Archief
Artikelen

Toen de mensheid nog maar pas begon met het optekenen van gebeurtenissen, speelden de goden reeds een belangrijke rol. Bij de Sumeriërs, die ruim 5000 jaar geleden als eersten een schrift ontwikkelden, was de tempel het centrum van beschaving en de eerste kleitabletten bevatten lijsten van geschenken aan de goden. Drie grote goden beheersten het bestaan: Anu, de hemel, Enlil, de wind, en Enki, de zoetwaterstroom. Daarnaast werden de zon, de maan en Venus aanbeden. In iedere stad werd een van deze goden specifiek vereerd, de tempel was gewijd aan deze stadsgod. In Egypte was het al niet veel anders en omdat er veel steden waren, bestonden er talloze goden. Ook had ieder huis een eigen huisgod, die werd gerepresenteerd in de vorm van een godenbeeldje.

Deze goden konden boos worden, zowel op elkaar als op de mensen, maar ze konden de mensen ook helpen. Daarom was het van belang om hen te vriend te houden. Dat kon op verscheidene manieren: men bouwde een tempel, een huis waarin de god kon wonen; men offerde de god een maaltijd die daarna gezamenlijk werd gegeten; men schonk de god dienaren, priesters die zorgden voor het huis van god; men schonk de god vrouwen, priesteressen die hoog in aanzien stonden. Op die manier hoopte men de gunst van de hemel, de vruchtbaarheid van de aarde en vriendelijkheid van de rivier af te dwingen. Dat ging niet altijd goed, zoals blijkt uit het verhaal van de zondvloed, waarvan de eerste versies zijn opgetekend in het beroemde epos van Gilgamesh.

Omstreeks 1850 v.Chr. trok een Semitische familie van de stam Heber weg uit de stad Ur in de delta van de Eufraat, om te gaan wonen in Harran, een stad in het vruchtbare gebied aan de bovenloop van de Eufraat. Dat gebied was vanaf 2200 v.Chr. drie eeuwen lang dusdanig door stofstormen geteisterd, dat het onbewoonbaar was geweest. Maar de stormen waren gaan liggen en de Semitische bevolking keerde vanaf 1900 v.Chr. langzaam maar zeker terug. Een van hen was Abraham, die na de dood van zijn vader besloot om verder te trekken naar Kanaän. Abraham was rijk: hij bezat runderen, schapen, goud en zilver en veel dienaren. Ook in Kanaän werden goden aanbeden: de oppergod El, zijn zoon Baäl, die voor regen zorgde, en zijn zuster Anat, godin van de vruchtbaarheid. Eenmaal in Kanaän ging ook Abraham El aanbidden, want dat was de god van het land waar hij zich bevond.

In deze tijd erkende men nog het bestaan van talloze goden, maar deze ene god El verscheen aan Abraham, waarna er volgens de Bijbel een ramp gebeurde: het regende brandende zwavel. Twee steden in Kanaän, Sodom en Gomorra, werden volledig verwoest, maar Abraham en zijn verwanten schuilden in een grot. Hoewel Abraham veel zonen kreeg, erfde Isaak zijn rijkdom en zijn positie als stamhoofd. Hoewel ook hij meerdere zonen had, erfde alleen Jacob. Na een strijd met El veranderde Jacob zijn naam in Israël, oftewel: ik streed met El. Jacob/Israël had twaalf zonen en toen er in Kanaän een hongersnood heerste, verhuisde de hele stam naar Egypte. Daar lag in de delta een stad, Auaris, waar het graan werd opgeslagen. Egypte kende meerdere van deze graanschuren, maar Auaris werd in deze tijd bewoond door Aziaten, de Habiru oftewel Hebreeën, leden van de Semitische stam van Heber.

Volgens de Bijbel woonden de Israëlieten vier generaties in Egypte, waar ze vervielen tot slavernij. Ten tijde van Moses verscheen de God opnieuw en dat ging gepaard met ernstige rampen die wel in de Bijbel staan, maar die in de geschiedenis van Egypte lijken te ontbreken. Te midden van deze rampen trokken de Israëlieten weg uit Egypte, om onder leiding van Moses naar Kanaän te gaan. Deze gebeurtenis, de Exodus, vormt de kern van de Joodse religie. Vanaf dat moment was het aan de Israëlieten verboden om een andere god te aanbidden dat Jhwh, die was verschenen aan Mozes.

