Archief
Artikelen

Na zeven jaar “vrijheid en democratie” dreigt er een hongersnood in Afghanistan. De enige oplossing zou zijn, om een luchtbrug te organiseren voor het brengen van voedsel aan de hongerende bevolking. Een luchtbrug voor de bombardementen was in 2001 binnen een maand georganiseerd. Of niet soms?

Op de website Court Fool staat een zeer lezenswaardig artikel over de voorgeschiedenis van de aanval van de VS op Afghanistan. Deze begint ver voor de aanslagen van 11 september 2001. Het gaat daarbij mede over een pijplijn van het gebied ten oosten van de Kaspische Zee, via Afghanistan en Pakistan naar de wereldmarkt. Dat gedeelte van het artikel wil ik hier samenvatten.

Begin 1989 hadden de Russen hun troepen teruggetrokken uit Afghanistan. Op 9 november 1989 viel de Berlijnse muur, het IJzeren Gordijn stortte in. De Sovjet-republieken werden onafhankelijk, waaronder de landen rond de Kaspische Zee, die rijk zijn aan olie en gas. Voordien gingen die olie en dat gas naar Rusland en van daar eventueel naar Europa. Nu kon elk land zijn eigen olie en gas verkopen. De kopers kwamen overal vandaan, ook uit de VS. De grootste uitdaging was om de Kaspische olie en het gas naar de wereldmarkten te krijgen. De regio is echter ingesloten door land. Vanaf de Westkant van de Kaspische Zee wordt olie tegenwoordig naar de Zwarte Zee en de Middellandse Zee gepompt, vanwaar het verscheept kan worden.

Als je noch Rusland vertrouwt, noch Iran, dan moet de nieuwe pijpleiding vanaf het Oosten van de Kaspische Zee wel door Afghanistan gaan. Hier werden begin jaren ’90 twee pijpleidingen gepland, een voor gas en een voor olie. De oliepijp zou naar het Zuiden gaan, naar de Indische Oceaan, en eindigen bij de havenstad Gwadar in Pakistan. De gaspijp zou naar het Oosten afbuigen, naar Multan, in Midden-Pakistan en van daar Bombay in India, waar ENRON, een bedrijf met hechte banden met vader en zoon Bush, een grote elektriciteitscentrale aan het bouwen was. ENRON had ook connecties met de bouwbedrijf BinLadin uit Saudi Arabië, met wie het een elektriciteitscentrale bouwde in de Gaza-strook. Die centrale was nog niet af, toen ENRON in december 2001 failliet ging.

Contracten voor pijpleidingen zijn niet alleen projecten van miljarden dollars om ze aan te leggen. Degene die het contract afsluit, koopt en verkoopt gewoonlijk ook de olie en het gas die er door heen gaan. Hij bepaalt wie het krijgt, tegen welke prijs en in welke valuta. Turkmenistan wilde zijn gas graag verkopen, Pakistan wilde het graag kopen en ENRON in India ook. Die pijpleiding door Afghanistan was dus van groot belang, maar in 2001 was de aanleg nog steeds niet begonnen, dit vanwege de burgeroorlog in Afghanistan.

In 1992 werd de pro-Russische president Najibullah verjaagd en in 1993 werd Rabbani president. Hij verzette zich echter tegen de aanleg van de pijplijn door een Amerikaans bedrijf. Hij was ook geen Pashtun en hij werd door deze stam bestreden. Omdat deze pijplijn hoofdzakelijk door Pashtun-gebied zou lopen, werd hun politieke beweging, de Taliban, gesteund door de VS en Pakistan.

Eind 1995 tekende president Niyazov van Turkmenistan een overeenkomst met UNOCAL, een bedrijf uit de VS, maar in februari 1996 tekende Rabbani een overeenkomst met BRIDAS uit Argentinië voor het Afghaanse gedeelte van de pijplijn, dat is 1350 km! UNOCAL’s kansen leken verkeken, maar de Taliban wilden president Rabbani verjagen. In september 1996 namen ze Jalabad, Kandahar, en vervolgens Kabul in. Rabbani vluchtte en sloot zich aan bij de Noordelijke Alliantie. UNOCAL steunde de machtsovername door de Taliban, omdat het de aanleg van de pijpleiding vergemakkelijkte.

