Archief
Artikelen

Baybasin 06
(illustratie: Huseyin Baybasin)

Om Baybasin voor levenslang achter de Nederlandse tralies te krijgen, zijn 20 kilo heroïne en een moord nog niet voldoende. Baybasin zou leiding moeten geven aan een internationale criminele bende. Daartoe wordt vervolgens Mehmet Celik gegijzeld, uiteraard in opdracht van Baybasin. In de stukken is dit feit 3.

In de uitspraak van het Hof Den Bosch worden de Turkse “medeplichtigen” aangeduid als betrokkene 5, 6 en 12. Hun namen blijven onbekend, maar ze doen ook niet ter zake.

In de tenlastelegging staat:
“… dat hij in de periode van 22 november 1997 tot en met 30 november 1997 te Nederland en Istanbul, tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk een persoon genaamd Mehmet Celik (alias Haci Hasan) wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd, met het oogmerk één of meer familieleden en/of bekenden van die Mehmet Celik te dwingen tot het betalen van een (heroïne)schuld.”

Het Hof acht dit feit bewezen:
“Eind november 1997 is Mehmet Celik in Istanbul ontvoerd en ook van dit feit was de verdachte Baybasin de initiatiefnemer en opdrachtgever. Hij heeft aan anderen opdrachten gegeven, met hen afspraken omtrent de gijzeling en de te voeren onderhandelingen gemaakt en aan hen vergoeding van de kosten toegezegd. Reden voor de gijzeling lijkt te zijn geweest dat Mehmet Celik een schuld uit 1992, mogelijk uit heroïnetransacties, aan de verdachte Baybasin niet had betaald.”

In de rechtsoverwegingen staat onder 10.6.3./Feit 3 (Gijzeling Mehmet Celik):

“Uit de telefoontaps leidt het hof af, gelet op de tijdstippen waarop die gesprekken worden gevoerd en de informatie die door de betrokken gespreksdeelnemers over en weer werd uitgewisseld, dat verdachte nauw bij de gijzeling van Mehmet Celik (alias Haci Hasan) betrokken was. Verdachte had voor de gijzeling telefonisch contact met [betrokkene 6], [betrokkene 5] en [betrokkene 12]. Daaruit blijkt dat onder meer verdachte de gijzeling beraamt en in dat kader opdrachten geeft, indirect de personen die uiteindelijk de opdracht uitvoeren aanstuurt en de gang van zaken daaromtrent dirigeert.
Er worden details over de zaak uitgewisseld. Er moet een persoon -welke in de tapgesprekken wordt geduid als Haci Hasan- worden vastgezet in een huis vanwege een geldbedrag wat hij verschuldigd is en (terug) moet betalen, in welk verband [betrokkene 12] een ontmoeting moet arrangeren in een restaurant in [plaatsnaam], om hem van daaruit door anderen naar eerdergenoemde plaats te laten brengen. Deze gang van zaken komt overeen met de verklaring van Mehmet Celik.
Dat waar in de telefoontaps wordt gesproken over Haci Hasan Mehmet Celik wordt bedoeld, kan ook worden afgeleid uit tapgesprek A-4-34, waarin verdachte spreekt over Haci Hasan of dan wel Mehmet Celik. Verder wordt verdachte op de hoogte gehouden van het verloop van de gijzeling, ook als deze wordt beëindigd, zie tapgesprek A-4-25, waarin de tijdsaanduiding van het einde van de gijzeling “die morgen vroeg”, overeenkomt met het tijdstip van aanhouding van de bij de gijzeling betrokken personen, en tapgesprek A-4-31, waarin [betrokkene 5] aangeeft dat “die andere, niet die van ons, zich van drie hoog uit het raam naar beneden heeft gegooid”, hetgeen overeenkomt met de verklaring van het slachtoffer Mehmet Celik.
Aldus blijkt naar het oordeel van het hof van een zo nauwe samenwerking tussen verdachte en anderen gericht op de gijzeling van Mehmet Celik, dat verdachte als mededader moet worden aangemerkt, waaraan niet afdoet dat verdachte niet lijfelijk bij de gijzeling aanwezig was.”

Tot zover het Hof. Het bewijs bestaat uit telefoontaps, plus een verklaring van Mehmet Celik. In het Rapport Langendoen staat echter het volgende citaat uit het Aanvullend Rapport:

Van Mehmet Celik of Haci asa of Hasan, een Iraniër met de Turkse nationaliteit, vragen we ons af of hij echt bestaat. We hebben noch zijn adres noch hem zelf kunnen vinden. Degenen die zijn verklaring hebben opgenomen waren hiertoe niet bevoegd. Dit is gebeurd in opdracht van Ferruh Tankus, die de verklaring zo heeft op laten stellen in samenwerking met de Nederlandse officier van justitie.

Verder rept het Rapport Langendoen met geen woord over Mehmet Celik. Ook de journalist Burhan Kazmali heeft kennelijk de persoon niet kunnen ontdekken die door Baybasin gegijzeld werd!

