Archief
Artikelen

Op de Engelse website over de zaak Sweeney staat een wonderlijk verhaal over de gang van zaken bij het Hof Den Bosch. Toen ik dat deze winter voor het eerst las, dacht ik: “Wat een Indianen-verhaal! Die Engelsen begrijpen ons rechtssysteem niet. Dit bestaat niet in Nederland.” Nadat ik de uitzending van Netwerk had gezien, waarin de advocaat mr. Nico Meijering het proces in hoger beroep een soort spookproces noemde, ben ik de juridische stukken gaan lezen en ik ontdekte al snel dat de Engelse achterban van Sweeney een waar verhaal vertelt! Dit bestaat inderdaad in Nederland!

Het gaat om het volgende verhaal, dat door mij is vertaald:

Het proces in hoger beroep werd in februari 2001 voor drie rechters voortgezet. Vóór het proces telefoneerde de Voorzitter van het Hof met de advocaat van Sweeney en verzekerde hem dat het niet nodig zou zijn om getuigen a décharge op te roepen, of om de getuigen van het OM te ondervragen. De raadsheer zei hem dat de pleidooien tot een minimum beperkt moesten blijven, waardoor hij ging geloven dat de oorspronkelijke vrijspraak in stand zou blijven.

Het proces op 6 Februari 2001 was drie uur lang een chaos en een drama. De belangrijkste getuige van het OM, het hoofd van het gerechtelijk onderzoeksteam, was niet in staat om getuigen wegens geestesziekte. De rechters verzochten daarom de advocaat van Sweeney om eerst zijn pleidooi te houden, waarna het OM de aanklacht zou motiveren. Hij was nauwelijks met zijn pleidooi begonnen, toen de voorzitster van het Hof hem onderbrak, de zitting schorste en de zaal liet ontruimen. Deze buitengewone wending der gebeurtenissen vond plaats, precies op het moment waarop de advocaat van Sweeney aan het Hof het bewijs wilde overleggen waaruit bleek dat de politie het enige bewijsmateriaal waaruit de brandstichting zou blijken, zelf had gefabriceerd. Het betwiste bewijsmateriaal bestond uit steekproeven van de vloerbedekking die volgens de politie afkomstig waren van de plaats van de brand en die sporen van een “destillaat van aardolie” zouden bevatten.

De steekproeven konden echter niet uit de betreffende vloerbedekking zijn genomen, aangezien de officiële politiefoto’s toonden dat het tapijt intact was. Na een korte onderbreking, tijdens welke de rechters en de openbare aanklager samen overleg hebben kunnen plegen, werd het Hof opnieuw bijeengeroepen. De advocaat van Sweeney mocht zijn pleidooi niet hervatten. In plaats daarvan bracht het OM haar zaak naar voren, die door de verdediging van Sweeney niet mocht worden betwist. Sweeney werd gearresteerd, ondanks het feit dat hij nog niet schuldig was verklaard. Twee weken later, op 20 Februari 2001, werd hij veroordeeld tot 13 jaar gevangenisstraf.

Neem me niet kwalijk dat ik dit niet meteen geloofde! Dit is te gek voor woorden, maar het blijkt helemaal waar. In de pleitnota voor het EHRM staat namelijk hetzelfde verhaal:

14.14 De Klager keerde terug naar zijn huis in België. Hij hoorde niets meer over de zaak en na verloop van tijd nam hij aan dat deze verjaard was. Nochtans werd hij bijna 3 jaar later, in december 2000, opgeroepen om op 6 februari 2001 opnieuw te verschijnen voor het Hof van Den Bosch. Sinds zijn vrijspraak waren er uitgebreide forensische tests uitgevoerd, waaronder een poging om de kamer en de brand te reconstrueren.

14.15 De Klager heeft begrepen dat de Voorzitter van het Hof, Mevr. Huurman-van Asten, op of omstreeks 24 januari 2001 zijn advocaat belde en hem ertoe bracht om te geloven dat de vrijspraak van de Klager van oktober 1996 zou worden bevestigd. De voorzitter wees er in feite op, dat er in deze zaak geen belangrijke kwesties hoefden te worden besproken en dat het voor de verdediging niet nodig was om aan te dringen op het verschijnen van welke getuige dan ook. Zij gebruikte ook een Duits gezegde dat vaak in Nederland wordt gebezigd – ” In der Beschränkung erkennt man den Meister” – waarmee ze bedoelde dat de advocaat van de Klager zijn pleidooi tot een minimum moest beperken. Al deze uitspraken van de Voorzitter werden door de Klager en zijn advocaat opgevat als een verzekering dat de vrijspraak zou worden bekrachtigd en dat zij zich nergens zorgen over hoefden te maken.

14.16 Het OM had de advocaat van de Klager al eerder laten weten dat fraude niet nogmaals ten laste zou worden gelegd. Hoger beroep met betrekking tot de brandstichting en moord werd niettemin overwogen. Na ongeveer 19 pagina’s van het pleidooi (dat bijna 150 pagina’s bedroeg, met inbegrip van foto’s) onderbraken de rechters de advocaat van de Klager en verdaagden de zitting voor ongeveer een uur. Toen de rechters terugkeerden, mocht de openbare aanklager komen met haar “Requisitoir”, dat wezenlijk verschilde van de dagvaarding en dat niet voorafgaand aan de zitting was verstrekt aan de advocaat van de Klager. Dit bevatte een brede waaier van nieuwe feiten en beweringen, waarop de Klager en zijn advocaat geen gelegenheid hadden gehad om te antwoorden, en die gelegenheid kregen ze ook niet. Totaal onverwacht werd de Klager toen gearresteerd en teruggebracht naar de gevangenis.

