand gegeven aan John H., een betrouwbare zakenrelatie. John H. is meubelfabrikant en voormalig inspecteur van politie, een man van onbesproken gedrag voor wie Hörchner de bekleding van kussens en meubels produceerde. Ook hij is vervolgd in de XTC-zaak, maar hij werd vrijgesproken. Ook hij had helemaal niets te maken met die XTC-bende, die zich voordeed als meubelverkopers. Zijn compagnon Rob van V. had de laatste machine van Hörchner gekocht, een snijtafel van 30 meter lengte, en deze bevond zich nog in de bedrijfshal toen Robert naar Polen vertrok. Afgesproken was dat Annelies de sleutels zou terugkrijgen zodra de snijtafel was gedemonteerd en verhuisd. Ondanks herhaalde telefonische verzoeken kreeg ze de sleutels echter niet terug. Op 16 november 1999 ging ze naar de bedrijfshal en trof daar volslagen onbekende mannen aan die haar de toegang weigerden. Dit heeft ze ook aan de politie verteld. Later beweerde het OM dat Annelies op 16 november was geobserveerd toen zij de bedrijfshal betrad. Op grond van deze verzonnen observatie, waarvan het OM reeds heeft toegegeven dat deze nooit heeft plaatsgevonden, werd Annelies in januari 2000 gearresteerd.

Robert bevond zich op dat moment weer in Polen en de twee dochters, een tweeling van toen 16 jaar oud, werden zonder enige opvang thuis achtergelaten. Tegen Annelies werd gezegd dat ze maar beter snel kon bekennen, want de kinderen waren volledig overstuur. Toen Robert zo vlug mogelijk terugkwam uit Polen, werd Annelies vrijgelaten en Robert ingesloten. Het bewijs van zijn medeplichtigheid zou blijken uit een getapt telefoongesprek tussen de compagnons H. en Van V., de meubelfabrikanten. Het proces verbaal van deze telefoontap, opgemaakt door het hoofd van de tapkamer André van R., bleek echter ver bezijden de waarheid. In het hele gesprek kwam geen enkele zinsnede voor die voor Hörchner belastend zou kunnen zijn, terwijl in het proces verbaal woorden die aanvankelijk onverstaanbaar werden genoemd, waren ingevuld op een manier die zou kunnen leiden tot een vermoeden van schuld van Hörchner. Dat deze woorden nooit zijn gebezigd, hebben zowel H. als Van V. in een beëdigde verklaring bij de notaris laten vastleggen. Wat er werkelijk gebeurde, was dat er een medewerker van Van V. het kantoor binnenkwam met een order, waarop Van V. de hoorn tussen zijn schouder klemde, even een pen pakte, de order tekende en de medewerker de opdracht gaf om dit meteen af te handelen. Vandaar het onverstaanbare gedeelte van de tap.

De rechtszitting verliep vlot, dit mede dank zij de voorzitster van de rechtbank die uitstekend leiding gaf en die de advocaten, die beurtelings het woord mochten voeren, slechts onderbrak als ze iets niet goed begreep. Een civiele procedure verloopt voornamelijk schriftelijk, al blijkt het tegenwoordig gebruikelijk om tot slot de partijen op te roepen voor een mondelinge toelichting. Bijzonder in deze zaak was wel dat Hörchner en Pijnenborg na afloop van het wisselen van de schriftelijke stukken (de zogenaamde conclusies van eis, van antwoord, van repliek en van dupliek) alsnog in staat waren gesteld om nieuw bewijsmateriaal in te brengen. De reden was dat ze als eisers op alle mogelijke manieren hadden geprobeerd om de originele geluidsopname van de vervalste tap in handen te krijgen, maar dat dit hen werd geweigerd op grond van de privacy van de compagnons H. en Van V.. Een dergelijke weigering komt wel erg heftig in strijd met artikel 6 lid 1 EVRM, dat zegt dat een ieder recht op een eerlijke en openbare behandeling van zijn zaak. De verdediging moet dan wel kunnen beschikken over alle bewijzen die door de openbare aanklager worden ingebracht.

Uiteraard zouden Robert en Annelies zich op grond daarvan hebben kunnen wenden tot het Europese Hof, maar dat kost veel tijd en heel veel geld. In plaats daarvan heeft Robert zijn zakenvrienden John H. en Rob van V. gevraagd om de telefoontap op te vragen. Die smoes van de privacy ging voor hen natuurlijk niet op, al heeft het geduurd tot 22 mei 2007 voor het OM zich gedwongen zag om de tap vrij te geven. Deze tap is daarna door deskundigen beluisterd en geanalyseerd. Pikant detail is echter dat onze valse tapper in april 2007 de media heeft benaderd met het verhaal dat Hörchner wel degelijk een gewiekste en door de wol geverfde drugscrimineel was. Een wakkere journalist van het Katholiek Nieuwsblad heeft dat telefoongesprek opgenomen, hetgeen resulteerde in een telefoontap van drie kwartier, waarin de inspecteur verklaarde dat hij wel vaker sjoemelde met bewijzen en dat hij dat ook in dit geval had gedaan omdat hij overtuigd was van de schuld van Hörchner. Ook bleek uit dit gesprek dat hij PR de Vries had benaderd met zijn volledig foute verhaal. Omdat de rechtbank reeds in een tussenvonnis had bepaald dat Hörchner nog nieuwe bewijzen mocht inbrengen, behoort de tap van die valse tapper nu tot de processtukken.

