Archief
Artikelen

Op 2 november 2004 werd Theo van Gogh vermoord in de Linnaeusstraat, in de Amsterdamse Oosterparkbuurt. Op zijn website De Gezonde Roker noemde hij moslims geitenneukers. Samen met Ayaan Hirsi Magan (toen nog het kamerlid Hirsi Ali) maakte hij de korte film Submission, waarin vrouwenmishandeling en seksueel geweld werden gekoppeld aan de Islam. Deze film werd op 29 augustus 2004 uitgezonden door de VPRO. Er ontstond commotie, Theo en Ayaan ontvingen doodsbedreigingen, maar Van Gogh zei in NOVA dat hij zich niet bedreigd voelde. Ten onrechte, zoals zou blijken!

Sinds de moord op Pim Fortuyn was de sfeer in Nederland reeds gespannen. De moord op Van Gogh was beestachtig, heel Nederland, maar vooral Amsterdam Oost, was in rep en roer. Die avond verzamelde zich een menigte op de Dam en hield een lawaaidemonstratie. De dader, de Marokkaan en Nederlander Mohammed Bouyeri, verklaarde dat hij Van Gogh had vermoord omdat deze de Islam had beledigd. Op 27 juli 2005 werd hij veroordeeld tot levenslang. Zie voor de raadsels rondom deze moord bij voorbeeld dit artikel (pdf) van Stan de Jong, die er ook een boek over schreef. De Hofstadgroep, verdacht van het vormen een terroristische organisatie waarvan Mohammed Bouyeri deel zou uitmaken, werd in januari 2008 vrijgesproken, waarna hen een flinke schadevergoeding werd toegekend.

Vrij kort na de moord op Van Gogh, op maandag 17 januari 2005, werd de 43-jarige Surinaamse Germaine C., oftewel Gemma, in de 3e Oosterparkstraat beroofd van haar tas. Terwijl ze wachtte tot ze kon afslaan naar de Linnaeusstraat, opende iemand het portier van haar auto en gapte haar handtas. Hij sprong achterop een scooter die stond te wachten en de daders gingen er vandoor. Achteruit rijdend in haar auto ging Gemma hen achterna. Op een verkeersdrempel ramde de auto wat paaltjes, raakte de scooter en botste tegen een boom. De tasjesdief Ali el Bejjati raakte beklemd tussen auto en boom, brak zijn nek en overleed ter plaatse. Zijn partner nam de benen. Gemma werd gearresteerd, maar na drie dagen weer vrijgelaten.

De 19-jarige Ali el Bejjati was al eens veroordeeld voor tasjesroof. Op de ochtend voor zijn dood had hij nog voor de rechter gestaan wegens een gewapende overval op 11 mei 2004. Zijn broer had hem echter een alibi verschaft, waarna zijn voorarrest was opgeheven. Zijn dood maakte dat het OM in deze zaak niet langer ontvankelijk was. De Marokkaanse gemeenschap wilde een stille tocht voor Ali houden, alsof hij een slachtoffer was van zinloos geweld, maar burgemeester Cohen wist hen daarvan te weerhouden. Ali werd in Marokko begraven. Gemma werd met de dood bedreigd en na haar vrijlating dook ze onder. Sindsdien durft ze niet meer naar huis, ze gaf haar baan op en woont op schuiladressen.

Volgens een peiling van Maurice de Hond vond het merendeel (66 %) van de bevolking dat de dood van de tasjesdief een tragisch ongeval was, maar het OM wilde Gemma vervolgen wegens doodslag. Kamerlid Geert Wilders en minister Rita Verdonk stortten zich op de zaak en premier Balkenende gaf Rita Verdonk gelijk. Politici horen zich echter buiten het strafrecht te houden!

De officier van justitie had in bewaring stelling gevorderd, maar de rechter commissaris wees dat af. Daarom werd Gemma na drie dagen vrijgelaten. Het Juridisch Dagblad schreef op 21 januari 2005:
Het OM blijft bij het standpunt dat de verdenking zich in de eerste plaats richt op het nemen van ‘een onaanvaardbaar risico’, hetgeen in juridische zin de verdenking oplevert van doodslag. Maar voor doodslag is opzet vereist…
De rechter-commissaris heeft gisterenmiddag ‘uitgebreid de verdachte gehoord’ maar is tot de conclusie gekomen dat er onvoldoende aanwijzingen zijn voor opzet en het bewust nemen van een onaanvaardbaar risico.
De motivering van de rechter-commissaris luidt letterlijk: “Er is geen aanleiding om aan te nemen dat verdachte rechtstreeks opzet had gericht op de dood van de bestuurder en/of passagier van de scooter en evenmin dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de bestuurder en/of passagier van de scooter zouden komen te overlijden.” Dit laatste wordt wel ‘voorwaardelijke opzet’ genoemd.
Daarmee had de kous af kunnen zijn, maar het OM besliste:
Het onderzoek tegen de verdachte gaat gewoon verder, waarbij ‘het standpunt van de rechter-commissaris meegenomen zal worden’.