In november 1996 sloten de Taliban echter een overeenkomst met BRIDAS. Dit contract zou niets opleveren, want behalve door Pakistan en Saudi-Arabië, werd de Taliban regering niet erkend. Omdat in april 1997 de aanleg nog steeds niet gestart was, kondigde de Taliban aan dat zij het contract zouden geven aan degene die het eerst met de aanleg begon. UNOCAL stelde echter dat er eerst vrede moet zijn.

In juli 1997 accepteerden Turkmenistan en Pakistan een nieuwe vertraging en tekenden een nieuw contract met UNOCAL, waarin staat dat ze binnen 18 maanden met de aanleg moeten beginnen. In december 1997 nodigde UNOCAL een delegatie van Taliban uit op hun hoofdkantoor in Texas, waar ze in luxe hotels verbleven. In Afghanistan ging de burgeroorlog echter verder. Zonder een internationaal erkende regering, zat het pijpleiding-project in een impasse.

In februari en mei 1998 werd het Noord-Oosten van Afghanistan getroffen door zeer zware aardbevingen. Internationale hulpverleners kwamen naar Noord-Oost Afghanistan. Volgens de VS zou op dit moment ergens in deze zelfde regio een zekere Osama bin Laden aanslagen voorbereiden tegen de VS-ambassades in Nairobi (Kenya) en Dar es Salaam (Tanzania). Deze aanslagen vonden plaats op 7 augustus 1998, zonder duidelijke reden. Er werden 258 mensen gedood en 5.000 gewond.

De enige die van de aanslagen profiteerde, was president Clinton. In de VS was de Lewinsky affaire tot een hoogtepunt gekomen. Clinton had namelijk onder ede verklaard, dat hij geen seksuele relatie had gehad met Monica Lewinsky. Nu stond hij op het punt om veroordeeld te worden wegens meineed. De aanslagen in Afrika leidden de aandacht af. Zo kwam Clinton weg met de meineed, door te stellen dat orale seks geen seksuele relatie was.

Enkele dagen later, op 21 augustus 1998, wierpen VS-militairen bommen af op Kandahar en andere doelen in Afghanistan. Pas achteraf legde Clinton aan de journalisten uit, dat Osama bin Laden geacht werd achter de aanslagen in Afrika te zitten. In tegenstelling tot George W. Bush in 2001, viel Clinton Afghanistan niet binnen. Een invasie zou UNOCAL hoop gegeven hebben op een doorbraak in de Afghaanse impasse, maar Clinton had onvoldoende politiek krediet voor een dergelijke oorlog.

Op 28 augustus 1998 gaf VN-veiligheidsraad in resolutie 1193 de Taliban de schuld van de problemen in Afghanistan. Op 5 november 1998 werd Osama Bin Laden door een “Grand Jury” in de VS aangeklaagd, maar niet wegens de bomaanslagen tegen de ambassades in Afrika! In december 1998 trok UNOCAL zich terug uit het pijpleiding consortium en, op zijn minst voor de buitenwereld, leek het project gestopt.

In januari 1999 ging de minister van buitenlandse zaken van Turkmenistan naar Pakistan en zei, dat het pijpleiding project nog leefde. In februari hield BRIDAS gesprekken met leiders in Turkmenistan, Pakistan en Rusland. In maart ontmoette de Turkmeense minister van buitenlandse zaken, Sheikh Muradov, de Taliban leider Mullah Omar in Kandahar om de pijpleiding te bespreken. In april tekenden Pakistan, Turkmenistan en de Taliban een akkoord om het project nieuw leven in te blazen. In mei tekende een Taliban delegatie nog een overeenkomst met Turkmenistan om gas en elektriciteit te kopen. Op 4 juli 1999 vaardigde president Clinton een “executive order” uit, die handelstransacties met de Taliban verbood.

Op 23 september 1999 presenteerde presidentskandidaat George W. Bush zijn visie op het leger van de VS. Hij klaagde, dat sinds het einde van de Koude Oorlog het Defensie budget met 40% was gedaald en dat het leger nog nooit in een zo slechte staat was geweest sinds Pearl Harbor. Hij beloofde om Defensie weer sterk te maken.

Op 15 oktober 1999 werd VN- resolutie 1267 tegen de Taliban aangenomen. Daarin werd gedreigd met een luchtvaartban en het bevriezen van de fondsen van de Taliban, als Osama Bin Laden niet vóór 14 november 1999 werd uitgeleverd. Op 11 november 1999 zei de Talibaanse minister van buitenlandse zaken op een persconferentie, dat noch Osama bin Laden, noch de Taliban in staat waren om aanslagen zoals die op de ambassades in Afrika te organiseren. Ook veroordeelde hij deze acties.