Het zou nog minstens 1000 jaar duren voor deze god werd gezien als de enige echte. De andere goden mocht men niet aanbidden, maar ze bestonden wel! Pas nadat de bevolking van Jeruzalem, de Israëlitische stam van Juda, in 586 v.Chr. door Nebukadnezar II was weggevoerd naar Babylon, begon men de god van Israël te beschouwen als de enige echte. Deze god zou de stam van Juda terugvoeren naar Jeruzalem, zoals hij ooit de Israëlieten had teruggevoerd naar Kanaän. In 539 v.Chr. werd Babylon veroverd door koning Cyrus van Perzië en hij gaf de Joden, de stam van Juda, toestemming om terug te keren naar Jeruzalem. De Joden zagen daarin het bewijs van de oppermacht van hun god. Alle andere goden waren machteloos, het waren slechts afgoden. Zo ontstond het monotheïsme, waaruit drie grote religies zijn voortgevloeid: het Jodendom, het Christendom en de Islam.

De documentaire Een Geschiedenis van God gaat over het ontstaan van deze drie religies. Hij is gebaseerd op het gelijknamige boek van Karen Armstrong, dat ook in het Nederlands is vertaald (ISBN 90-414-0278-0). Armstrong, die enige jaren als non in een Rooms Katholiek klooster leefde, heeft verscheiden boeken geschreven, niet alleen over het Christendom, maar ook over de Islam en het Boeddhisme. Ze wordt beschouwd als een van de grootste experts op het gebied van religie en ze staat bekend om haar vrijzinnige kijk op dit fenomeen. De documentaire is zowel informatief als rijk geïllustreerd. Ook als het onderwerp minder aanspreekt, blijft het een lust voor het oog.

A History of God duurt 1 uur en 33 minuten

Share and Enjoy:
  • NuJIJ
  • Twitter
  • Facebook
  • Hyves
  • RSS
  • email

6 Reacties op “Een geschiedenis van God”

  • Rik:

    Ach ja, toen godsdienst nog een kwestie was van polytheïsme had het nog iets naïef-aandoenlijks… Het Kwaad is begonnen met het monotheïsme: God als een jaloers-paranoïde potentaat, die iedereen die maar naar een andere god(in) kijkt gelijk vervloekt, doodt of verdelgt – hetgeen is overgeslagen op de ‘uitleggers’ van het geloof: de priesters, bisschoppen, imams, ayatollahs, rabbi’s en andere jurkdragende waarheid-in-pacht-hebbers. Alle drie grote monotheïstische godsdiensten zijn van ditzelfde haatsop overgoten. Het beste wat je kunt doen is je er verre van houden en er, als dat zo uitkomt, de draak mee steken. Wat een buitengewoon onaangenaam mens is die Karen Armstrong trouwens, zowel om te zien als om aan te horen – doch dit geheel terzijde.

  • Beste Rik, ik mag zelf graag de boeken lezen van Karen Armstrong, want ze is bijzonder erudiet. Maar ze is inderdaad niet fotogeniek.

    Wat mij steeds verbaast in die drie monotheïstische religies, is dat ze alle drie geloven dat er één god bestaat, waarna ze gaan bakkeleien over welke god de ware is. Ook binnen het Christendom is daar veel over geruzied.

    Maar ik ben er niet op uit om een oordeel te vellen. Het gaat mij om de plaats van de religie in de geschiedenis en de hedendaagse politiek. Ook bij mezelf ontdek ik daarover nogal wat misverstanden. Per slot ben ik zelf ook opgevoed in de Christelijke cultuur. 😉

  • Harald:

    Ik zie de link met UFO’s eerlijk gezegd niet zo.

  • Harald, er is geen link met UFO’s. Van de oude geschiedenis ben ik vrij goed op de hoogte (voor een amateur) en al dat gezeur over Sumeriërs en UFO’s is je reinste flauwe kul!
    De grote historische controverse is, of de Exodus al dan niet waar gebeurd is. Drie religies zijn daarop gebaseerd, maar in de oude geschiedenis is de exodus nooit gebeurd. Zie mijn volgende post.

  • VII:

    Een mooi en informatief documentaire Bou.
    Bedankt voor het plaatsen.

    Ik moet hier wat vaker komen neuzen 🙂 .

Laat een reactie achter

Recente reacties