Archief
Artikelen

Baybasin 25
(illustratie: Huseyin Baybasin)

Nadat het Hof den Haag het beklag van Baybasin op grond van art.12 Sv tegen het niet vervolgen van Joris D. in de doofpot had gestopt, wilde ik graag weten op grond van welke argumenten. Daarom vroeg ik de advocate van Baybasin argeloos om de stukken. Haar antwoord vond ik wonderlijk: deze uitspraak is niet openbaar! Helaas, daarom kreeg ik de stukken niet. Die weigering vormde voor mij een bron van vragen. Waarom mag ik die uitspraak niet lezen en bespreken? Iedere gerechtelijke uitspraak is toch openbaar?

Mr. Adèle van der Plas was zo genereus om deze vragen te beantwoorden, waarvoor mijn dank. Zelf zal ik haar toelichting aanvullen met een uitleg van de wetsartikelen.

Artikel 12 Sv geeft zowel aan personen als rechtspersonen de mogelijkheid om zich bij het gerechtshof te beklagen over het niet vervolgen van strafbare feiten. Zij moeten dan een rechtstreeks belang hebben bij de vervolging. Zo niet, dan worden ze niet ontvankelijk verklaard. In dat geval gaat het klaagschrift ongeopend retour afzender.

De daarop volgende artikelen gaan over de procedure.
Art. 12 a Sv zegt dat het klaagschrift eerst naar de advocaat generaal gaat, die daarop een advies uitbrengt aan het hof.
Art. 12 b Sv zegt dat het hof moet controleren of de klager zich heeft gewend tot het juiste hof. Zo niet, dan wordt de klacht automatisch doorgestuurd naar het juiste hof en in sommige gevallen naar de Hoge Raad. In dit geval was het hof Den Haag de bevoegde instantie.
Art. 12 c Sv zegt dat de klacht niet verder hoeft te worden onderzocht als de klager kennelijk niet ontvankelijk is, of als de klacht kennelijk ongegrond is. Niet ontvankelijk is een klacht van iemand die geen belang heeft bij de vervolging. Kennelijk ongegrond is een klacht die wordt ingediend zonder enig bewijs, of met wat flauwe kul argumenten.
Heeft de klacht deze toets doorstaan, dan zegt art. 12 d Sv dat de klager door het hof moet worden gehoord.
Art. 12 e Sv zegt dat het hof ook de persoon kan oproepen om wiens vervolging wordt gevraagd, maar dat hoeft niet. Hier heeft het hof de vrijheid om daar zelf over te beslissen.
Art. 12 f Sv zegt dat zowel de klager als de beklaagde het recht hebben om zich te laten bijstaan door een advocaat. Ook hebben ze het recht op inzage in de stukken, maar daar kan een uitzondering op worden gemaakt door de voorzitter van het hof, of uit eigen initiatief of op verzoek van de AG. Dit besluit kan worden genomen op grond van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, de opsporing of vervolging van strafbare feiten of in het algemeen belang.

Mr. Adèle van der Plas had de stukken ontvangen, zo maakte ik uit haar antwoord op. Maar ze mag me die uitspraak niet toesturen, want hij is niet openbaar. Daar begreep ik niets van. De voorzitter van het hof had immers niet besloten dat Baybasin ze niet mocht ontvangen, terwijl art. 12 f Sv daar wel de gelegenheid toe bood.

Mr. Adèle hielp me echter uit de droom. Doorbladerend in het Wetboek naar art. 22 lid 1 Sv: De behandeling door de raadkamer vindt, tenzij anders is voorgeschreven, niet in het openbaar plaats. Er is in dit geval niet anders voorgeschreven, ergo: het proces is geheim! En dat blijkt ook te gelden voor de uitspraak. Art. 24 lid 1 Sv: De beschikking van de raadkamer is met redenen omkleed. Indien openbare behandeling door de raadkamer is voorgeschreven, wordt zij in het openbaar uitgesproken. Er is geen openbare behandeling voorgeschreven, ergo: ook de uitspraak is geheim!

Dit strijdt nogal met mijn rechtsgevoel, maar wellicht ook met art. 6 EVRM: Recht op een eerlijk proces. Lid 1 zegt: Bij het vaststellen van zijn burgerlijke rechten en verplichtingen of bij het bepalen van de gegrondheid van een tegen hem ingestelde vervolging heeft een ieder recht op een eerlijke en openbare behandeling van zijn zaak, binnen een redelijke termijn, door een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat bij de wet is ingesteld. De uitspraak moet in het openbaar worden gewezen, maar de toegang tot de rechtszaal kan aan de pers en het publiek worden ontzegd… etcetera.

Dat er in sommige gevallen kan worden besloten dat er geen pers of publiek aanwezig mag zijn in de rechtszaal, dat wist ik wel. Het geldt bij voorbeeld voor zedenzaken waar minderjarigen bij betrokken zijn. Maar de gerechtelijke uitspraak hoort toch openbaar te zijn? Ik heb nooit beseft dat daar uitzonderingen op bestaan…

Mr. Van der Plas schreef me echter:
Dat hier sprake is van artikel 6 lid 1 EVRM is i.c. niet zo makkelijk te verdedigen, behalve als ik zou stellen dat het i.c. om een burgerlijk recht van mijn cliënt gaat om D. cum suis in casu te laten vervolgen. Zo’n stelling zou ook weer de inzet van een juridische strijd kunnen vormen. Let op, er lopen op dit moment al diverse procedures voor cliënt. En er zijn punten waarop ik sneller en preciezer zal kunnen gaan scoren voor cliënt, zo is mijn inschatting.

