Archief
Artikelen

(illustratie: Huseyin Baybasin)

In de zaak Baybasin gaat het niet om een gerechtelijke dwaling, maar om een complot dat zou zijn gesmeed door geheime diensten en uitgevoerd door de Nederlandse justitie. Baybasin is een politieke gevangene, die op verzoek van Turkse criminele politici op grond van vervalst bewijsmateriaal in Nederland werd veroordeeld tot levenslang. Aan de basis van dit complot ligt het vermoeden (of het feit) dat de SG van justitie door Turkije kon worden gechanteerd met pedofiele seks. Het zou daarbij gaan om een feest in de Turkse badplaats Bodrum, in 1995. Dat bleek in 2007 uit een aflevering van EenVandaag.

EenVandaag 13 april 2007 duurt 10 minuten.

Geen maatregelen, wel onderzoek
sitestat

De aangifte tegen Joris D. werd door het OM niet onderzocht, maar in Turkije wilde Burhan Kazmali, een gerenommeerde journalist, het naadje van de kous weten. Uit de verklaringen van Mustafa Y. en de politieman Mehmet K. tegenover Kazmali blijkt dat Mustafa Y. in 1995 met Joris D. naar Bodrum is gereisd, op de voet gevolgd door de Turkse geheime dienst. Mustafa was niet aanwezig op het feest, want eenmaal in Bodrum werd hij weggestuurd, maar Joris D. was in 1995 wel degelijk in Bodrum. Inmiddels heeft Mustafa Y. zowel in Nederland als in Turkije aangifte gedaan tegen Joris D. wegens pedofilie. We hebben reeds gezien hoe het afliep met de aangifte van Frank L. in 2003. Zal het Mustafa Y. beter vergaan?

In de beschikking op art. 12 Sv. zegt het Gerechtshof Den Haag:

De complottheorie die klager ten grondslag legt aan zijn stelling dat hij ten onrechte is veroordeeld kan evenmin een reden zijn om een eigen, rechtstreeks belang van klager aan te nemen bij de vervolging van zedendelicten die door beklaagde Demmink zouden zijn begaan.
Een en ander leidt tot de conclusie dat klager wat betreft dit onderdeel van het beklag kennelijk niet-ontvankelijk is.
7. Gelet het hiervoor overwogene zal eerder genoemde enveloppe met persoonsgegevens ongeopend aan de raadsvrouw van klager worden geretourneerd.

We hebben reeds gezien dat deze invulling van het begrip “rechtstreeks belanghebbende” veel nauwer is dan die van de Hoge Raad en de Wetgever. Het is dus een bewuste keuze van het hof, om Baybasin op dit punt niet ontvankelijk te verklaren, zodat men het bewijsmateriaal omtrent de pedofilie van Joris D. zelfs niet hoefde in te zien. Laten we eens kijken wat Advocaat Generaal L. Ph. den Hollander daarover zegt in zijn advies aan het hof Den Haag. Dat begint onderaan p. 9.

F.4. Betreffende Demmink geldt voorts het volgende met betrekking tot het bewijs van de gestelde zedendelicten.

F.5. Zijn naam wordt in de bij het klaagschrift gevoegde verklaring van de journalist Kazmali uitsluitend in zeer algemene termen in verband gebracht met pedofilie. “Bekend” zou volgens Kazmali zijn dat Demmink, wiens naam in Turkije in verband werd gebracht met seksschandalen, in de jaren 1995 tot 2000 met gebruikmaking van verschillende namen in Turkije is geweest. Waarom dat bekend is en welke concrete bronnen daarvoor zijn, blijkt uit de verklaring van Kazmali niet, evenmin als daarin van enig concreet feit sprake is.

De AG gaat hier voorbij aan de zelfstandige onderzoeksplicht van het OM inzake misdrijven. Niet Kazmali moet dit verklaren, maar het OM moet dit onderzoeken!

Mehmet K., die volgens Kazmali oud-politieman zou zijn, verklaart tegenover hem dat hij in 1995 of 1996 een jongen van 14 of 15 jaar oud bij Demmink zou hebben gebracht, dat deze de liefde zou willen bedrijven met een persoon van het mannelijk geslacht en dat die jongen later tegen K. heeft gezegd dat ze samen waren geweest en sex hadden bedreven. Opmerkelijk is wat K. vertelt over de wijze waarop hij, K., die jongen als minderjarig drugsverslaafd straatkind met ervaring in diefstallen en homosexuele penetraties is gaan ophalen aan de stadsmuren, om zo Demmink te gerieven, voor wie hij in opdracht van zijn chef alles moest doen wat die vroeg. Voor een politieman is dit immers uiterst laakbaar en onwaarschijnlijk gedrag, dat naar Turks recht ongetwijfeld ook strafbaar is.

