Archief
Artikelen

In de documentaire serie The Prize hebben we gezien hoe aardolie in de 19e eeuw voor het eerst werd gebruikt als lampolie. Vervolgens werd er een motor ontwikkeld die werd aangedreven door de verbranding van diesel of benzine. Er bestonden wel reeds stoommachines die werkten op de verbrandingswarmte van hout of steenkool, maar de belangrijkste bronnen van energie waren nog de spierkracht van mens en dier, windmolens en watermolens. Deze laatste zijn duurzaam, maar brandstoffen zijn dat natuurlijk niet. Ze worden in het proces verbrand en dus verbruikt.

In The Prize was zichtbaar dat de olie aanvankelijk letterlijk uit de aarde spoot, als men op de juiste plek een gat in de krijtlaag boorde. Daarna zette men er een jaknikker op, die door een dieselmotor werd aangedreven. Wie een oliebron bezat, kon slapende rijk worden. De zoektocht naar olie leverde echter veel te veel op. Overal werd olie ontdekt en in de jaren ’30 was er zelfs een overschot, waardoor de aardolie niets meer waard leek. De 2e wereldoorlog slurpte dat overschot op, terwijl Hitler tevergeefs de oliebronnen van Bakoe trachtte te veroveren.

Na de oorlog werkten de olie-corporaties samen om de olieprijs in stand te houden. Maar de OPEC, de organisatie van olie-producerende landen, wilden ook een vinger in de pap. Toen Egypte en Syrië in 1973 Israël binnenvielen, gingen de OPEC-landen over tot een olieboycot van de landen die Israël steunden. In de VS en de West-Europese landen ontstond daardoor even een tekort aan olie, waardoor de prijzen stegen. Men ging op zoek naar nieuwe bronnen, er werd olie gevonden in de Noordzee en er verrezen boorplatforms. De hoge olieprijzen maakten deze kapitaalintensieve onderneming rendabel.

De energie van een vat olie (159 liter) staat ongeveer gelijk aan de arbeid die achttien mensen in een jaar kunnen verrichten. In de 20e eeuw hebben landbouwmachines het werk in de landbouw overgenomen. Vervoer ging niet langer met paard en wagen, maar met auto’s en vrachtwagens. Ook de industrie werd vrijwel volledig gemechaniseerd. Door de ongekende rijkdom aan energie kon de wereldbevolking in 150 jaar tijd groeien van 1 miljard naar 6 miljard mensen. Velen van hen leven in miljoenensteden, waar zij voor hun voedsel afhankelijk zijn van transport. Anderen leven in suburbs, waar zij voor hun werk zijn aangewezen op transport. Zonder benzine of diesel valt de basis onder hun bestaan weg.

Reeds in 1949 voorspelde Dr. M. King Hubbert dat het tijdperk van de aardolie slechts van korte duur zou zijn. Hij maakte een grafiek van de oliebronnen die werden ontdekt en deze grafiek vertoonde eerst een stijgende lijn om vervolgens weer te dalen. Hij voorspelde dat ook de grafiek van de olieproductie ooit een dalende lijn zou krijgen. De top van deze grafiek noemt men de Hubbert-peak en het verschijnsel heet peak-oil.

Aan peak-oil zitten twee kanten: enerzijds vergt het een steeds grotere investering om olie te winnen, anderzijds krijgt de wereldbevolking een steeds grotere behoefte aan olie, vooral door de economische ontwikkeling van India en China. Het aanbod neemt af en de vraag neemt toe. Peak-oil betekent niet dat de olie op is, maar dat het steeds moeilijker wordt om deze te winnen. Als het winnen van een vat olie een vat olie aan energie vergt, is de olie nog altijd niet op, maar de oliewinning is dan niet langer rendabel.

Er zijn mensen die denken dat peak-oil een mythe is, verzonnen om de olieprijzen hoog te houden. Soms lijkt dat inderdaad waar! Er zijn ook mensen die beweren dat de aardolie nooit op raakt, omdat het geen fossiele brandstof is. Zij zeggen dat deze delfstof abiotisch is en in de aardmantel ontstaat. Dit lijkt onjuist, omdat koolstofketens onder hoge temperatuur en druk niet worden gevormd, maar juist worden gekraakt. Maar zelfs al zou het waar zijn, dan nog doet dat niets af aan het fenomeen van peak-oil. Er worden nou eenmaal steeds minder oliebronnen ontdekt en de bestaande oliebronnen raken leeg.

Sinds de oliecrisis van 1973 nemen de westerse regeringen, en met name die van de VS, peak-oil hoogst serieus. Dat blijkt uit hun politiek, die steeds sterker wordt bepaald door de behoefte aan aardolie. Tegelijkertijd proberen ze dit voor het publiek te verzwijgen. De oorlogen die nu worden gevoerd in het Midden Oosten en Afrika, gaan beslist niet over vrijheid en democratie, en zeker niet over religie, maar over aardolie en andere grondstoffen.

In de volgende documentaire laten de Europese journalisten Basil Gelpke en Ray McCormack zien, dat de westerse verslaving aan aardolie binnenkort zal botsen op de geologische werkelijkheid. Er komen deskundigen aan het woord, waaronder Matthew Savinar, de maker van de website Life After the Oil Crash, professor David Goodstein, natuurkundige en schrijver van het boek Out of Gas: The End of the Age of Oil, de peak-oil expert Matt Simmons, adviseur van president Bush, mevrouw Terry Lynn Karl, professor politicologie aan de Stanford University, Fadhil Chalabi, voormalig minister van Olie in Bagdad en nu directeur van het Centre For Global Energy Studies, Roscoe Bartlett, republikeins lid van het Huis van Afgevaardigden, de Ierse geoloog Colin Campbell, die voorspelde dat de piek reeds in 2007 bereikt zou zijn, en Robert Ebel, energiedeskundige van het Center for Strategic and International Studies (CSIS). Ook de filmopnamen, gemaakt in verscheidene olielanden, laten duidelijk zien wat met peak-oil wordt bedoeld.

A Crude Awakening duurt 1 uur en 23 minuten

Share and Enjoy:
  • NuJIJ
  • Twitter
  • Facebook
  • Hyves
  • RSS
  • email

4 Reacties op “De geschiedenis van aardolie: peak-oil”

Recente reacties