Voor mij als advocaat geldt echter nog een extra obstakel dat vrij recent in het tuchtrecht is geïntroduceerd, te weten gedragsregel 10, lid 2:

“In een strafzaak verstrekt de advocaat geen afschrift van processtukken aan de media. De advocaat is terughoudend met het geven van inzage in die stukken”

Ik wil de tegenpartij iedere onnodige gelegenheid onthouden mij weer uit te putten met aanvallen die de aandacht van de hoofdzaak afleiden. Ik wil mij nu gewoon concentreren op een snelle ontknoping in deze zaak en een spoedige invrijheidstelling van mijn cliënt.

Voor dat standpunt heb ik begrip. Zou mr. Adèle van der Plas mij de stukken toesturen, dan kan ze problemen krijgen met de Orde van Advocaten. Als ze wil dat publicatie mogelijk wordt, dan zal ze (volgens haar op vrij zwakke gronden) een beroep moeten doen op het Europees verdrag voor de Rechten van de Mens en als uiterste consequentie moeten procederen bij het EHRM (Europees Hof voor de Rechten van de Mens) in Straatsburg. Dat kan dan weer jaren duren, het vergt tijd en energie die ze beter kan besteden aan de procedures die nog lopen. Hoewel ik het spijtig vond, moest ik me er bij neerleggen.

Enige dagen later ontving ik een brief van Baybasin. We corresponderen al een tijdje en ditmaal ging de brief vergezeld van een stapel ansichtkaarten van zijn schilderijen. Daar was ik blij mee. Baybasin schreef me dat hij graag wilde dat ik de uitspraak zou analyseren en mijn inzichten delen met het publiek. Helaas moest ik hem antwoorden dat ik die uitspraak niet mocht ontvangen. Kort daarop kwam het bericht dat hij zal zorgen dat de stukken op zijn Turkse website komen te staan. Hij heeft de uitspraak doorgestuurd aan zijn Turkse advocaat. Zijn website had ik al ontdekt toen ik op Google Image op zoek was naar zijn schilderijen. In Turkije kan men de publicatie van deze stukken niet verbieden. Nu staan daar inderdaad de stukken waarom ik mr. Adèle van der Plas tevergeefs heb gevraagd:

Beschikking van het Gerechtshof ’s Gravenhage
Advies van de Advocaat Generaal

Zo werd het geheim van de raadkamer opgelost door Baybasin zelve. Nu kan ik eindelijk de uitspraak bestuderen! 🙂

Ceterum censeo Joris D. strafrechtelijk… wordt vervolgd.

Share and Enjoy:
  • NuJIJ
  • Twitter
  • Facebook
  • Hyves
  • RSS
  • email

9 Reacties op “Baybasin en het geheim van de raadkamer”

  • eric:

    volgens mijn pc zijn beide bestanden beschadigd, ik kan ze niet openen. ligt misschien aan mij, zal zo even op een andere pc kijken!

    ben zeer benieuwd!!

  • petje:

    Ik kan ze wel openen.

  • Eric, het zijn pdf’s, ze laden soms nogal traag. Open ze rustig en om de beurt. Mij lukte dat meteen!

    Verder bestudeer ik de inhoud nog, maar jullie kunnen rekenen op een bespreking. 😉

  • Michel:

    Deze zaak begint in een stroomversnelling te geraken. Laten we hopen dat de sneeuwbal blijft rollen tot de hele bende is opgerold.

    Geweldige uitvinding dat internet. Jammer dat de vrijheid van het internet ter discussie staat. misschien kan je daar eens een stuk over schrijven. Binnen een jaar of 2 is namelijk het hele internet gecontroleerd door de corporaties die filters aan het installeren zijn.

    Joris D hyve: 3385 leden en groeiende.

  • W. Post:

    Van die draaikonterige, goedpraterige redeneringen van OvJ Den Hollander moet ik even kotsen. Iedere andere Nederlander die maar van een fractie van de zaken beschuldigd wordt als die bij verdachte Joris D. aan de orde zijn, zou streng worden aangepakt. Op non actief gesteld, huiszoekingen, inbeslagname, etc. Bij Joris niets van dit alles. Wat moet zo iemand, in zijn (machts)positie, in godsnaam doen om serieuze aandacht van het OM te krijgen? En wat is de reden waarom deze door en door verdorven, moreel verrotte figuur deze bescherming geniet? Het geheel roept associaties op met de meest duistere rechtsgangen in de meest duistere totalitaire systemen…

  • Anna:

    Ik ga straks de stukken even bekijken.
    Wil allereerst even kwijt dat ik de tekeningen -ook bij het vorige stukje- echt heel bijzonder vind! Op een prachtige manier bizar…
    Een welgemeend compliment voor deze kunstenaar…

  • Beste Anna, die kunstenaar zit levenslang voor een niet gepleegde massamoord, voor een niet door hem gepleegde doodslag en voor een niet bestaande criminele organisatie.
    Zijn naam is Huseyin Baybasin, zie voor zijn goede werken deze blog:
    http://www.nwo-info.nl/2008/06/21/atelier-baybasin-pi-haaglanden-zoetermeer/

    En stuur hem eens een kaartje! 😉

  • Anna:

    Mr. Bou,
    Bedankt voor de verwijzing!
    Ik zal een mooie kaart sturen!

  • Dank je, Anna! Ik denk dat hij houdt van mooie kaarten. Zoek een goede voor hem uit, want hij is een kunstenaar!

Recente reacties