Archief
Artikelen

Deze BOUblog was oorspronkelijk geplaatst op 23 april 2008. Uit mijn statistiek bleek dat hij sinds 1 oktober reeds 294 maal is bekeken, maar de video deed het niet meer. Die heb ik nu hersteld. Omdat dit verhaal tijdloos is, heb ik het herplaatst.

In de Bijbel staat een verhaal dat de kern vormt van het monotheïsme: de Exodus. Het gaat over een reeks van dramatische rampen die, als ze waar gebeurd zouden zijn, een diepe indruk moeten hebben achtergelaten op alle volkeren die toen leefden. Het verhaal is geschreven vanuit het perspectief van de Israëlieten, die op dat moment in Egypte woonden, maar die oorspronkelijk uit Mesopotamië kwamen.

Omstreeks 1850 v.Chr. trok een Semitische familie van de stam Heber weg uit de stad Ur in de delta van de Eufraat, om te gaan wonen in Harran, een stad in het vruchtbare gebied aan de bovenloop van de Eufraat. Dat gebied werd vanaf 2200 v.Chr. drie eeuwen lang dusdanig door stofstormen geteisterd, dat het onbewoonbaar was geweest. Toen de stormen waren gaan liggen, keerde de Semitische bevolking vanaf 1900 v.Chr. langzaam maar zeker terug. Een van hen was Abraham, die besloot om verder te trekken naar Kanaän. Abraham was rijk: hij bezat runderen, schapen, goud en zilver en veel dienaren. Eenmaal in Kanaän ging Abraham El aanbidden, want dat was de god van het land waar hij zich bevond.

Toen de god verscheen aan Abraham, gebeurde er volgens de Bijbel een ramp: het regende brandende zwavel. Twee steden in Kanaän, Sodom en Gomorra, werden volledig verwoest, maar Abraham en zijn verwanten schuilden in een grot. Kort daarna werd Isaak geboren en door deze zoon werd Abraham opgevolgd. Isaak werd opgevolgd door Jakob, maar na een strijd met El veranderde Jakob zijn naam in Israël, oftewel: ik streed met El. Jakob/Israël had twaalf zonen en toen er in Kanaän een hongersnood heerste, verhuisde de hele stam van Israël naar Egypte.

Volgens de Bijbel woonden de Israëlieten vier generaties lang in Egypte, waar ze vervielen tot slavernij. Ten tijde van Moses verscheen de God opnieuw en dat ging volgens de Bijbel gepaard met tien plagen. De Nijl veranderde in bloed en het water werd ondrinkbaar. De kikkers kwamen uit het water om te sterven op het land. Er volgde een plaag van klein ongedierte, vlooien of luizen. Daarna kwamen er steekvliegen of horzels. Vervolgens stierf het vee. Er viel as of roet uit de hemel, waar men zweren of blaren van kreeg. Vervolgens viel er een vurige hagel, die de oogst vernietigde. Daarna kwamen er sprinkhanen die het hele land kaal vraten. Toen viel er een diepe duisternis in en tijdens die nacht werden de eerstgeborenen van Egypte gedood. In de geschiedenis van Egypte lijken deze rampen echter te ontbreken.

Volgens het boek Exodus trokken de Israëlieten te midden van extreem natuurgeweld weg uit Egypte, om onder leiding van Moses naar Kanaän te gaan. Ze werden achtervolgd door de farao, maar de Rode Zee splitste zich, zodat de Israëlieten konden oversteken, waarna het water zich weer sloot en het leger van de farao werd verzwolgen door de golven. Eenmaal in de Sinaïwoestijn verscheen de god aan Mozes en gaf hem de stenen tafelen met de tien geboden. Het eerste gebod luidde: Ik ben de Heer, uw God. Gij zult geen andere goden aanbidden! Dat gebod vormt nog altijd de kern van de drie monotheïstische religies: het Jodendom, het Christendom en de Islam.

Tot op heden blijft onduidelijk, of het boek Exodus getuigt van ware gebeurtenissen, of slechts een religieuze mythe is. Een Oostenrijkse archeoloog, professor Manfred Bietak, heeft in de delta van Egypte de stad Auaris opgegraven. In die stad bevond zich een van de grote Egyptische opslagplaatsen voor het graan. Bietak ontdekte dat Auaris werd bewoond door Hebreeën, leden van de Semitische stam van Heber waartoe ook Abraham behoorde. Getuige de lijken die in een massagraf lagen, werd de stad ooit verwoest in een dramatische ramp. Op grond van deze ontdekking ontwikkelde Simcha Jacobovici een theorie waarin plaats is voor een waar gebeurde de Exodus en waarbij een deel van de Israëlieten niet naar Kanaän trok, maar naar Griekenland. Daar zouden ze in de graven van Mycene gedenkstenen hebben achtergelaten van de dramatische gebeurtenissen in het boek Exodus.

Uit deze theorie blijkt duidelijk, dat er binnen de archeologie nog grote controverses bestaan, waarbij belangrijke vragen onbeantwoord blijven. Vooral de vraag of de Exodus waar gebeurd is, houdt de gemoederen nog altijd bezig. Aan een historische gebeurtenis moet men een jaartal kunnen verbinden, maar de datering van de Exodus kent twee scholen. De ene school, die de Bijbel als bron afwijst, noemt als jaartal 1235 v.Chr., terwijl de school die de Bijbel als bron accepteert, denkt dat het jaartal 1628 v.Chr. moet zijn. Het verschil is vier eeuwen! Helaas leiden beide jaartallen tot allerlei anachronismen op andere plaatsen in de oude geschiedenis.

In de documentaire The Exodus Decoded confronteert de presentator James Cameron ons met deze archeologische controverse. Hij plaatst de Exodus in 1628 v.Chr. en als tijdgenoot van Moses noemt hij farao Ahmose, de eerste farao van de 18e dynastie. Hoewel hij claimt dat de Exodus-controverse daarmee is opgelost, ben ik bang van niet, maar dat is geen reden om niet te genieten van de prachtige illustraties.

The Exodus Decoded duurt 1 uur en 33 minuten.

Share and Enjoy:
  • NuJIJ
  • Twitter
  • Facebook
  • Hyves
  • RSS
  • email

Laat een reactie achter

Recente reacties