Archief
Artikelen


illustratie: Hüseyin Baybasin

Het Rapport Langendoen (pdf) citeert herhaaldelijk uit de beëdigde vertaling van het Turkse “EK Rappor” (bron 2.7 en 2.8). Dit “EK Rappor” is een document van de Turkse overheid. Het is opgesteld ter aanvulling op een veel groter onderzoek, dat eind jaren ’90 in Turkije werd gehouden naar aanleiding van het Susurluk-ongeval, waarbij vier inzittenden van een Mercedes verongelukten: een topfunctionaris van de Turkse politie, een parlementslid van de rechtse regeringspartij “het Juiste Pad” van mevrouw Tansu Çiller, een voortvluchtige topcrimineel en zijn vriendin. Door dit ongeval werd de band tussen de Turkse politici en criminelen zichtbaar.

Er volgde een diepgaand onderzoek, vergelijkbaar met onze eigen IRT-enquète, waarvan een omvangrijk rapport werd opgesteld. Tijdens dat onderzoek bleek dat Huseyin Baybasin het slachtoffer was van een complot van deze rechtse politici, politieambtenaren en criminelen. Daarvan werd een Aanvullend Rapport opgesteld, dat door Langendoen wordt aangeduid als het “EK Rappor”. Hier volgen de verzamelde citaten uit dat rapport, waarvan de volgorde niet vast staat!

In dit rapport worden een aantal zaken besproken die verband houden met het handelen van zowel de Nederlandse als de Turkse overheid met betrekking tot het onderzoek tegen de heer Huseyin Baybasin.

In de Turkse publieke opinie en ook in de mondiale publieke opinie is het van algemene bekendheid dat in de laatste vijftig jaar sommige leiders, sommige medewerkers van instanties in Turkije zich met zeer smerige zaken hebben ingelaten. Nog steeds zijn er enkelen die deze illegaliteit bedrijven. Deze onregelmatigheden vinden zelfs in het jaar 2006 nog steeds plaats. Bekend is dat naast deze bendes in het verleden ook ministers, volksvertegenwoordigers, politici, vooraanstaande bureaucraten, industriëlen en zelfstandige ondernemers in dit soort zaken waren verwikkeld.

In ons speciaal rapport hebben wij details onderzocht over de zaak Hüseyin Baybasin. Wij hebben in Turkije, maar ook in Nederland, Duitsland en Engeland vele politiemensen, geheime dienstfunctionarissen en justitiële ambtenaren en magistraten gesproken en daarnaast ook nog de advocaten van Baybasin. Zijn dossiers zijn onderzocht en Baybasin is daarover ondervraagd. Daarnaast hebben wij gesprekken en notities van functionarissen in Turkije, Engeland, Duitsland en Nederland onderzocht en hierdoor hebben wij stuitende feiten ontdekt. Wij zijn erachter gekomen dat de zaak Baybasin geen juridische kwestie is maar dat het gaat om een complot. Wij willen dat dit soort gebeurtenissen niet meer plaatsvindt en hopen dit met dit rapport de verantwoordelijke instanties onder de aandacht te brengen. Wat ons opvalt is dat de kwestie Baybasin een aaneenschakeling is van grove schandalen. En dan hebben we het over het Nederlandse Openbaar Ministerie dat na vijf jaar onderzoek tot de volgende conclusie is gekomen: Hüseyin Baybasin heeft zijn bezittingen en investeringen niet met drugshandel gefinancierd.

In dit door ons instituut opgemaakt rapport worden de details onderzocht van het complot dat door de internationale kringen van belanghebbenden stap voor stap tegen de familie Baybasin is geweven. Dit rapport toont met het belang van ons land voor ogen aan hoe ambtenaren die functies bekleden bij diverse staatsorganen en die banden hebben met internationale kringen van belanghebbenden hun bevoegdheden hebben misbruikt.

