Archief
Artikelen

The Prize is een filmserie in acht delen, waarin het epos wordt verhaald van de aardolie, een grondstof die de wereldpolitiek heeft beheerst, de wereldeconomie heeft doen wankelen en de maatschappij in de twintigste eeuw volledig heeft getransformeerd. In het eerste deel werd verteld dat aardolie werd ontdekt in Amerika en hoe John D. Rockefeller zijn olie-imperium opbouwde: Standard Oil. In het tweede deel kreeg Standard Oil concurrenten: Royal Dutch Shell en Anglo Persian, de voorloper van British Petroleum (BP). In 1911 bepaalde de Supreme Court dat Standard Oil zijn monopoly moest opgeven. Deel 3 van deze serie begint rond de Eerste Wereldoorlog.

Calouste Gulbenkian was geboren in Istanbul, als zoon van een Armeense oliehandelaar. Hij studeerde scheikunde in Londen. In 1914 kreeg hij van de Sultan van het Ottomaanse Rijk een concessie om naar olie te boren in Mesopotamië, het huidige Irak. Tijdens WO I was Turkije een bondgenoot van Duitsland, daarna werd het Ottomaanse Rijk opgesplitst. De grote prijs die in WO I te winnen viel, was de olie in het Midden Oosten.

In 1912 had Gulbenkian de Turkish Petroleum Company opgericht, maar zowel Engeland als Duitsland aasden op de Turkse olie. Hij haalde hen over om samen te werken en hij verkocht het bedrijf aan hen. BP werd voor 45 procent eigenaar en Shell en de Deutsche Bank elk voor een kwart. Zelf behield Gulbenkian vijf procent, hij kreeg vijf procent van de winst, zonder er nog iets voor te hoeven doen. Tijdens WO I kon er in het Midden Oosten echter niet naar olie worden gezocht en nadat Duitsland de oorlog had verloren, gingen de aandelen TPC van de Deutsche Bank over op Frankrijk.

Na de oorlog werd in de VS de auto populair, vooral dank zij de T Ford, maar er waren nog nauwelijks wegen. Nadat deze waren aangelegd, nam ook het autoverkeer toe. Er was steeds meer aardolie nodig voor benzine. Walter Teagle was directeur van Standard Oil of New Jersey. Net als Gulbenkian was hij de zoon van een oliehandelaar en ook hij had scheikunde gestudeerd. Standard Oil bezat wel raffinaderijen, maar geen oliebronnen. Teagle zocht daarom in 1922 contact met Gulbenkian, maar deze wilde 5 % houden. In 1927 werd er olie gevonden in Irak, bij Kirkuk, waarna Teagle genoegen nam met de 5 % regeling van Gulbenkian. Op 31 juli 1928 werd de zogenaamde Red Line Agreement getekend.

In de VS vreesde men in die tijd dat er een olieschaarste zou ontstaan, maar er werd steeds meer olie ontdekt, zodat de markt verzadigd raakte, ondanks de toename van het aantal auto’s. Drie weken na het ondertekenen van de Red Line Agreement kwamen de drie topfiguren uit de olie-industrie in het geheim bij elkaar in Achnacarry Castle in Schotland. Ze speken af dat Shell, BP en Standard Oil een cartel zouden vormen, het zogenaamde As-is Agreement.

De avonturier Columbus (Dad) Joiner ontdekte in 1930 het East Texas oil field, bijgenaamd the Black Giant. Later verkocht hij zijn concessie aan H.L. Hunt, die er zijn fortuin mee maakte. Dit olieveld bleek echter zo groot, dat de markt compleet oververzadigd raakte De olieprijs daalde tot 10 cent en zelfs 2 cent per vat. Intussen maakte de grote depressie, dat de vraag naar olie stagneerde. De overheid probeerde de overproductie te stoppen, zelfs met ingrijpen door het leger. President Roosevelt, die in 1933 was gekozen, schakelde zijn minister van binnenlandse zaken Harold Ickes in. Hoewel Walter Teagle hem voorstelde om een nationale oliereserve op te bouwen, stelde Ickes een systeem van oliequota in. De depressie was nu op zijn dieptepunt, maar de VS kon niet meer buiten de olie.

The Prize, deel 3: The Black Giant duurt 50 minuten

Share and Enjoy:
  • NuJIJ
  • Twitter
  • Facebook
  • Hyves
  • RSS
  • email

3 Reacties op “De geschiedenis van aardolie, The Prize deel 3”

Laat een reactie achter