De vraag is dan, waarom een oud-politieman een valse bekentenis zou afleggen van uiterst laakbaar en zelfs strafbaar gedrag. Die vraag wordt door de AG echter niet gesteld. Mehmet K. werd naar eigen zeggen geplaagd door zijn geweten. De AG heeft niet onderzocht of er soms andere motieven in het spel zijn. De verklaring van Mehmet K. ging ongezien retour afzender.

Kazmali zou met de betreffende jongen in contact zijn gekomen. Onduidelijk is hoe en eveneens is onduidelijk of deze jongen de waarheid spreekt en waarom hij pas nu met dit verhaal komt. De feiten zouden zich immers tenminste 10 jaar vóór zijn verklaring aan Kazmali moeten hebben afgespeeld in het licht van het door K. aangegeven tijdvak. Het zou gaan om ene Mustafa Y., die in 2007 verklaart dat hij, toen hij 12-13 jaar oud was, met een persoon, van wie hij later hoorde dat die J.D. heette en in Nederland een belangrijk persoon was, in bed is gegaan en door die persoon onophoudelijk is gestreeld en gekust. Vervolgens doet hij mededelingen over “deze gemeenschap” en een “dergelijke gemeenschap”, waarbij verder niet blijkt wat precies onder dit begrip moet worden verstaan.

Dat deze feiten pas ruim 10 jaar na dato aan het licht komen, is bij pedofilie wel vaker het geval. De slachtoffers zijn zowel jong als getraumatiseerd, ze schamen zich en willen de gebeurtenissen het liefst vergeten. Daarom kent de wet voor hen een speciale regeling omtrent de verjaring. Naar eigen zeggen was Mustafa 12 of 13 jaar oud. Van toepassing is dan art. 245 Sr. en op dat delict staat een straf van ten hoogste 8 jaar.

Art. 70 Sr. lid 3 zegt: Het recht tot strafvordering vervalt door verjaring in twaalf jaren voor de misdrijven waarop tijdelijke gevangenisstraf van meer dan drie jaren is gesteld. En art. 71 Sr. zegt: De termijn van verjaring vangt aan op de dag na die waarop het feit is gepleegd, behoudens in de volgende gevallen: lid 3°: bij de misdrijven omschreven in de artikelen 240b, 242 tot en met 250 en 273a, en gepleegd ten aanzien van een persoon die de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, op de dag na die waarop die persoon achttien jaren is geworden.

Mustafa Y. is geboren op 6 juni 1982, in juni 2000 werd hij 18 jaar oud. Op dat moment begon de verjaringstermijn van 12 jaar. Volgens de wet had Mustafa nog tot 7 juni 2012 de tijd voor het doen van aangifte! Dat er bij pedofilie meestal pas ruim 10 jaar na dato aangifte wordt gedaan, is een feit van algemene bekendheid. De wetgever hield daar rekening mee, maar de AG misbruikt dit tijdsverloop desondanks als drogreden. Dat Mustafa de seksuele handelingen niet nader omschrijft, vloeit voort uit de hoge schaamtegrens in de moslimcultuur. Zelfs het woord “flikker” is daar taboe!

Het advies zegt vervolgens:
In het Aanvullend rapport worden verder geen concrete feiten over Demmink genoemd, maar slechts algemeenheden en geruchten.
Blijkens de brief van zijn advocaat ontkent Demmink de onderhavige beschuldigingen en verklaart hij na 1986 niet meer in Turkije te zijn geweest (bijlage 17 bij het klaagschrift). De ter bestrijding daarvan door klager overgelegde onduidelijke copiën van deels doorgehaalde documenten, die afkomstig zouden zijn van de Gouverneur van Istanbul en betrekking zouden hebben op de Nederlandse “officier van justitie” Joris Demmink – een onjuiste persoonsvermelding derhalve -, kunnen als bewijs van het tegendeel niet overtuigen, te minder nu in één daarvan nu juist wordt vermeld dat het noodzakelijk is dat de mate van juistheid van vernomen geruchten wordt onderzocht.

Over dat Aanvullend rapport zullen we het nog hebben, maar het lijkt me dat ook hier het OM een zelfstandige onderzoeksplicht heeft. Wordt het OM daarop gewezen, dan pareert de AG dit met: kennelijk kun je het niet bewijzen, dus wèg ermee!

