Archief
Artikelen

The Prize is een filmserie in acht delen over de geschiedenis van de aardolie. In de eerste vier delen werd een periode behandeld van ongeveer een eeuw, vanaf de ontdekking van aardolie omstreeks 1850, tot en met de Tweede Wereldoorlog. In het vijfde deel zagen we hoe de Amerikaanse maatschappij Aramco olie ging winnen in Saoedi-Arabië. In Irak en Iran was de olie voornamelijk in Britse handen, maar na de oorlog werd Arabische olie geïmporteerd in Europa, in het kader van het Marshall plan. Alle olie was in handen van zeven Amerikaanse of Engelse maatschappijen, die samenwerkten om de prijs te bepalen.

In Italië bestond een staatsbedrijf voor energie: ENI. Drijvende kracht achter dit bedrijf was Enrico Mattei, die in 1962 bij een vliegtuigongeluk om het leven kwam. Velen vermoedden sabotage, omdat Mattei in de oliewereld een zeer omstreden figuur was. Hij verzon de naam “Seven Sisters” voor de grote oliemaatschappijen en hij wilde dit oligopoly doorbreken.

In de VS was de economische groei nu 7% per jaar. Door de goedkope olie ontstond er een automobielcultuur en 10 miljoen mensen gingen wonen in de suburbs. Er werden snelwegen aangelegd, de auto-industrie floreerde en de welvaart nam toe. Achter de schermen werkten de oliemaatschappijen samen, zij besloten hoeveel olie er werd geproduceerd en ze lieten de prijs dalen. Het Midden Oosten en Venezuela werden ontevreden. Ze wilden meer geld, dus een hogere olieprijs.

Enrico Mattei was opgegroeid in een arm land en tijdens het bewind van Mussolini was hij partizaan. Als directeur van het staatsbedrijf ENI zag hij het verband tussen olie en welvaart. Hij wilde ook welvaart voor zijn eigen land en hij boorde in Italië naar olie, maar in Noord Italië vond hij aardgas. Hij legde razendsnel gasleidingen aan. Hij liet de benzinestations van ENI voorzien van restaurants, om zo te concurreren met Esso, Shell en de anderen. In Italië werd hij een machtig man, maar ENI had geen oliebronnen. De Seven Sisters beheersten het hele proces vanaf de oliebron, via het vervoer naar de raffinaderij tot aan de benzinepomp. Mattei wilde crude oil. Daartoe wilde hij namens het staatsbedrijf ENI rechtstreeks onderhandelen met regeringen, zodat de Seven Sisters buiten spel zouden komen te staan.

Mattei raakte bevriend met generaal Gamal Abdel Nasser van Egypte, een nationalist die de Engelsen weg wilde hebben uit zijn land. Met Nasser sloot hij een verdrag waarin hij hem 75% beloofde van de prijs van de ruwe olie, maar Egypte bezat erg weinig olie. In 1954 wist Nasser geweldloos de macht te grijpen en in 1956 nationaliseerde hij het Suezkanaal, dat van de Britten en de Fransen was. Frankrijk en Engeland wilden samen met Israël het kanaal heroveren, maar president Eisenhower dwong hen om zich terug te trekken. Zo liep de Suez crisis met een sisser af.

Mattei bood nu ook aan Iran 75% van de prijs van de ruwe olie. Intussen breidde de Sovjet Unie de olieproductie uit en Mattei wilde die olie wel kopen, voor minder dan een dollar per vat. Daartoe legde hij een pijpleiding naar het westen. De Seven Sisters waren woedend en bang dat de olieprijs daardoor zou dalen, maar Mattei hoopte te worden toegelaten tot hun kartel. Het was het hoogtepunt van de koude oorlog. Op 7 oktober 1962 kwam Mattei om het leven, maar hij liet in de internationale oliewereld een belangrijke erfenis na: ENI, nu een van de zeven grootste oliemaatschappijen, en de 75% deal voor het olieproducerende land.

Juan Pablo Perez Alfonso kwam uit Venezuela, maar na een militaire coup in zijn land was hij naar Washington gevlucht. Hij wilde dat de olieproducerende landen gingen samenwerken. Door het aanbod te verkleinen zouden ze de prijs kunnen laten stijgen. Hij legde daartoe contacten met de olielanden in het Midden Oosten, die ook ontevreden waren over de lage olieprijs. Abdullah Tariki was olieminister van Saoedi-Arabië. De journaliste Wanda Jablonski kende beide mannen en bracht hen in 1959 in Caïro met elkaar in contact. De Seven Sisters hadden de olieprijs weer verlaagd. Tariki en Alfonso waren het eens: de olieproducerende landen moesten gaan samenwerken.

De Iraanse prins Manucher Farmanfarmaian was de eerste die zich liet overtuigen, daarna tekenden ook de Arabieren de overeenkomst. Het was echter niet meer dan een gentlemans-agreement, de Seven Sisters hadden nog steeds de macht. In augustus 1960 verlaagden ze de olieprijs nogmaals en in Bagdad kwamen de olieproducerende landen bijeen. Zo ontstond OPEC, maar de Seven Sisters negeerden deze samenwerking. Fuad Rouhani, de eerste secretaris generaal van OPEC, vertelt dat de Seven Sisters zelfs de regeringen van de OPEC-landen bedreigden. De Sjah van Perzië was besluiteloos, in 1963 waren er rellen uitgebroken onder leiding van Ayatollah Khomeini. Toen in 1967 de zesdaagse oorlog uitbrak tussen Israël en zijn buurlanden, wilden de Arabische staten een olie-embargo tegen Israël, maar dat plan mislukte, want er was te veel olie in omloop.

In de jaren ’60 werd er ook olie ontdekt in Libië en van alle kanten kwamen onafhankelijke oliemaatschappijen en avonturiers er op af. Een van die avonturiers was dokter Armand Hammer, een zoon van Joods Russische immigranten in de VS, die zijn geld had verdiend met handel in van alles en nog wat en nu een kleine oliemaatschappij bezat: Occidental. Libië werd geregeerd door koning Idris, omringd door een corrupte kliek. Hammer benaderde Omar Shelhi, de raadsheer van koning Idris, en deze raadde hem aan om in Libië een oase te cultiveren: de Kufra Oase. In ruil zou Occidental een concessie krijgen en dit bleek een rijke oliebron: 75.000 vaten per dag. Er werd een pijpleiding gelegd, maar in september 1969 pleegde kolonel Moammar Abu al-Khadaffi een staatsgreep. Hij verklaarde de contracten met de oliemaatschappijen ongeldig en Hammer moest opnieuw onderhandelen. Khadaffi bedong 30 dollarcent per vat, plus 55% van de winst en Hammer tekende. De andere oliemaatschappijen in Libië konden nu kiezen of delen. Voor het eerst dicteerde een olieproducerend land de voorwaarden. De macht van de Seven Sisters was tanende en de olieprijzen stegen.

The Prize, deel 6: Power to the Producers duurt 51 minuten

Share and Enjoy:
  • NuJIJ
  • Twitter
  • Facebook
  • Hyves
  • RSS
  • email

1 Reactie op “De geschiedenis van aardolie, The Prize deel 6”

Laat een reactie achter