Archief
Artikelen

In het kader van de zaak Baybasin, staat op BOUblog reeds een documentaire over de Turkse tolk Sibel Edmonds: Killing the Messenger. Onlangs is Edmonds nog verder naar buiten getreden en haar verhaal werpt een wonderlijk licht op de zaak Baybasin. Laten we beginnen bij het begin.

Sibel Edmonds trad vlak na 11 september 2001 in dienst van de FBI, als vertaalster Turks en Farsi. Telefoontaps tussen hoogwaardigheidsbekleders, inlichtingenofficieren, medewerkers van het Pentagon, terroristen en diplomaten vielen binnen haar taak. Zo stuitte ze op een complot van spionage en handel in wapens en nucleaire geheimen. Betrokken daarbij was the American-Turkish Council (ATC), die in 1994 werd opgericht, officieel als een organisatie die de handel met Turkije bevordert. Toen Edmonds haar superieuren waarschuwde, werd ze door de FBI ontslagen en ze kreeg een gagorder, een zwijgplicht opgelegd. Ze werd nog wel gehoord door de 9/11-Commissie, maar in het 9/11-Report stond daarover niets. Ze protesteerde en werd zo tot een symbool voor de 9/11-Waarheidsbeweging. Ze richtte ook een netwerk op van klokkenluiders binnen de veiligheidsdiensten en ze bleef haar ontslag aanvechten.

In 2005 verscheen in Vanity Fair een artikel over Sibel Edmonds. De gepensioneerde CIA officier Philip Geraldi, die in de jaren ’90 in Turkije werkte, begreep de achtergrond van dit artikel en hij schreef er een column over in de American Conservative Magazine. Daarin onthulde hij de banden tussen het ATC en de Neo-Conservatives. Turkije heeft in 10 jaar tijd meer dan 10 miljard dollar aan militaire hulp ontvangen van de VS en zijn banden met Israël verstevigd. Kernfiguren in dit beleid bleken de Neo-Cons Doughlas Feith en Richard Perle.

In 2005 werd ook bekend dat er atoomgeheimen zijn doorgegeven aan Israël en atoomwapens zijn doorgezonden naar Pakistan. In Nederland kennen we Abdul Qadir Khan, die in de jaren ’70 atoomgeheimen van Nederland naar Pakistan smokkelde, dit onder het toeziend oog van onze geheime dienst. Hij verkocht deze kennis ook aan Noord-Korea, Libië en Iran. Dat Israël over illegale kernwapens beschikt, is een publiek geheim.

De anti-kernwapen spionne Valerie Plame, die werkte voor de non-proliferatie afdeling van de CIA, had een dekmantel in de vorm van de nep-maatschappij “Brewster Jennings.” Nadat haar identiteit in 2003 naar de New York Times was gelekt, o.a. door Lewis Libby, volgde er een onderzoek en weer kwam het ATC in beeld. Plame werkte op dat moment aan zaken die verband hielden met Turkije. Edmonds beweert dat Turkije de spil is in internationale drugs, atoom en terroristenhandel. En hoewel Edmonds de rechtszaak tegen haar ontslag verloor omdat alle informatie “classified” was, werd ze in 2006 gehuldigd door de PEN-club, een internationale organisatie van schrijvers en journalisten.

Edmonds bleef artikelen publiceren op haar eigen website. In 2006 schreef ze het lange en verontrustende tweeluik: The Highjacking of a Nation.

Deel 1: The Foreign Agent Factor, gaat over de betrokkenheid van Saoedi-Arabië bij de aanslagen van 11 september en hoe de regering van de VS deze feiten onder het tapijt veegde. Als reden voor deze politiek noemt Edmonds de zeer winstgevende wapenleveranties van de VS aan Saoedi-Arabië. Ze noemt ook andere landen die mogen rekenen op een zelfde clemente politiek, zoals Turkije, Pakistan en Israël, eveneens bondgenoten van de VS en ook betrokken bij illegale transacties. In het geval van Pakistan ging het om nucleaire geheimen.

Deel 2: The Auctioning of Former Statesmen, gaat over de lobby, de omkopingen en geheimhouding in relatie tot Turkije. De opiumteelt van Afghanistan wordt in Turkije verwerkte tot heroïne. Deze wordt verkocht in Europa en de VS, het geld wordt witgewassen in Turkije, op Cyprus en in Dubai, waarna de winsten terugvloeien naar de Taliban en Al Qaida. De Turkse regering en het leger werken hier actief aan mee. Turkije speelt tevens een cruciale rol in de verkoop en de doorvoer van illegale wapens, inclusief atoomgeheimen. Deze feiten worden door de regering van de VS systematisch verzwegen en ontkend. Ook Turkije ontvangt voor miljarden dollars aan militaire steun van de VS. Tot slot noemt Edmonds de namen van enkele betrokkenen, allen deel uitmakend van het adviesbedrijf Cohen Group: De gepensioneerde generaals Paul J. Kern en Joseph Ralston, en Marc Grossman, voormalig topambtenaar op het Amerikaanse State Department en van 1994 tot 1999 ambassadeur van de VS in Turkije.