F.6. Het bovenstaande overziende kunnen de mededelingen van Kazmali zelf en in het Aanvullend rapport onvoldoende aanwijzingen vormen voor door Demmink in Turkije concreet gepleegde zedendelicten. De verklaring van K. roept een groot aantal vraagtekens op. Zo zegt hij tegenover Kazmali dat hij in opdracht van zijn (politie)baas alles moest doen wat Demmink vroeg. Op diens verzoek is hij voor Demmink een jongen gaan zoeken, heeft hij die ook gevonden en vervolgens bij Demmink gebracht.

Aldus zou de Turkse politie dus actief en in de rol van souteneur betrokken zijn geweest bij door Demmink gepleegde zedendelicten. Dan valt er niet veel meer te chanteren met dit gedrag van Demmink, want dan zitten hij en de Turkse politie in hetzelfde schuitje. Onderdeel van de complottheorie in het klaagschrift is echter nu juist dat Demmink met deze feiten werd gechanteerd en dáárom samen met de Turkse autoriteiten misdrijven tegen klager heeft gepleegd. Ik zet dan ook grote vraagtekens bij de geloofwaardigheid van het verhaal van K.

Dat de getuigenis van K. ongeopend retour zou gaan, dat wist de AG toen nog niet. Maar zijn “pot verwijt de ketel”-argument snijdt ook geen hout. Dat een oud-politieman deze bekentenis nu pas aflegt, maakt nog niet dat Joris D. tien jaar geleden niet chantabel was. Hij is immers niet zozeer betrapt op seks met Mustafa Y., maar op dat seksfeest in Bodrum! De chantage ging ook niet uit van de politie, maar van de geheime dienst.

Terwijl toch algemeen bekend is dat juist de straatkinderen en tehuis-kinderen vaak het slachtoffer worden van pedofielen, zegt de AG tot slot nog dat je de verklaring van een straatkind vooral niet moet geloven:

En als het bij Mustafa Y. inderdaad ging om een jongen, die in de hiervoor genoemde omstandigheden verkeerde, is er alle reden om ook de grootst mogelijke reserves te hebben over het waarheidsgehalte van diens verklaring.

F.7. Gelet op het voorgaande acht ik ook de aangedragen bewijsrechtelijke basis voor door Demmink gepleegde zedendelicten zodanig te smal, dat de klacht op dit punt kennelijk ongegrond is.

De bewijsrechtelijke basis moet echter niet worden geleverd door degene die aangifte doet, maar door het OM. Als met iedere aangifte van pedofilie zo lichtzinnig werd omgesprongen, dan werd Joep M. nu niet zo hinderlijk gevolgd. Kijken we tot slot nog even naar een oude aflevering van EenVandaag, dan kunnen we slechts tot deze schrikbarende conclusie komen: tegen hoge ambtenaren van justitie staat de Nederlandse politiek kennelijk machteloos! Mustafa Y. heeft echter ook in Turkije aangifte gedaan. En nu maar wachten tot de Turken komen…

EenVandaag 13 juni 2007 duurt 6 minuten.

Ceterum censeo Joris D. strafrechtelijk… wordt vervolgd.

Share and Enjoy:
  • NuJIJ
  • Twitter
  • Facebook
  • Hyves
  • RSS
  • email

2 Reacties op “Mustafa Y. en het advies van AG Den Hollander”

  • billy:

    het pobleem is de absolute corrupte politiek. Wie heeft er gevraagd om deze almachtige bestuurders, die meer besturen dan ze aankunnen. Politiek is tegenwoordig een baan ipv en roeping het land te dienen. Van deze proletariers moeten we af om de wegen naar een menswaardig bestaan te verkrijgen.

    Mr. Bou deze reactie hoort bij het zonne – energie artikel. Sorry als het verkeerd staat.

    Billy

  • Beste Billy, het staat niet echt verkeerd. Het is allemaal dezelfde machtspolitiek. We leven nu eenmaal in een overgangstijd. Als macht de belangrijkste factor blijft, dan ziet het er somber uit. Maar als we allemaal de beschikking zouden kunnen krijgen over onze energie en ons eigen leven, dan denk ik dat er VREDE in het verschiet ligt.
    VREDE, wie zou daar niet voor kiezen? Ik hoop dat we een einde kunnen maken aan de huidige machtspolitiek. Want macht en vrede gaan nou eenmaal niet samen.

Recente reacties