In 2000 vonden in de VS de presidentsverkiezingen plaats. Op 12 oktober 2000 werd de bevolking van de VS nog even herinnerd aan de terroristische dreiging in de wereld. De destroyer rent a car bulgariaUSS Cole, van de VS-marine, werd in de Yemenitische haven Aden geramd door een rubber boot met explosieven. Op 7 november 2000 waren de verkiezingen.

Toen Bush de verkiezingen won, dachten veel neo-cons dat Irak het eerste doelwit zou zijn. Echter, nog geen week later stond Afghanistan weer op de internationale agenda. VN-resolutie 1333 van 19 december 2000 stelde de sancties in, die de VN meer dan een jaar ervoor had beloofd, als de Taliban Osama bin Laden niet vóór 14 november 1999 zou uitleveren. Geopolitiek was Afghanistan een urgenter doelwit geworden dan Irak.

Sinds 1996 hadden de Verenigde Staten ernstige tegenslagen gehad in hun ambitie om controle te krijgen over gas en olie aan de Oost-zijde van de Kaspische Zee. President Rabbani van Afghanistan had een contract getekend met het Argentijnse BRIDAS, in plaats van met UNOCAL uit de VS. Om het project weer in handen van UNOCAL te krijgen, zou Rabbani moeten verdwijnen. Op 27 september veroverden de Taliban Kabul. President Rabbani vluchtte en sloot zich aan bij de Noordelijke Alliantie. Op dat moment moeten de zaken er hoopvol uitgezien hebben voor het pijpleiding project van UNOCAL. Jammer genoeg voor hen, tekende BRIDAS in november 1996 een nieuw contract met de Taliban.

Na de verovering van Afghanistan (of op z’n minst van de hoofdstad) door de VS, werd een adviseur van UNOCAL, Hamid Karzai, aangesteld als voorzitter van de interim-regering van Afghanistan. (Le Monde zou haar informatie, dat Karzai adviseur van UNOCAL was geweest, later herroepen.) Op 16 juni 2002, nog voordat er een gekozen president was, zou Karzai een overeenkomst tekenen met Turkmenistan en Pakistan voor een gaspijpleiding door Afghanistan.

Maar zelfs als de gaspijpleiding uiteindelijk te laat zou komen om Turkmeens gas naar Pakistan te vervoeren, dan blijft Afghanistan een interessante oorlogsbuit. Het heeft zijn eigen gigantische gasveld ten Zuiden van het Turkmeense veld, bij Mazar el Sharif. Het heeft ook verschillende olievelden en kolen. Verder hebben Britse geologen in de jaren 70 al 1600 locaties met mineralen gevonden.

De Afghaanse pijpleidingen zijn slechts één stap in de politieke zetten van de VS om zeggenschap te krijgen over gas en olie in de voormalige Sovjet-republieken. Met 25 procent van de wereld olieconsumptie, draait hun imperialisme in eerste instantie om energie. De VS is reeds voor 60% afhankelijk van buitenlandse olie, een percentage dat snel toeneemt. De VS lijkt daarom tegenwoordig meer geïnteresseerd in een langdurige bezetting van Afghanistan. Zo kunnen ze in de toekomst de Afghaanse reserves exploiteren wanneer dat schikt. Bovendien behouden ze de macht om te beslissen of Pakistan en India al dan niet van gas en olie uit de Kaspische Zee, uit Turkmenistan of uit Afghanistan mag profiteren.

Voor wie het hele artikel wil lezen, is hier de link.

Met deze feiten in het achterhoofd kunnen we kijken naar de volgende reportage door History Channel. In deze reportage komt geen pijpleiding voor! Olie en gas uit het Kaspische Bekken doen niet ter zake en de grondstoffen van Afghanistan zouden slechts bestaan uit stoffige grond. In deze documentaire is men slechts uit op macht! Voor wie begrijpt hoe de VS zich gedraagt en met hoeveel valse vlaggen er wordt gewapperd, is de rest van de documentaire wel informatief.

Declassified The Taliban duurt 44 minuten

Share and Enjoy:
  • NuJIJ
  • Twitter
  • Facebook
  • Hyves
  • RSS
  • email

1 Reactie op “Een pijplijn dwars door Afghanistan”

Laat een reactie achter