Het klaagschrift gaat uitgebreid in op die tapgesprekken. In het hoofdstuk over De gijzeling van ene Mehmet Celik staat:

“Ook het bewijs in de gijzelingszaak Mehmet Celik leidt het hof met name af uit de telefoontaps met vertaalde en samengevatte, beweerdelijk in Nederland afgeluisterde GSM gesprekken van Baybasin. “Gelet op de tijdstippen waarop die gesprekken worden gevoerd en de informatie die door de betrokken deelnemers over en weer werd uitgewisseld” neemt het hof aan, dat “verdachte nauw bij de gijzeling van Mehmet Celik (alias Haci Hasan) betrokken was.”
De onderzoeksresultaten van vooral Dickey en Van de Ven leveren nieuwe gegevens op welke ook direct de bewijsconstructie van deze individuele zaak raken. Van de 27 door het hof aan het bewijs in deze zaak ten grondslag gelegde gesprekken, is een selectie van vier opnieuw door Van de Ven en één door Dickey onderzocht. Ook de opnamen van deze gesprekken vertonen ofwel ernstige aanwijzingen van knip- en plakmomenten op voor het bewijs cruciale momenten, ofwel bestaan uit een zodanig signaal dat zij onmogelijk afkomstig kunnen zijn van een in 1997/1998 in Nederland afgeluisterd GSM-gesprek.
De verklaring van de Turkse politiefunctionaris X1 vormt een bevestiging en nadere verklaring van deze aanwijzingen van knip- en plakwerk in de opnamen. Letterlijk tekende de advocaat Aytekin hierover op uit de mond van X1:
“Er was nog een zeer komisch voorval. Mehmet Çelık of Hacı Hasan of wat dan ook? Het is een zaak die door mijn hoofdcommissaris Ferruh Tankuş is verzonnen. In verband met deze zaak hebben Hüdai Sayın en de Nederlandse politiemensen dagenlang op onze afdeling gesproken. Wij hebben noch Mehmet Çelik, noch Hacı Hasanö noch Hacı Hasan Mehmet Çelik gezien. Hüseyin Baybaşin zou zogenaamd iemand genaamd Hacı vanwege een vordering van vijftien miljoen dollar hebben laten ontvoeren. In die periode was een groep opgepakt die zich bezighield met zaken als cheques en schuldbekentenissen; maar dat had niets met Hüseyin Baybaşin te maken. Het had ook helemaal niets te maken met de narcoticadienst. Maar als Tankuş de hoofdcommissaris is en Hüdai de directe chef, is alles mogelijk.”
Dit vormt waarschijnlijk de reden waarom de verklaring van dit zogenaamde slachtoffer Mehmet Celik nooit door hem zelf is ondertekend. Omdat Mehmet Celik kennelijk niet bestond, heeft hij ook de aan hem toegeschreven verklaring niet kunnen tekenen.
X1 benoemt tussen neus en lippen door twee belangrijke aspecten van de gevolgde werkwijze in de vanaf hoog politiek en ambtelijk niveau geïnitieerde ‘set up’. Hij spreekt in genoemde verklaring over een jarenlange samenwerking tussen de Turkse en Nederlandse opsporingsautoriteiten, hetgeen tegenover de rechter overigens bij hoog en bij laag werd ontkend door de betrokken Nederlandse functionarissen.
Daarnaast legt X1 uit dat in het kader van deze samenwerking bandopnamen en banden van telefoontaps vanuit Turkije aan Nederland zijn verstrekt en dat één daarvan: “een telefoongesprek tussen de advocaat mr. Necmettin Yildiz, (—) en Hüseyin Baybasin” betrof. In het gepresenteerde bewijs bevond zich slechts één afgeluisterd telefoongesprek tussen Baybasin en de Turkse advocaat Necmettin Yildiz. Het betreft het tapgesprek A-4-34, volgens het strafdossier afgeluisterd vanuit een Nederlandse tapkamer op 1 december 1997 te 20.45 uur, dat is gebruikt als bewijs in de zaak Mehmet Celik. De verdediging heeft indertijd ten overstaan van het hof aangetoond dat in dit tapgesprek een zinsnede voorkwam, welke aanvankelijk door de politie onvertaald was gelaten en welke er op wees dat beide gesprekspartners zich in Turkije bevonden. Ook heeft het hof een brief van Necmettin Yildiz overgelegd gekregen, waarin deze aangeeft dit gesprek met Baybasin te herkennen, maar dat hij zeker weet dat het plaats heeft gevonden voor het vertrek van Baybasin uit Turkije in 1993.
Thans laat X1 in zijn verklaring weten dat een oude Turkse bandopname van een telefoongesprek tussen Baybasin en Necmettin Yildiz in 1997/98 door de Turkse autoriteiten aan de Nederlandse autoriteiten is verstrekt. Het kan hier niet anders gaan dan om tapgesprek A 4-34, in de kopieopnamen waarvan de deskundigen Dickey en Van de Ven diverse onregelmatigheden constateren, waaronder in totaal ± 20 knipmomenten. Volgens Van de Ven bedraagt de kiestoon bij aanvang van dit gesprek 409 Hz. De kiestoon voor de Nederlandse telefonie-infrastructuur is 425 Hz. Zijn bevindingen vormen een rechtstreekse bevestiging van de verklaring van de Turkse politieman X1 dat dit ooit in Turkije getapte telefoongesprek tussen Baybasin en Necmettin Ylidiz aan Nederland is verstrekt teneinde ingebracht te worden in de fake strafzaak tegen Baybasin.”

Tot zover het klaagschrift. De zaak van de Gijzeling is aldus op een simpele wijze opgelost: Mehmed Celik bestaat niet! Deze persoon is een verzinsel Ferruh Tankus, Hüdai Sayın en de Nederlandse politie. Daaruit volgt dat Baybasin ook feit 3 niet kan hebben gepleegd.

Ceterum censeo Joris Demmink strafrechtelijk… wordt vervolgd.

Share and Enjoy:
  • NuJIJ
  • Twitter
  • Facebook
  • Hyves
  • RSS
  • email

Laat een reactie achter