Archief
Artikelen

Baybasin 17
(illustratie: Huseyin Baybasin)

Tot nog toe waren alle “misdaden” van Baybasin gesitueerd in Turkije. Weliswaar zouden ze telefonisch zijn gepleegd vanuit Nederland, maar als bewijs voor een internationale criminele organisatie blijft het wat mager. Ook viel te verwachten dat de verdediging zou aanvoeren dat, sinds alle misdaden in Turkije zijn gepleegd, de Nederlandse rechter niet bevoegd is. Daarom moet men Baybasin ook ergens anders een (massa)moord willen laten plegen. De keuze valt op Kentucky (USA). Dit wordt feit 2.

Op de achtergrond speelt de moord op een vriend van Baybasin [betrokkene 19]. Daarover heeft Baybasin gesproken met de familie van deze vriend [betrokkene 20]. In de uitspraak van Hof Den Bosch staat het volgende:

In september 1997 is in Spanje [betrokkene 19] vermoord. Het vermoeden bestond dat de broer van Kamyar Cyrus Mahboub de dader zou zijn. Baybasin heeft aan de familie van [betrokkene 19] gezegd dat hij de zaak zou oplossen. Omdat de dader niet te vinden was, is de actie verplaatst en heeft Baybasin huurmoordenaars ingeschakeld om diens broer, Kamyar Cyrus Mahboub, een hoogleraar civiele techniek in Kentucky, die met de moord niets te maken had, te liquideren. Baybasin heeft een beloning in het vooruitzicht gesteld en inlichtingen verstrekt of laten verstrekken. De huurmoordenaars zijn er uiteindelijk niet in geslaagd Mahboub om het leven te brengen, onder meer omdat hij door de politie op de hoogte was gebracht van het dreigende gevaar en zich ter bescherming liet omringen door andere burgers. Toen dit gegeven aan Baybasin werd gemeld zei hij gecodeerd dat die personen dan ook maar doodgeschoten moesten worden.

De tenlastelegging zegt onder 2:

… dat hij van 25 oktober 1997 tot en met 27 januari 1998 in Nederland, door het verschaffen van inlichtingen en/of beloften A.A. Ahmadi heeft gepoogd te bewegen een misdrijf te begaan, te weten het (in Kentucky, USA) opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven beroven van K.C. Mahboub en/of een groep van personen, die Mahboub ter beveiliging op diens werklocatie begeleidden; Baybasin heeft gegevens met betrekking tot Mahboub (het adres van diens werkplek en telefoonnummer en het faxnummer van die werkplek en een kopie van de identiteitskaart van Mahboub) aan Ahmadi verstrekt en aan hem betaling van een geldsom als beloning voor die te plegen moord beloofd;

In de rechtsoverwegingen staat onder10.6.2 /Feit 2 (“Kentuckyzaak”)

Uit de telefoontaps blijkt van de zeer initiërende rol van Baybasin bij de poging tot uitlokking van moord op Mahboub en anderen. Na de moord op [betrokkene 19] neemt Baybasin de zoektocht naar de vermoedelijke dader over en schakelt hij criminele contacten in om de broer van deze dader, K.C. Mahboub, te laten liquideren. Met betrekking tot deze poging om Mahboub te laten liquideren, heeft Baybasin veelvuldig telefonisch contact gehad met [betrokkene 20] en Ahmadi. Tegenover de rechter-commissaris heeft Baybasin ook toegegeven dat hij met [betrokkene 20] met betrekking tot de vermissing en de dood van [betrokkene 19] diverse keren contact heeft gehad. Voorts leidt het hof uit de tapgesprekken af dat Baybasin degene was die de mensen in de VS aanstuurde om Mahboub te liquideren en hij degene was die de benodigde informatie heeft verstrekt en gelden in het vooruitzicht heeft gesteld om de liquidatie van Mahboub tot stand te brengen.