Uit al bekende publicaties en uit informatie en documenten uit de Berechtingdossiers blijkt dat dit complot door drugsbaronnen is opgezet en uitgevoerd, en is “opgebouwd langs een traject Nederland-Turkije”. Volgens de gegevens die uit de details en de bevindingen in de dossiers naar voren komen, blijkt duidelijk dat de opzetters van het complot een weg hebben bewandeld van het “signaleren en vervolgen van zogenaamde schuldigen, het voorbereiden van beschuldigingen in Turkije, en de vervolging ervan in Nederland laten plaatsvinden.”

Voor zover duidelijk zou met het voor Hüseyin Baybaşin opgezette scenario en het plan van het scenario, Turkije het land zijn waar het delict zogenaamd is gepleegd, en Nederland het land waar de vervolging zou worden ingesteld. Duidelijk is dat terwijl de veiligheidsdiensten van beide landen gewoon hun werk deden, het plan stap voor stap is opgebouwd om Hüseyin Baybaşin, die openbaringen deed over de organisaties die zich schuldig maakten aan internationale drugshandel, het zwijgen op te leggen, zodat de smokkel gemakkelijk en op een nog meer gecontroleerde wijze via het traject Turkije door zou kunnen gaan.

De onderhandelingen tussen Nederland en de gemachtigden in Turkije, die connecties hadden met de bende, worden gedocumenteerd door één van de documenten uit de dossiers in de zaken tegen Huseyin Baybasin, met het briefhoofd van het Nederlandse ministerie van justitie. Volgens het document d.d. 15 juli 1997 met het briefhoofd van het ministerie van justitie is er een telefoongesprek geweest in dit ministerie binnen het team dat de operatie uitvoerde: “De zaak Baybasin wordt gebruikt als drukmiddel” teneinde in een andere zaak iets van de Turkse autoriteiten gedaan te krijgen”. Op dit moment wordt hierover overleg gevoerd door BuiZa. Aangezien dhr. Demmink donderdag op vakantie gaat, zal gepoogd worden om uiterlijk donderdagochtend de besluitvorming af te ronden.”

En het geval waarvoor dit drukmiddel tegenover de Turkse bevoegde autoriteiten werd gebruikt heeft te maken met de in het document genoemde Joris Demmink. Demmink komt in de Nederlandse hiërarchie als Secretaris-Generaal van het ministerie van justitie op de tweede plaats na de minister. De naam Demmink is in Nederland in opspraak geraakt doordat bekend werd dat hij, buiten de uitvoering van zijn functie, betrokken was in schandalen inzake seks die hij had met jonge kinderen en jongens. Toen de Nederlandse pers uitgebreid over de perverse seks “party’s” van Demmink in de Republiek Tsjechië en in Roemenie begon te publiceren, is hierop een publicatieverbod uitgevaardigd, duidelijk is dat men heeft geprobeerd de zaak in de doofpot te stoppen. Bovendien was er, volgens informatie die wij tijdens ons onderzoek ter beschikking hebben gekregen nog iets dat niet tot de Nederlandse pers was doorgedrongen. Demmink had ook in Turkije soortgelijke “party’s” gerealiseerd.

Omdat in 1995 in Bodrum tijdens zo’n “party” een wapen afging, is de politie ter plaatse gekomen. Gemeld wordt dat over de bende, die de internationale drugshandel regelt, met behulp van hun ondersteuners uit ambtenarenkringen, in Turkije georganiseerde “party” gedetailleerde informatie is verstrekt aan en dat het is geregistreerd door de Turkse veiligheids- en inlichtingendiensten. De poot van de bende in Turkije die zich stoorde aan de tegelijkertijd plaatsvindende openbaringen van Baybasin met betrekking tot de internationale drugshandel heeft gebruik gemaakt van dit voorval. Duidelijk is dat het complot dat stap voor stap via deze keten van belanghebbenden is opgezet, is overgegaan in een operatie van belanghebbende kringen die de internationale drugshandel onder controle hebben.

Joris Demmink, die zich speciaal heeft beziggehouden met de zaak van Huseyin Baybasin in Nederland, is in november 1995 als toerist hier geweest en in juni 1996 in Antalya voor een internationale bijeenkomst. Daarnaast is hij Turkije in-en uitgereisd in de jaren 1997, 1998, 1999, 2000, 2001, 2002, 2003 en meestal wiste hij zijn sporen. Deze gegevens zijn verzameld bij officiële en speciale inlichtingendiensten. Er is ook geconstateerd dat hij onder verschillende namen Turkije is binnen gereisd.