Op 14 februari 2005 werd Gemma nogmaals verhoord door de politie: Volgens dit proces verbaal wilde ze de scooter van de jongens “aantikken”. Daarop zou ze volgens het OM kunnen worden aangeklaagd wegens doodslag. De bevolking reageerde verontwaardigd. Een jaar later was er echter nog niet veel gebeurd.

Eind december 2006 had het OM nog altijd niet definitief beslist of Gemma zou worden vervolgd. De familie van Ali el Bejjati dreigde naar het Hof te stappen met een verzoek om tot vervolging over te gaan (art.12 Sv). Op 26 maart 2007 bleek dit verzoek inderdaad ingediend, maar een artikel 12 procedure is alleen mogelijk wanneer het OM heeft besloten om niet tot vervolging over te gaan. Het OM had het gerechtelijk vooronderzoek nog niet afgesloten. Vermoedelijk heeft het Hof de klager daarom niet ontvankelijk verklaard. Op vrijdag 27 juli 2007 maakte het OM bekend dat Gemma zou worden vervolgd.

Deze zaak heeft wat juridische haken en ogen. Er kan sprake zijn van doodslag (art. 287 Sr.), waarop maximaal 15 jaar staat, of dood door schuld (art. 307 Sr.), waarop slechts maximaal 9 maanden staat. Bij doodslag moet opzet worden bewezen, waarbij voorwaardelijke opzet ook mogelijk is. Dat laatste betekent dat iemand bewust het risico heeft genomen dat de ander zou overlijden. Bij dood door schuld gaat het om het causale verband, waarbij de schuld ook kan bestaan uit nalatigheid. Er is inderdaad een causaal verband tussen het achteruit rijden van Gemma en de dood van Ali el Bejjati, maar Rita Verdonk trok de redenering door: er is ook een causaal verband tussen de diefstal en het achteruit rijden van Gemma. Om een voorlopige hechtenis te rechtvaardigen, moet op het misdrijf minstens maximaal 4 jaar staan (art. 67 Sv.), enkele uitzonderingen daargelaten. De rechter commissaris zag geen aanleiding tot voorarrest en het OM ging daartegen niet in beroep, maar bleef Gemma wel vervolgen wegens doodslag. Bij deze halfslachtige beslissing mag men vraagtekens plaatsen.

Civielrechtelijk is Gemma zeker aansprakelijk, dit op grond van art. 185 van de Wegen Verkeerswet. Bij een ongeluk tussen een auto en een brommer, fietser of voetganger, ligt de civielrechtelijke schuld altijd bij de automobilist. Automobilisten moeten daarom WA verzekerd zijn en de verzekering betaalt een schadevergoeding aan de nabestaanden. Deze schade (BW Bk. 6 art. 108) bestaat uit derving van levensonderhoud, al zal dat in dit geval niet veel zijn geweest, en de begrafeniskosten, in dit geval in Marokko.

Op 2 oktober 2007 maakte de verdediging bezwaar tegen de vervolging. Op 12 december werd dit bezwaar door de rechtbank afgewezen. Op 5 februari 2008 zou het proces beginnen, maar Gemma kwam niet opdagen, omdat ze nog altijd vreesde voor wraak door de Marokkaanse gemeenschap. Drie jaar na dato was ze nog altijd ondergedoken! Het proces werd uitgesteld, de rechtbank droeg het OM op om Gemma op te sporen voor de openbare zitting van donderdag 21 februari. Het belang van de openbaarheid van rechtsspraak achtte de rechtbank groter dan het belang van haar veiligheid.

Onwillige getuigen en verdachten worden door de politie opgespoord. Zo ook Gemma, die op woensdagavond door tien politieagenten werd opgepakt en ingesloten. De volgende dag moest zij in het openbaar terechtstaan, hoewel ze nog altijd op schuiladressen woont. Haar advocaat, mr. Cees Korvinus, besloot daarop de rechtbank te wraken, maar het verzoek tot wraking werd afgewezen. Het OM eiste 30 maanden wegens doodslag. Dat vond 80 % van de mensen te hoog, 40 % is zelfs voor vrijspraak, zo blijkt uit een peiling van Maurice de Hond. En Raymond de Roon van de PVV (Wilders) zei in de 2e kamer, dat Gemma een lintje verdient.