De bedoeling van Baybasin om Mahboub en anderen te doden, wordt met name duidelijk uit de navolgende tapgesprekken:
A-3-18: Hierin geeft Baybasin aan dat hij eerst met de broer van degene die een hele goede vriend van Baybasin heeft vermoord wil afrekenen, hem af wil maken. Deze woont in Kentucky.
A-3-24: Hierin geeft Baybasin aan dat iemand naar de man in Kentucky moet gaan en het contract met hem ondertekent. Gelet op het hiervoor vermelde in tapgesprek A-3-18, moet worden verstaan dat het hier gaat om een verzoek tot liquidatie.
A-3-27: Hierin wordt, hoewel wordt gesproken over auto’s, duidelijk gesproken over het lokaliseren van Mahboub. Baybasin vraagt daar of het gaat om foto’s van de auto of van het complex. Beide zegt Ahmadi. De foto van de auto is nu in zijn bezit. De foto blijkt bijna hetzelfde, maar hij is wat ouder. Baybasin vraagt dan: met baard en al? Ahmadi bevestigt even later, terwijl hij aangeeft naar deze foto te kijken, dat hij een soort type professorbaard met snor heeft. Bij de huiszoeking wordt bij Ahmadi een kopie aangetroffen, waarop zowel de foto (met personalia) van Mahboub, als het complex zijn afgedrukt.
A-3-37: Hierin geeft Ahmadi aan dat er op de werkplek van Mahboub 5 à 6 auto’s samen zijn. Hiermee wordt kennelijk bedoeld dat Mahboub is omringd door andere personen, hetgeen overeenkomt met hetgeen Mahboub vermeldt in zijn telefonische verklaring aan de rechter-commissaris d.d. 31 mei 1999, namelijk dat hij op advies van de politie nooit ergens alleen naar toe ging, maar altijd in gezelschap was van anderen, ook en met name op zijn werk.
Baybasin zegt dat ze dan meer auto’s moeten kopen. Na beëindiging van dat gesprek belt Ahmadi Baybasin direct terug en gaat met het onderwerp verder (tapgesprek 3-38). Baybasin geeft aan dat de mensen daar hun werk af moeten maken, hoe dan ook. Als de mensen daar meer auto’s tegelijk willen kopen, dan moet dat maar, als dat tenminste de enige manier is. Dit kan naar ’s hofs oordeel niet anders worden begrepen, dan als een opdracht dat niet alleen Mahboub, maar ook de personen die hem omringen, moeten worden vermoord.

In 13: De redengeving van de op te leggen straf of maatregel, zegt het Hof:

Baybasin is buiten Nederland eerder veroordeeld wegens drugsdelicten, hij is sterk internationaal georiënteerd, ook in zijn privéleven, maar de banden met Turkije, althans met de Turkse overheid, lijken verbroken. Turkije heeft om uitlevering gevraagd en de uitlevering is toelaatbaar geacht, maar niet geëffectueerd omdat schending van mensenrechten niet uitgesloten kon worden. Baybasin, die aldus is beschermd, heeft er zelf -met schijnbaar groot gemak- niet voor teruggedeinsd rechten van anderen, inclusief het universele recht op leven, te schenden. In enkele zaken gaat het om afrekening en vergelding binnen de drugswereld, maar in de Kentuckyzaak werden zonder bedenkingen mensen die geheel buiten die kring vallen als slachtoffer aangewezen. Hieruit blijkt dat Baybasin levens van anderen van generlei waarde acht. Gevoelens van medeleven kent hij -blijkens hetgeen tijdens de verdediging en het laatste woord naar voren is gebracht- alleen jegens zichzelf, hij zou degene zijn die door de Turkse overheid en justitie onrecht zou zijn aangedaan.

Tot zover het Hof Den Bosch. Het is om te huilen, maar eveneens om vlammend van woede uit je bol te gaan! We gaan naar het Klaagschrift:

De poging tot moord in Kentucky, U.S.A. (feit 2)

Ook het bewijs in de Kentucky zaak wordt door het hof afgeleid uit de interpretaties van afgeluisterde “telefoongesprekken”. Omdat in geen enkel gesprek rechtstreeks over moord wordt gesproken behelpt het hof zich met interpretaties van termen als “contract”, “met hem afrekenen” en “auto’s kopen”. Van de gesprekken is een selectie van zes opnieuw door Van de Ven onderzocht. Dickey en Peller onderzochten één gespreksopname. De opnamen van de onderzochte gesprekken vertonen ofwel ernstige aanwijzingen van knip- en plakmomenten op cruciale momenten, ofwel bestaan uit een zodanig signaal dat zij onmogelijk afkomstig kunnen zijn van een in 1997/1998 in Nederland afgeluisterd GSM-gesprek.

Het onderzoek naar tapgesprek A 3-24 heeft vergelijkbare onregelmatigheden aangetoond. Daarnaast zijn met betrekking tot dit gesprek ook nog een aantal andere feiten aan het licht gekomen. Dit gesprek vormde voor de advocaat-generaal in zijn requisitoir “de centrale kapstok” voor het bewijs van de poging tot uitlokking van moord. In het gesprek zou immers worden gesproken over “hem koud maken”. In het tapverbaal stond vermeld dat Baybasin (Hüseyin) met ene Mayer het volgende zou hebben gecommuniceerd:

H. oftewel Hüseyin: Ja, ik zocht hem, ik kreeg alleen zijn adres, hij is een dokter, hij werkt aan de universiteit, ik kreeg ook zijn huisadres.
Mayer: En alles wat je moet doen is hem lokaliseren en hem koud maken? Is dat alles?
Hüseyin: Dat is alles, dat is alles, ja, dat is alles.
Mayer: Oké.