Daniel Ellsberg, die in de jaren ’70 de Pentagon Papers omtrent de Vietnam oorlog aan het licht bracht, noemt de affaire rond Sibel Edmonds veel ernstiger dan de Pentagon Papers. In november 2007 zei hij tegen de Huffington Post: “De zaak Edmonds gaat over criminele activiteiten die impeachment mogelijk maken en al doel ik niet specifiek op de President of de Vicepresident, het zou mij niets verbazen als zij hier direct bij betrokken zijn. Maar ook anderen uit de regering en het congres zijn verantwoordelijk.”

In de Engelse krant Sunday Times stond op 25 november 2007 een opmerkelijk artikel. Een internationale terrorist die in Turkije gevangen zit, vertelt hoe hij de kapers van 9/11 trainde op legerbasissen in Turkije. Zijn advocaat zegt: “Net zoals er geld wordt witgewassen, zo worden er ook terroristen witgewassen. Turkije was daar het centrum van.”

Begin november 2007 verklaarde Sibel Edmonds dat ze met iedere TV zender zou praten die haar zendtijd wil geven. Tevens werd rond deze tijd bekend, dat in de AIPAC-zaak 15 huidige en voormalige topambtenaren zullen worden gedagvaard. AIPAC (American Israel Public Affairs Committee) staat terecht wegens het lobbyen voor economische sancties tegen Iran. AIPAC speelt ook een belangrijke rol in het relaas van Edmonds. Het verhaal van Edmonds verscheen echter niet in de Amerikaanse media. In de VS zwijgt men deze zaak liever dood. De gagorders zijn nog altijd geldig, maar op zondag 6 januari kopte de Engelse Sunday Times: Te koop: Westerse dodelijke nucleaire geheimen

In het artikel staat het hele relaas van Edmonds. In ruil voor steekpenningen zorgden corrupte Amerikaanse regeringsfunctionarissen er voor, dat Pakistan en andere staten nucleaire geheimen konden bemachtigden. Ze beschrijft hoe Turkse en Israëlische geheime agenten met steun van Amerikaanse functionarissen een netwerk van infiltranten opzetten in militaire en nucleaire instituties. Een topambtenaar van het US State Department werd betaald door Turkse agenten in Washington, die de informatie verkochten op de zwarte markt, ook aan Pakistan. De naam van deze topambtenaar: Marc Grossman, de voormalige VS Ambassadeur in Turkije.

De Pakistaanse operatie werd geleid door Generaal Mahmoud Ahmad, de toenmalige directeur van de ISI, de geheime dienst van Pakistan. Ahmad en zijn collega’s in Washington stonden voortdurend in contact met attachés van de Turkse ambassade. Leden van de ISI stonden rond 9/11 dicht bij Al-Qaeda. Ahmad heeft waarschijnlijk vlak voor 9/11 $100,000 overgemaakt aan Mohammed Atta, een van de kapers van 9/11. De resultaten van de spionage werden bijna zeker doorgegeven aan Abdul Qadeer Khan. Khan stond dicht bij Ahmad en de ISI. Terwijl hij het nucleaire programma van Pakistan leidde, verkocht hij atoomgeheimen aan Libië, Iran en Noord Korea. Hij onderhield ook contacten met Al Qaida, dat in het artikel zelfs wordt genoemd als koper.

Edmonds zegt dat Turkse diplomaten de nucleaire geheimen leverden aan contacten binnen de Pakistaanse ambassade in Washington. Ze verkochten ook kopieën van de informatie aan de hoogste bieders en ze hadden agenten die eventuele kopers zochten. Een bron bij de CIA bevestigde de Times dat de Turken atoomgeheimen van de VS hadden bemachtigd en dat ze deze informatie doorgaven aan Pakistan en Israël. “Er zijn geen aanwijzingen dat Turkije zijn eigen nucleaire ambities heeft, maar de Turken zijn handelaren. Voor zover ik weet werden ze grote spelers in de late jaren ’90.” Het artikel eindigt met een chronologisch overzicht van de gebeurtenissen die tot deze situatie hebben geleid.

Een dag na het verschijnen van dit artikel schreef Justin Raimondo in Anti-War.com: “Als ook maar de helft van wat Sibel Edmonds zegt, waar is, dan zitten we diep in de problemen.” De regering Bush wil nu de nucleaire handel met Turkije snel even legaliseren, het liefst met terugwerkende kracht. En de media in de VS zwijgen nog steeds over deze atoomspionage, waarin Turkije sinds 1994 actief betrokken is.

In 1998 werd Baybasin gearresteerd en daarna veroordeeld tot levenslang middels verknipte telefoontaps, aan elkaar geplakt door een Israëlische firma. Baybasin liep te zingen over de heroïnehandel van Turkije en onze SG van Justitie was chantabel. Was dat alles? Of zou men hier in Nederland ook hebben geweten van de illegale handel in nucleaire geheimen en atoomwapens?

Everybody knows!

Ceterum censeo Joris Demmink strafrechtelijk… wordt vervolgd.

Share and Enjoy:
  • NuJIJ
  • Twitter
  • Facebook
  • Hyves
  • RSS
  • email

2 Reacties op “Sibel Edmonds, 9/11 en de nucleaire wapenlobby”

Laat een reactie achter