Archief
Artikelen

In aansluiting op de 4-delige documentaire: The Century of the Self, die Adam Curtis in 2002 maakte over de invloed van de psychoanalyse op de economie en de politiek, wil ik graag een andere serie documentaires van Curtis plaatsen. In deze 3-delige documentaire uit 2007, The Trap: What Happened to our Dream of Freedom, gaat Curtis in op de veranderende betekenis van het begrip “vrijheid”.

Curtis laat ons kennis maken met zowel de liberale filosofen als de revolutionairen en hij probeert duidelijk te maken wat zij onder vrijheid verstaan. Curtis laat zien dat het liberale streven naar vrijheid de laatste twee decennia heeft geleid tot een gevaarlijke paradox: volkeren worden tegenwoordig met grof geweld gedwongen tot vrijheid en democratie. Dit liberale begrip van vrijheid is voor deze volkeren echter doelloos en zinledig. Om deze paradox te doorbreken, zullen we het begrip vrijheid opnieuw moeten definiëren.

Deel 1: “Fuck You, Buddy”

Vlak na de Tweede Wereldoorlog werd vrijheid beschouwd als het hoogste goed. Men was niet alleen van de Nazi’s bevrijd, maar ook van de armoede van de jaren ’30. De regering zou er voor zorgen dat deze vrijheid blijvend was, maar daardoor groeide de bureaucratie. De Engelse econoom Friedrich von Hayek verzette zich tegen deze opvatting van vrijheid. Hij geloofde dat alleen het zuivere kapitalisme de vrijheid van het individu kon waarborgen en hij wees daarbij op het collectivisme van zowel de nazi’s als de Sovjet Unie. Zijn belangrijkste boek is: The Road to Serfdom.

De Koude Oorlog leidde tot politiek wantrouwen. Met de speltheorie, een wiskundig model voor het pokerspel, probeerde de RAND Corporation de uitkomst van een nucleaire dreiging te voorspellen. De wiskundige John Nash werkte de speltheorie verder uit. Hij ging er van uit dat mensen altijd kiezen voor de grootste persoonlijke winst en hij berekende dat dit niet zou leiden tot chaos, maar tot evenwicht. Nash bedacht het Prisoners Dilemma, oftewel “Fuck You Buddy”, een spel dat alleen kon worden gewonnen door de partner te bedriegen. Toen RAND het spel uitprobeerde op de secretaresses, kozen zij echter allen voor samenwerking. In 1959 werd Nash opgenomen in een psychiatrische kliniek, wegens paranoïde schizofrenie. Zijn speltheorie sloot echter goed aan bij de economische model van Von Hayek.

De Engelse psychiater R.D. Laing ontwikkelde in de jaren ’50 een nieuwe therapie voor schizofrene patiënten: hij schonk hen aandacht! De therapie leek succesvol, maar als de patiënten naar huis mochten, waren ze binnen een jaar weer terug. Laing dacht dat hun waanzin werd veroorzaakt door het gezin en begon de interacties binnen gezinnen te bestuderen met behulp van de speltheorie. Alle interacties werden vertaald in termen van strijd om macht en controle. Ook volgens Laing was iedereen slechts uit op persoonlijk gewin, zijn ideeën sloten aan bij die van Von Hayek en Nash.

Begin jaren ’70 brokkelde de ambtenarencultuur in Engeland af. Voor gemeenschapszin en altruïsme was in de speltheorie geen plaats, persoonlijk gewin en wederzijds wantrouwen werden beschouwd als de belangrijkste drijfveren. De economische crisis van eind jaren ’70 versterkte dat beeld. De Amerikaanse econoom James Buchanan ontwikkelde de Public Choice theorie, een politiek model dat ervan uitging dat de kiezers uitsluitend hun eigen belangen naastreefden. Buchanan had veel invloed op Margaret Thatcher, die het aantal ambtenaren wilde reduceren. Zijn ideeën werden ook populair door een sit-com: Yes Minister.

R.D. Laing vertrok naar de VS, waar hij de psychiatrische wereld confronteerde met zijn theorie. Dit leidde in 1972 tot het Rosenhan experiment, waarin gezonde mensen zich aanmeldden bij een psychiatrische kliniek. Ze werden allen schizofreen verklaard en het kostte hen de grootste moeite om weer vrij te komen! Voor het imago van de psychiaters was dit rampzalig. Zij ontwikkelden daarom nieuwe tests, wat leidde tot nieuwe diagnoses. Daaruit bleek dat meer dan de helft van de bevolking leed aan een van deze geestesziektes. Steeds meer mensen deden nu een beroep op de psychiatrie.