Nadat de verdediging van Baybasin had kunnen aantonen dat de zinsnede “to make him call” ten onrechte was aangezien voor “to make him cold” en vertaald in “hem koud maken”, heeft het hof de betreffende vertaling weliswaar doorgehaald, maar het tapgesprek A 3-24 als zodanig wel ten grondslag gelegd aan de bewijsconstructie. Inleidend stelt het hof dat het uit de tapgesprekken afleidt dat “Baybasin” degene was die de mensen in de Verenigde Staten aanstuurde om Mahboub te liquideren.
Thans tonen de nieuwe onderzoeksgegevens van Van de Ven aan dat direct voor deze foutief vertaalde zinsnede zich drie elkaar opvolgende momenten van absolute rust voordoen in het signaal. Dergelijke momenten van signaal wegval noemt Van de Ven schoolvoorbeelden van aanwijzingen voor het knippen en plakken in analoge opnamen.
Maar er is meer bekend geworden over dit specifieke gesprek. Het is Baybasin eerst na een jarenlang streng geïsoleerd verblijf in de Extra beveiligde Inrichting te Vught, gelukt in contact te komen met de persoon met wie hij indertijd sprak. Deze heeft het gesprek vanaf de aan Baybasin ter beschikking gestelde cassetteband beluisterd en als onmiddellijke reactie verbijsterd gereageerd met de volgende woorden:

“Inderdaad ben ik het die hier met Huseyin Baybasin spreekt. Ik ben een hoge veiligheidsfunctionaris met een blanco strafverleden en een jarenlange staat van dienst in mijn land. Ik heb mij nog nooit met strafbare feiten ingelaten. Het thans opnieuw afgeluisterde gesprek dat ik met Huseyin voerde is volstrekt onschuldig en gaat op geen enkele wijze over voorgenomen strafbare feiten”.

Op 18 augustus 2006 verklaarde deze gesprekspartner het volgende tegenover de advocate van Baybasin:
I served in the Israeli army in different units and on different levels. Today I am a reserve officer, lieutenant colonel. In my civil life I am a businessman. I dealt with a variety of businesses such as real estate, mass marketing distribution and department stores.
I met Mr Huseyin Baybasin in the beginning of 1997 in the Netherlands. I was introduced to him by a common friend. At that time for a while I tried to build up a business relationship with Mr Baybasin. My conversations with Mr Baybasin were only about business issues and politics in general. We never discussed any criminal issue.
I am giving this statement on the request of Mr Baybasin’s lawyer, Mrs. Adèle van der Plas, with whom I have only recently contact. From her I understood that Huseyin Baybasin is detained in the Netherlands since March 1998 and that one of my telephone conversations with Huseyin Baybasin was presented to the court as evidence against him in a murder case.
She let me listen to a copy of this conversation. I had to conclude that this conversation for sure consists of more than one former telephone conversation between me and Mr Huseyin Baybasin. I am certain about the fact that this conversation consists of a composition of several different telephone calls I had with him in the past.

In dezelfde verklaring geeft Meir D. aan bereid te zijn, zijn verklaring tegenover de rechter te bevestigen. Dit gebeurde op 8 oktober 2007 tegenover de Afdeling bestuursrecht van de Raad van State. In het afgenomen verhoor bevestigt Meir D. werkzaam te zijn in het Israëlische leger. D. ontkende ooit met Baybasin over illegale zaken te hebben gesproken. Hij geeft aan dat hij alvorens hij met Baybasin in gesprek ging hiervoor toestemming van zijn meerderen in Israël heeft gekregen. D. voegde daaraan toe dat hij deze toestemming nooit zou hebben verkregen als er twijfels bij zijn meerderen zouden zijn geweest over Baybasin. Zijn contacten met Baybasin waren zakelijk, zo legde D. de Afdeling uit, “gericht op het tot stand brengen van bepaalde diensten die voordelen op militair gebied zouden opleveren”.

Daarnaast mag ook niet onvermeld blijven dat de zogenaamde voorgenomen moord in Kentucky in de Verenigde Staten nooit tot een strafvervolging heeft geleid van wie dan ook. Opvallend in dit verband is de verklaring van een medewerker van de FBI in het Verenigd Koninkrijk, Malcolm Miatt. In een verklaring van 3 juli 2006 schrijft hij het volgende in antwoord op vragen van de advocaat van Baybasin:
“I was indeed talking to your client since he arrived in Britain in 1994 with regard to helping the U.S. authorities. I felt the information he had would be helpful to the U.S. I have an ongoing relationship with the U.S. FBI since 1983. I am now so concerned about the case that I will talk about this matter even though it could place me in danger.
The FBI never could have talked to Mr. Baybasin if there would have been ongoing investigations or charges relating to Mr. Baybasin in the United States. Would that have been the case, then the FBI would not have been able to talk to Mr. Baybasin.(—)
More recently, I have particularly asked the FBI if there were any warrants against Mr. Baybasin with regard to the Kentucky murder as you described. I was told categorically that there were no warrants whatsoever relating to Mr. Baybasin in the United States. I even asked the FBI to find out more precisely about this Kentucky case and I was told by a Kentucky FBI official that he has no knowledge about this case and that it is his strong belief that the Dutch suspicion was just nonsense.

Ceterum censeo Joris Demmink strafrechtelijk… wordt vervolgd.

Share and Enjoy:
  • NuJIJ
  • Twitter
  • Facebook
  • Hyves
  • RSS
  • email

Laat een reactie achter