Archief
Artikelen

Op 11 februari verscheen er een nieuwe column op het weblog van mr. Wicher Wedzinga. Na zijn gevangenisstraf van 37 dagen, op grond van de aangifte die zijn Oost Europese vriendin ooit heeft gedaan van mishandeling, is Wedzinga nu opnieuw gedagvaard. Het eerste strafproces tegen deze voormalige universitair docent strafrecht te Groningen en Raadsheer van het Hof van Leeuwarden was al een aanfluiting. Het OM weigerde het tegenbewijs te onderzoeken, dat door Wedzinga werd gevraagd. Ook werden er geen getuigen gehoord die door Wedzinga waren ingebracht. Barbertje Wicher moest hangen. Vervolgens heeft men niets geregeld omtrent de opgelegde taakstraf. Barbertje Wedzinga moest brommen. Om het extra gezellig te maken, werd hij gedetineerd in Ter Apel, tussen de boeven die hij zelf had veroordeeld.

Wedzinga heeft het overleefd en hij is nog steeds strijdlustig. De nieuwe dagvaarding (pdf) gaat over allerlei andere misdaden die Wedzinga zou hebben gepleegd. Dit volslagen onleesbare proza bevat interessante informatie over de voortvarende manier waarop het OM de vervolging ter hand heeft genomen. Wedzinga bespreekt die dagvaarding in zijn column. Laten we eens kijken, wat er in staat.

In punt 1 van de dagvaarding wordt Wedzinga beschuldigd van verduistering (art. 321 Sr.) en oplichting (art. 326 Sr.). Verdachte en/of zijn mededaders zouden zich tegenover A.L. van Os en/of M. van Os hebben voorgedaan als advocaten en/of verkeersspecialisten die de belangen zouden behartigen van A.L. van Os en/of hem zouden bijstaan op de terechtzitting. Van Os was namelijk gepakt wegens dronken rijden (art. 8 Wvw). In zijn blog vraagt Wedzinga zich terecht af waarom die mededaders niet worden vervolgd.

Punt 1 gaat vervolgens over het verduisteren van 5000 euro, of 12 000 euro, dat is erg onduidelijk. Wedzinga zou 5000 euro in depot hebben gekregen, om daarmee voor Van Os tot een schikking met het OM te komen. Als het OM met de schikking niet akkoord zou gaan, aldus de dagvaarding, dan zou Van Os zijn geld terug krijgen, maar dat is volgens de dagvaarding nooit gebeurd. Wij zijn benieuwd naar wat er werkelijk is afgesproken en betaald!

In punt 2 wordt Wedzinga beschuldigd van telefonische bedreiging (art. 284 Sr.) van de advocaat J.G.G. Piepers en/of andere medewerkers van het advocatenkantoor Sleeswijk Visser. Volgens Wedzinga heeft hij Piepers gebeld in verband met een klacht van een van zijn eigen cliënten, die door deze advocaat meende te zijn getild. Tegen Piepers liep reeds een opsporingsonderzoek van de financiële recherche en daar zou Wedzinga hem toen mee hebben bedreigd. Volgens Wedzinga verliep het gesprek met Piepers echter in een tamelijk rustige en vriendelijke sfeer.

In punt 3 wordt Wedzinga er van beschuldigd dat hij zich uitgaf voor advocaat. Die valse hoedanigheid (art. 435 lid 3 Sr) is echter geen misdrijf, maar een overtreding. Niet de rechtbank, maar de politierechter is dan bevoegd. Ook is deze beschuldiging niet voorzien van enige delictsomschrijving. In de dagvaarding hoort te staan uit welke feiten of handelingen zou blijken dat men de overtreding heeft begaan. Punt 3 is om deze reden nietig, wat wil zeggen dat de rechter hier geen enkel oordeel over kan uitspreken. Vandaar dat Wedzinga de dagvaarding slordig en het OM incompetent noemt.

In zijn column vertelt Wedzinga nu over zijn vorige strafzaak. In de dagvaarding werd hij beschuldigd van verkrachting, poging tot doodslag en mishandeling. De getuigen waarom hij vroeg, werden niet gehoord, naar het tegenbewijs waarom hij vroeg, werd niet gezocht. Wedzinga werd ten slotte veroordeeld tot een taakstraf, maar de karaktermoord was reeds gepleegd. De voormalige Raadsheer werd afgeschilderd als een potentiële verkrachter en/of moordenaar. Dat is de manier waarop het OM het recht denkt te handhaven.

In punt 4 wordt Wedzinga beschuldigd van chantage (afdreiging, art. 318 lid Sr.). Hij zou 40.000 euro hebben geëist van H.Veldman, omdat hij anders openbaar zou maken dat Veldman zwartgeld had witgewassen, o.a. in Canada, en dat hij daarover een deal met het OM had gesloten. Het verrassende is, dat dit punt een aanklacht inhoudt zowel tegen Veldman als tegen het OM zelf! Als het niet waar zou zijn, hoe is chantage dan mogelijk? In zijn column zegt Wedzinga dan ook: “… de onthulling van de ware toedracht zal veel stof doen opwaaien en zou drastische gevolgen moeten hebben voor enkele juristen.” Die onthulling volgt nog, vanaf de beklaagdenbank en ten overstaan van de strafrechter. We worden nu wel erg benieuwd naar deze strafvertoning!

Alle belangstellenden zijn welkom, want het strafproces is openbaar. De zitting zal zijn op woensdag 5 maart, om 10 uur in de Groningse rechtbank, Guyotplein 1. De Sociale Databank zal ook aanwezig zijn. Ik hoop dat zij het hele gebeuren op video vastleggen, zodat we allen kunnen genieten van deze spetterende strafzaak. Ook de lezing die mr. Wedzinga vorig jaar juli heeft gegeven, staat dank zij de Sociale Databank nog steeds online.

Share and Enjoy:
  • NuJIJ
  • Twitter
  • Facebook
  • Hyves
  • RSS
  • email

7 Reacties op “Mr. Wedzinga komt weer voor de rechter”

Laat een reactie achter