In zijn requisitoir vertelt officier van justitie mr. Hoogerheide eerst waarom het onderzoek zo lang heeft geduurd:
Nadat mevrouw door de rechter-commissaris in vrijheid was gesteld is een gerechtelijk vooronderzoek gestart. Tijdens dit zogeheten GVO wordt onder leiding van de rechter-commissaris onderzoek gedaan naar het feit en kan geen beslissing tot vervolgen genomen worden. Allereerst zijn gedurende een aantal maanden diverse getuigen gehoord door de rechter-commissaris. Vervolgens vroeg de verdediging om een aantal technische onderzoeken, welke in de loop van 2005 en 2006 zijn uitgevoerd. Ook heeft het de nodige tijd gekost om verdachte te bewegen mee te werken aan een rapportage omtrent haar persoon.
En zo voort… Een dergelijk grondig onderzoek naar de oorzaak van een ongeluk lijkt me wel uniek!

Het requisitoir gaat vervolgens in op de mogelijkheid van noodweer:
Dat er een wederrechtelijke aanranding (het stelen van de tas) heeft plaatsgevonden staat vast, Maar op het moment dat zij de brommer aanreed, en zelfs op het moment dat zij de achtervolging inzette was die al voorbij. Haar reactie was dus geen onmiddellijke verdediging. Ook is er tegen mevrouw zelf geen geweld gepleegd. Haar handelen was disproportioneel: iemand in volle vaart aanrijden enkel om je tas terug te krijgen. Middel en doel stonden niet in verhouding.

Het proportionaliteitsbeginsel geldt echter niet alleen binnen de strafwet, ook het optreden van het OM moet proportioneel zijn. De casus is simpel: een vrouw wordt beroofd van haar handtas. Ze gaat haar tas achterna en wil de scooter klemrijden. Er vind een ongeval plaats, waarbij de tasjesdief, een Marokkaan, om het leven komt. De vrouw houdt zich drie jaar lang schuil, uit angst voor wraak vanuit de Marokkaanse gemeenschap. Was de jongen op een andere manier verongelukt tijdens het uitoefenen van zijn oneerlijke stiel, dan had de Moslimgemeenschap gezegd: “Allah straft de onrechtvaardigen.” Wanneer deze zaak na drie jaar in de vergetelheid raakt, komt het OM met een eis op grond van doodslag en dwingt de rechtbank de vrouw om in het openbaar terecht te staan. Deze vervolging lijkt me disproportioneel. Middel en doel staan hier volstrekt niet in verhouding!

Gedwongen door het OM moeten drie rechters nu een oordeel vellen in deze zaak. Een wijs en rechtvaardig oordeel zou volgens mij zijn: vrijspraak, waarna aan Gemma een schadevergoeding kan worden toegekend wegens onterechte vervolging. De rechtbank doet op donderdag 6 maart uitspraak. Ik ben benieuwd!

Ceterum censeo Joris Demmink strafrechtelijk… wordt vervolgd.

Share and Enjoy:
  • NuJIJ
  • Twitter
  • Facebook
  • Hyves
  • RSS
  • email

9 Reacties op “Omtrent de dood van een tasjesdief”

  • Jos:

    Mooie, gedegen analyse, Bou. Maar je zult zien dat de rechters, ingefluisterd door christenhopman Balkenende en handenweigeraar Cohen – bang voor rellen in bepaalde wijken van Amsterdam – uit ‘respect’ voor de eerzame tasjesdief een heel eind meegaan met de eis van het OM en een zware straf opleggen.

  • erik:

    Tsja, wat is een passende straf voor het beeindigen van een leven?

  • Erik, wat is een passende straf voor een ongeluk? De meeste levens komen ten einde, zonder dat iemand een schuldige zoekt. We gaan allemaal immers ooit dood, weet je…

  • Gemma is vandaag veroordeeld tot 180 uur taakstraf, wegens zeer onvoorzichtig rijgedrag en overtreding van de wegen verkeerswet.
    De rechtbank achtte doodslag niet bewezen.
    Haar advocaat wil in hoger beroep. Het OM overweegt eveneens hoger beroep.

    Zie verder de Pers.

  • Ik snap dat ze onder die beoordeling ‘schuld’ uit wil, maar riskeert ze in hoger beroep niet dat haar straf herzien wordt en hoger uit zal vallen? En nog iets, ze zegt door de Marokkaanse gemeenschap (de Bejatti bende dus) bedreigd te zijn. Dat zal wel telefonisch gebeurd zijn, dus niet te bewijzen? Het viel mij al op dat de Bejatti familie in haar wraakzucht geen strobreed in de weg is gelegd.