De zaak werd in Nederland aan het rollen gebracht in de tijd dat Baybaşin de beschuldigingen waren geuit dat de Minister van Justitie Winnie Sorgdrager en haar assistent Joris Demmink in het verleden samen hadden gehandeld in drugs toen de Directeur-Generaal van Politiezaken Mehmet Ağar en de Nederlandse Minister van Justitie Sorgdrager begin 1997 in Nederland hebben gesproken met de toenmalige Minister-President Tansu Çiller waarbij de toenmalige Minister President Tansu Çiller heeft verklaard dat Baybaşin, omdat hij haar had beschuldigd, “tot zwijgen moest worden gebracht”. Blijkens hetgeen daar is besproken en de informatie uit verklaringen heeft Tansu Çiller toen het dossier Demmink op tafel gegooid.

Bekend is dat er in die periode berichten in omloop werden gebracht over Demmink dat hij “in Roemenië en in Tsjechië seks had met kinderen”. Bovendien was dit in een periode dat Demmink’s baas Minister Sorgdrager ook al in de problemen geraakt door een kwestie van 15 ton cocaïne.

Eveneens met betrekking tot hetzelfde onderwerp “geeft Demmink, gevolg gevende aan het genomen besluit, aan de Officier van Justitie Hillenaar opdracht om met Ferruh Tankuş te spreken”. Gebleken is dat dit gesprek heeft plaatsgevonden ongeveer zes-zeven maanden voordat Hüseyin Baybaşin in maart 1998 werd aangehouden en na het gesprek tussen Minister Sorgdrager en Tansu Çiller. Terwijl in het gesprek Hillenaar-Tankuş werd gepland “welk delict voor Baybaşin zou worden gerealiseerd om de operatie uit te voeren”. Uit informatie en stukken uit de zaaksdossiers blijkt dat gebeurtenissen die niet hebben plaatsgevonden zijn bekeken alsof zij wel hebben plaatsgevonden.

Hoewel de Officier van justitie Hillenaar allereerst verzweeg, dat hij met Tankus gesproken had, werd hij toen hij op de terechtzittingen van 21 en 22 oktober 2001 als getuige plaats moest nemen, gedwongen dit toe te geven. Maar hij zei: “Wij hebben toen niet over het probleem Baybasin gesproken.” Als reden daarvan gaf hij aan dat Tankus destijds nog geen chef van de Narcotica-brigade was. Als hij gezegd had: “Ja we hebben over dat onderwerp gesproken” dan zou men zich wel hebben afgevraagd wat zij bespraken, als het niets met de zaak Baybasin te maken had!

Bij het onder de loep nemen van de tot de allerbelangrijkste bewijsstukken in de zaaksdossier van de 1e Rechtbank in Zware Strafzaken in eerste aanleg in Bekirköy in Istanbul tegen Hüseyin Baybaşin en de overige verdachten, geluidsbanden waarvan wordt beweerd dat zij toebehoren aan Hüseyin Baybaşin, blijkt uit de documenten en bevindingen die wij in handen hebben gekregen dat er, zoals ook door sommige verdachten is verklaard, een scenario is opgezet waarbij telefoongesprekken waarvan wordt gesteld dat zij voor het jaar 1990 hebben plaatsgevonden met elkaar zijn “gemixt” zodat het lijkt alsof zij na het jaar 1997 zijn gevoerd en zijn “gemonteerd” alsof er een delict wordt gepleegd.

Uit Turkije worden, via gesprekken met Tankuş, aan Nederland archieven met telefoongesprekken verstrekt, waarvan wordt gesteld dat zij afkomstig zijn uit telefoontaps uit onderzoek op Baybaşin van de Turkse veiligheidsdiensten daterend vanaf 1989 tot heden. Die gesprekken onder de loep nemende, blijkt dat er een scenario is opgezet waarbij de gesprekken van die voor 1990 zijn gevoerd zijn “gemixt” alsof ze na 1997 hebben plaatsgevonden en dat ze zodanig zijn “gemonteerd” dat het lijkt alsof een misdrijf is gepleegd.