14.17 Op 20 februari 2001, tijdens een hoorzitting die misschien 15 minuten duurde, werd de Klager veroordeeld tot 13 jaar gevangenisstraf wegens moord. Over de aanklacht van brandstichting werd geen oordeel uitgesproken. Er zijn zeer ernstige bezwaren tegen de manier waarop de veroordeling van de Klager tot stand kwam.

Dit blijkt in Nederland mogelijk: De Voorzitster van het Hof belde de advocaat, om te zeggen dat hij zijn getuigen wel thuis kon laten, want de zaak lag simpel en kon snel worden afgehandeld. De advocaat maakte daaruit op, dat er nogmaals een vrijspraak zou volgen. Tijdens de zitting bleek de hoofdofficier van justitie afwezig, met een verklaring van de psychiater. Dus mocht de verdediging eerst iets zeggen, maar vooral niet teveel. Daarop werd de zitting geschorst, waarbij er mogelijk overleg plaats vond tussen het Hof het OM. Tot slot mocht het OM een requisitoir vol nieuwe feiten en beweringen voordragen, waarna de verdachte achter de tralies verdween. De veroordeling volgde twee weken later. En dit schijnproces, deze justitiële klucht, speelt zich niet af in een primitief Verweggistan, maar in “democratisch” Nederland!

Is er nog een rechtsbeginsel dat niet werd geschonden door dit Hof? Zelfs de schijn van recht werd niet opgehouden, de meest elementaire regels van procesorde werden openlijk met voeten getreden! Het recht van verdachte om te weten waarvan hij of zij wordt beschuldigd? Het recht om getuigen te horen? Hoor en wederhoor? Geen straf zonder veroordeling? Om nog maar niet te spreken van het “Ne bis in idem”, wat door dit Hof werd weggewuifd als ware het niet zwaarwegend. Een veroordeling tot 13 jaar in een kwartiertje? Het blijkt allemaal waar!

Als een willekeurige werknemer zich zo in strijd met alle beroepsregels zou gedragen, dan volgt ontslag op staande voet. Maar deze raadsheren zijn voor het leven benoemd. Mevrouw Mr. Huurman-van Asten als voorzitter, Mrs. Bergkotte en Pijls als raadsheren, in tegenwoordigheid van Mr. Heins als griffier, zij kunnen gezamenlijk deze wanprestatie plegen, zonder dat daar ook maar enige sanctie op staat.

Er gaan op dit moment stemmen op om te komen tot een permanente commissie voor herziening van vonnissen. In het geval van Sweeney zal die herziening er ook wel komen, want deze zaak heeft internationaal tot grote verontwaardiging geleid. Maar zelfs als Sweeney wordt vrijgesproken en volledig schadeloos wordt gesteld voor de verwoesting van zijn bedrijf, zijn gezin en zijn leven, dan nog blijven de wanpresterende rechters buiten schot. In plaats van de stal behoorlijk uit te mesten, blijft het bij slachtofferhulp. Daarom wil ik pleiten voor een onafhankelijke instantie waar men een klacht kan indienen tegen een rechter. Als die klacht gegrond blijkt en ernstig, dan volgt ontslag. In het bovenstaande geval zou ik zeggen: op staande voet en met terugwerkende kracht!

Ceterum censeo Joris D. strafrechtelijk… wordt vervolgd.

Share and Enjoy:
  • NuJIJ
  • Twitter
  • Facebook
  • Hyves
  • RSS
  • email

3 Reacties op “De zaak Sweeney en het Hof Den Bosch”

  • Dick:

    Als het fout gaat bij een gerechtshof, dan loop je aan tegen de systeem fout in ons rechts systeem.
    De hoge raad biedt alleen uitkomst als er nieuwe feiten gevonden worden.

  • Beste Bou,

    Wat Dick schrijft gaat alleen op voor het buitengewone rechtsmiddel van herziening en niet voor het gewone cassatieberoep, dat juist wordt gekenmerkt door het gegeven dat de Hoge Raad in beginsel niet naar de feiten kijkt. Maar dit terzijde.

    Wat ik hier lees is werkelijk ongehoord. Zoiets is werkelijk ongekend en verdient het tot op het bot toe uitgezocht te worden.
    als het verhaal waar is, moeten deze rechters inderdaad strafrechtelijk (en civielrechtelijk) ter verantwoording worden geroepen. SCHANDALIG. SCHOKKEND.

    Misschien kan Meijering hierop reageren. Een goede, moedige advocaat.

  • Beste Wicher, dank voor je reactie! Of het verhaal waar is, dat kan ik niet garanderen, want ik was er niet bij. Ik las het deze winter reeds op die Engelse website, maar ik geloofde het niet. Te erg!

    In het pleidooi voor het EHRM staat echter hetzelfde. Men stapt niet naar het EHRM met Indianen-verhalen, te meer daar dit verhaal controleerbaar is. Van iedere zitting wordt immers verslag gemaakt! Ik mag dus ernstig vermoeden dat het op waarheid berust…

    Ik beschik helaas niet over alle stukken, ik ben benieuwd naar wat de Nederlandse Staat in Luxemburg voor verweer heeft gevoerd. Ook begrijp ik uit de context dat het Europese Hof heeft besloten dat Sweeney nog herziening kan aanvragen, zodat nog niet iedere rechtsgang was benut. Maar herziening is geen volwaardige rechtsgang, zoals duidelijk blijkt uit de Deventer moordzaak. De HR heeft het verzoek van Louwes afgewezen!

    In het geval van Sweeney heeft de HR niet ingegrepen, maar een arrest gewezen waar de honden geen brood van lusten. Ook dat is SCHOKKEND, daar kom ik nog op terug!

    Natuurlijk zou het mooi zijn als Meijering mee zou lezen. Zijn reactie is voor mij goud waard, want uit de eerste hand!

Recente reacties