Bijzonder was ook dat Robert tot slot van de zitting nog even het woord mocht voeren. Hij had zijn toespraak goed voorbereid en op papier gezet. Hörchner blijft hameren op het algemene belang dat met deze zaak gediend is. Hij en zijn partner vechten niet alleen voor zichzelf, zij begrijpen maar al te goed hoe zij met hun gevecht het belang van de rechtsstaat dienen. Uit hun geschiedenis blijkt hoe deze rechtsstaat wordt ondergraven door een verregaande corruptie bij justitie.

In de huidige procedure gaat het uitsluitend om de vraag of de strafrechtelijke vervolging op grond van fictief bewijsmateriaal rechtmatig of onrechtmatig is. Het gaat dan om een observatie die aantoonbaar nooit is gepleegd en een telefoontap die aantoonbaar verkeerd is uitgewerkt. Mocht de rechtbank besluiten dat het verzinnen van bewijsmateriaal door een inspecteur, met het oogmerk om iemand strafrechtelijk te vervolgen, een onrechtmatige daad is, dan hebben Hörchner en Pijnenborg recht op schadevergoeding. Alleen de hoogte daarvan moet dan nog worden bepaald. Mocht de rechtbank echter besluiten dat het verzinnen van bewijsmateriaal door de recherche in dit geval niet onrechtmatig is, dan zijn we allemaal in de aap gelogeerd. Dan zou namelijk iedereen strafrechtelijk kunnen worden vervolgd (en veroordeeld!) op grond van door de recherche verzonnen, niet bestaande bewijzen. Wij kunnen dan nog slechts hopen dat Hörchner en Pijnenborg tegen dat vonnis hoger beroep aantekenen, opdat dit geen jurisprudentie wordt!

Na afloop van de zitting heeft Robert Hörchner een interview afgestaan aan Rob Brockhüs van de Sociale Databank Nederland. In dat interview leest hij de verklaring voor die hij voor de rechtbank heeft afgelegd, waarbij hij een en ander nog nader toelicht. Let daarbij ook op de zinsnede waarin Robert vertelt dat in het hele dossier van de rechtszaak tegen deze bende geen enkele verklaring zit waaruit blijkt dat aan de bendeleden is gevraagd wat de rol van Hörchner was, terwijl hij toch werd vervolgd wegens het leiding geven aan deze XTC-criminelen!

Tot slot nog een positief geluid: de zitting eindigde met de mededeling van de voorzitster van de rechtbank dat de uitspraak zal volgen over slechts zes weken! We kunnen die uitspraak volgens haar reeds verwachten op 9 december van dit jaar, wel een soort unicum in de trage civiele rechtspleging!

Deze video van SDN duurt 15 minuten.

En dan nog even over BOUblog en de verbouwing van mijn werkkamer: De eerste stofwolk is opgetrokken en BOUblog staat nu even weer open voor reacties. Er volgen echter nog meer stofwolken en mijn hele kantoor is nog steeds verpakt in plastic. Ook moet ik nog veel verven en zo voort. Kortom: het wordt wel mooi, maar het is nog lang niet af.

Wie hier voor het eerst reageert, zal moeten wachten op mijn goedkeuring en dat kan soms even duren. Wie hier reeds bekend is als reageerder ziet de reactie wel onmiddellijk geplaatst, maar het kan even duren voor ik hem kan lezen. Ik verzoek u daarom om geduld.

Overigens ben ik van mening dat Joris D. strafrechtelijk moet worden vervolgd.

Share and Enjoy:
  • NuJIJ
  • Twitter
  • Facebook
  • Hyves
  • RSS
  • email

1 Reactie op “Hörchner en Pijnenborg tegen de Staat”

  • zdkdick:

    Bou,

    Nogmaals bedankt voor deze berichtgeving.

    Ik kon het niet aan om maandag aanwezig te zijn, heb pas woensdag de eerste info gezien, deze zaak is voor mij heel aangrijpend.

    Ik hoop, dat het hier rechters zijn van het kaliber TOMPOES.

    Bijzonder dat opnieuw mr. Cees Korvinus, welke zowel bij TOMPOES de kat de bel aangebonden heeft, als hier veel betekend heeft…

    De raadsheren welke niet wilden geloven dat dit soort manipulaties door foute rechercheurs al dan niet onder leiding van hooggeplaatsten kunnen plaatsvinden, moeten zich onrustig gaan voelen. Evenals JDCONTROL…

Laat een reactie achter

Recente reacties