Van de geluidsbanden die tot de belangrijkste bewijsmaterialen behoren van het door ons onderzochte zaaksdossier, blijkt dat niet wetenschappelijk aan de hand van omstandigheden en manier van spreken is vastgesteld of deze gesprekken al dan niet zijn gevoerd door de verdachten in dit dossier. Er kan niet gezegd worden dat de bewijsstukken in het dossier zoals of de stemmen toebehoren aan de verdachten en wanneer en op welke wijze de taps zijn aangelegd niet discutabel zijn en dat zij als bewijs zouden moeten worden geaccepteerd. Daar komt nog bij dat de Nederlandse politie in haar tapverbalen aangeeft dat de tapkamer en de opnameapparatuur doorlopend defect waren. Als bijvoorbeeld een evaluatie zou worden gemaakt van genoemde zaken kan gesteld worden dat het bereikte delict een persoonlijke overtuiging niet te boven gaat. Duidelijk is dat de overtuiging dat het delict is gepleegd, volkomen is gebaseerd op door de decodering van de geluidsopnamen door de veiligheidsambtenaren verkregen decoderings-notities. Uitgaande van dit punt, is het zeer zinvol om onderstaande alinea’s en onderschriften te bestuderen.

Van Mehmet Celik of Haci asa of Hasan, een Iraniër met de Turkse nationaliteit, vragen we ons af of hij echt bestaat. We hebben noch zijn adres noch hem zelf kunnen vinden. Degenen die zijn verklaring hebben opgenomen waren hiertoe niet bevoegd. Dit is gebeurd in opdracht van Ferruh Tankus, die de verklaring zo heeft op laten stellen in samenwerking met de Nederlandse officier van justitie.

Maar bij de Rechtbank voor Zware Strafzaken te Bakırköy, die de zaak behandelt wordt de zogenaamd door Baybaşin ‘uitgelokte’ persoon Yavuz Yavuztürk vrijgesproken. Terwijl Baybaşin dan normaal gesproken ook vrijspraak had moeten krijgen, wordt de overbrenging van Baybaşin uit de gevangenis voor het benodigde verhoor in de procedure door de Nederlandse autoriteiten verhinderd.

Twee Roemenen, die bij de grenspost Kapıkule bij Edirne worden aangehouden met de 22 kilo heroine worden, zonder dat daar een officieel bevel voor is, met grote spoed naar İstanbul overgebracht en deze Roemenen, die geen Turks spreken, worden daar verhoord door een daar werkzame politieagent. Ten gevolge van ingesteld onderzoek blijkt naderhand, dat de politieagent, die zijn handtekening onder het proces-verbaal zette als tolk, helemaal geen Roemeens kent. De als verdachten gehoorde Roemenen verklaren later dat zij hun in het Turks gestelde verklaringen moesten tekenen, maar dat zij Baybaşin helemaal niet kennen.

Nuri Korkut en zijn vrienden in de drugskwestie. De in Edirne opgepakte Roemenen zijn in allerijl naar Istanbul afgevoerd en in Istanbul hebben zij het huis van Nuri Korkut aangewezen als plaats waar de drugs te vinden waren. Dit dossier is ook toegevoegd aan het strafdossier van Baybasin door het Nederlandse Openbaar Ministerie en door de politie-eenheid Noord-Oost. Ferruh Tankus heeft voordat hij de informatie aan het Turkse Openbaar Ministerie heeft gegeven, alle informatie doorgespeeld naar Nederlandse overheidsinstanties. Aan dit dossier zijn een aantal verklaringen toegevoegd die onder druk zijn afgelegd, en dat was bij de Nederlandse instanties bekend. Dit heeft ervoor gezorgd dat de Turkse instanties op een verkeerd spoor zijn gezet.