  • Beste deDeurs, dat laatste viel mij ook op. Het heeft volgens mij te maken met de politieke omstandigheden van dat moment. De moord op Van Gogh die er net aan vooraf ging, was een dusdanig ernstige schending van de rechtsstaat, dat iedereen geschokt was. In het geval van Gemma en de Tasjesdief was iedereen nog onder de indruk van die schok. Maar het valt me ook op, dat de politie tegen Gemma gezegd heeft dat ze de bedreiging serieus moet nemen, terwijl er niets is ondernomen om te zorgen dat zij zich weer veilig kan voelen.

    Overigens vind ik het vonnis op zich wel terecht. Men mag de wegenverkeerswet niet overtreden en wie dat toch doet en daardoor iemand dood rijdt, behoort over het algemeen inderdaad te worden gestraft.

    Het vonnis houdt volgens mij echter onvoldoende rekening met het feit dat Gemma al drie jaar vervolgd wordt, zowel door het OM wegens doodslag (een overdreven eis!), als door de Marokkaanse gemeenschap die haar heeft bedreigd en die haar vervolging eist. En het houdt geen rekening met de begrijpelijke impuls van een vrouw die haar handtas ziet verdwijnen. In zo’n damestasje zit meestal de volledige identiteit van een vrouw: rijbewijs, identiteitsbewijs, pinpas, portemonnee, adresboekje, foto’s van naasten, make-up, kammetje, spiegeltje, zakdoekjes, rolletje pepermunt, eventueel cigaretten en aansteker, maar vooral ook SLEUTELS.

    Mannen hebben voor dit soort dingen meestal aparte zakken, maar een dame die haar tas verliest, is opeens ALLES kwijt!

    Tasjesdieven, of ze nu blank, bruin of zwart zijn, nemen bewust het risico dat ze van hun scooter vallen, omdat een vrouw zich instinctief verzet tegen tasjesroof!

  • @mr.drs. Bou,
    Wat mij hier ook weer opvalt is dat Artikel 175-2 van de Wegenverkeerswet niet in de analyse betrokken wordt.
    “Indien de schuld bestaat in roekeloosheid, wordt overtreding van artikel 6 gestraft met: gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie, indien het een ongeval betreft waardoor een ander wordt gedood;“ (Artikel 175-2) We spreken dan over een verkeersonegal met dood als gevolg en niet over doodslag.
    Zie ook mij blog/website daarover.

  • Sefke, dank je wel voor deze reactie!

    Zoals ik al vaker heb gezegd, ben ik geen strafrechtjurist en ik ben altijd blij om iets te leren.

    Er gaat in deze zaak nog veel meer mis dan ik al dacht. Zelf vind ik niet dat Gemma kan worden veroordeeld voor doodslag en ook de rechter commissaris leek die mening toegedaan, want hij heeft een verzoek tot voorarrest afgewezen.
    Evenmin vind ik dat dood door schuld in dit geval tot een duidelijk oordeel kan leiden, omdat de schuld van de situatie in eerste instantie lag bij de tasjesdief!

    Maar het OM heeft Gemma niet aangeklaagd op grond van de wegenverkeerswet. Hadden ze dat wel gedaan, en wel meteen, dan had de zaak simpel gelegen. Met wat verzachtende omstandigheden was er dan een voor alle partijen aanvaardbaar oordeel uit de bus gerold: een naar redelijkheid toebedeelde gevangenisstraf, eventueel met een flinke portie voorwaardelijk.

    Natuurlijk vind ik niet dat roekeloos rijgedrag met de dood ten gevolge ongestraft moet blijven.
    Was Gemma onmiddellijk aangeklaagd op art 175-2 van de wegenverkeerswet, dan had men haar een straf toebedeeld, zodat de Marokkaanse gemeenschap haar niet met wraakzucht had hoeven achtervolgen. Ook zou zij dan niet reeds drie jaar op de vlucht zijn, maar ze zou haar straf nu ongeveer wel hebben uitgezeten. Dat zou mijn rechtsgevoel hebben bevredigd.

    De huidige onbevredigende situatie is dus ontstaan omdat het OM haar al jaren vervolgt op grond van de verkeerde wetsartikelen!
    Heel verhelderend! Dank je wel!

    Zo leer ik nog eens wat van het bloggen. 🙂

  • […] voorbeeld is de zaak van Gemma en de Tasjesdief die ik onlangs (een beetje tegen wil en dank) heb besproken. Gemma werd beschuldigd van doodslag en/of dood door schuld. Beide misdrijven waren onbewijsbaar, […]

Laat een reactie achter