Van de Rechtbank voor Staatsveiligheid is er een document verkregen waarin staat dat Hüseyin Baybasin niets te maken heeft met het gebeuren omtrent de boot Lucky S. De in Turkije hooggeplaatste politieambtenaren Hüdai Sayin, Ferruh Tankus en M. Emin Aslan hebben met opzet aan de Nederlandse officier van justitie valse documenten en informatie doorgespeeld. Nederlandse autoriteiten hebben deze documenten als officieel en waarachtig opgevat. De Nederlandse officier van justitie heeft zelf de documenten opgevraagd en hij heeft vastgelegd dat hij deze documenten heeft gekregen van bevoegde Turkse autoriteiten.

Bij de berechting van Nizamettin Baybasin is een persoon genaamd Aziz Celik door de commandant van het Narcotica-bureau, Hüdai Sayin, gedwongen een verklaring te tekenen. Dit in samenwerking met de Duitse politie, die Sayin hiervoor heeft bedankt, zo hebben wij kunnen constateren.

Uit ons onderzoek blijkt dat Ilhan Metin onder druk is gezet om tegen Hüseyin Baybasin te getuigen. Ook de neef van Hüseyin Baybasin, Giyasettin, is opgepakt en is gedwongen om tegen Hüseyin Baybasin te getuigen. Toen hij dit weigerde, hebben ze hem gestraft en is hij in een psychische depressie geraakt.

VOLGENS HETGEEN OP BASIS VAN WETENSCHAPPELIJKE REGELS IS VASTGESTELD; DE GELUIDSBANDEN WAARVAN WORDT GESTELD DAT ZIJ VAN DE GENOEMDE TELEFOON ZIJN OPGENOMEN KUNNEN ABSOLUUT NIET DIENEN ALS BEWIJS. DEZE GEGEVENS VORMEN JURIDISCH DISCUTABELE BEWIJZEN IN HET FUNDAMENTELE EN NATIONALE RECHTSSYSTEEM. HET EXPERTISE-ONDERZOEK MET BETREKKING TOT DE DIENSTEN INZAKE DE BEWEGENDE EN NIET BEWEGENDE BEELDEN, GELUIDS EN TEKST COMMUNICATIE VIA HET INTERNET, ONZE TEGENWOORDIGE COMMUNICATIE VIA DE COMPUTER EN HET IP NUMMER OP DE COMPUTER:

Gedetailleerd onderzoek laat zien dat de bewering dat de stemmen op de geluidsbanden, die in het zaaksdossier worden aangemerkt als hoofdbewijs, toebehoren aan Hüseyin Baybaşin en de overige verdachten, niet echt geloofwaardig is.

Aan Nederland is te behoeve van inlichtingendiensten informatie gegeven, waarin wordt vastgesteld dat een aantal telefoontaps als bewijs zijn gebruikt, waarvan het lijkt of de gesprekken tussen 1997 en 1998 hebben plaatsgevonden. Dit is niet alleen een schandaal maar ook een strafbaar feit.

Deze gesprekken onder de loep nemende, blijkt dat zij zijn “gemixt” met gesprekken van die voor het jaar 1990 zijn gevoerd alsof zij na het jaar 1997 hebben plaatsgevonden en dat een scenario is opgezet om met gebruik making van “montage” te doen voorkomen alsof een misdrijf is gepleegd.

Baybaşin is momenteel dank zij de uit de afgeluisterde telefoongesprekken geconstrueerde ‘strafbare feiten’ tot levenslange gevangenisstraf veroordeeld in Nederland.

Overheidsfunctionarissen hebben hun macht misbruikt uit eigen belang en Baybasin en zijn familieleden wreed onderdrukt, en afgeschilderd als vijanden. Recht zegeviert alleen als het duidelijk en helder is en voor iedereen op een eerlijke manier wordt toegepast.

Tot zover de citaten uit het Aanvullend Rapport, opgemaakt door integere Turkse instanties. Daar kan men in Nederland een voorbeeld aan nemen.

Ceterum censeo Joris Demmink strafrechtelijk… wordt vervolgd.

Share and Enjoy:
  • NuJIJ
  • Twitter
  • Facebook
  • Hyves
  • RSS
  • email

2 Reacties op “Langendoen en het Turkse "EK Rappor"”

Laat een reactie achter

Recente reacties