In Engeland werd de gezondheidszorg gereorganiseerd, waarbij Margaret Thatcher de hulp inriep van Alain Enthoven, een econoom die tijdens de Koude Oorlog in de VS voor Defensie werkte. Hij maakte gebruik van de Systeem Analyse, een theorie die iedere menselijke motivatie uitsloot en al het gedrag uitdrukte in cijfers. Er werden objectief meetbare doelen gesteld voor iedere medewerker, ook de beloning kwam van buiten en was meetbaar. In 1989 viel de Berlijnse muur en de Koude Oorlog was ten einde, maar de theorieën die tijdens de Koude Oorlog waren ontwikkeld, leefden voort.

“Fuck You, Buddy” duurt een uur.

Deel 2: The Lonely Robot

Terwijl Bush en Blair hun kiezers vrijheid beloofden, werd de maatschappij tijdens hun regering steeds minder vrij. De vraag is, hoe deze paradox kon ontstaan. In de jaren ’90 werd vrijheid alleen nog maar vertaald in termen van de vrije markt, iets wat zelfs Adam Smith, de hogepriester van het kapitalisme, niet voor mogelijk had gehouden.

Margaret Thatcher werd in 1990 opgevolgd door John Major, die alle openbare diensten wilde hervormen met behulp van de Systeem Theorie. Ook hier kreeg iedereen doelen die gehaald moesten worden en beloning naar prestatie. De ideeën van James Buchanan golden ook voor de politici: ook zij handelden slechts uit eigenbelang. Alleen de vrije markt was betrouwbaar. Toen Clinton in 1993 president werd, was er een begrotingstekort. Allan Greenspan, hoofd van de Federal Reserve, vond dat de overheid moest terugtreden en alles moest overlaten aan de vrije markt. Zo ontstond de markt-democratie, waarin vrijheid nog slechts betekent dat iedereen vrij is om te streven naar wat men hebben wil. De mens werd beschouwd als een rationele machine, die uitsluitend handelde uit eigenbelang.

Intussen was de genetische code gekraakt. In de biologie werd ieder organisme nu beschouwd als een machine die slechts dient om de eigen genen te reproduceren. Deze theorie werd door de antropoloog Napoleon Chagnon uitgetest op een vechtlustige Indianenstam in Zuid Amerika, de Yanomamö. Een computeranalyse van zijn gegevens leek zijn theorie te bevestigen dat alle stamleden slechts hun eigen genetische verwanten verdedigden. Ook mensen waren dus machines voor reproductie van de genen en de vraag was alleen nog hoe efficiënt deze machines waren.

Dank zij de nieuwe psychiatrische vragenlijst bleek meer dan de helft van de bevolking te lijden aan een geestesziekte. De farmaceutische industrie ontwikkelde een medicijn: SSRI, oftewel Prozac, dat de afbraak van serotonine tegengaat. Veel mensen vroegen om deze pillen, zodat ze konden voldoen aan het ideaal dat door de psychiatrie was geschapen. De ontwerper van de diagnostische vragenlijst, dr. Robert Spitzer, waarschuwde echter dat de vragenlijst geen juiste indicatie was voor geestelijke gezondheid.

Ook in de politiek werd gebruik gemaakt van mathematische gegevens. De kiezers werden gezien als consumenten, die hun stem leverden in ruil voor bepaalde diensten. De politiek van Thatcher en haar opvolger John Mayor werd door Tony Blair tot in het extreme doorgevoerd. Alles werd vertaald in kwantificeerbare doelen en beloningen. Om die doelen te bereiken, verzon men binnen de openbare diensten echter slimme reken-trucks om de cijfers te flatteren. In het onderwijs leidde dit gecijfer tot het afnemen van de sociale mobiliteit. De sociale ongelijkheid groeide onder de Labour-regering van Tony Blair.

In de VS leidde dezelfde strategie tot fraude en corruptie, vooral in het bedrijfsleven, waar accountants de cijfers flatteerden. De winsten werden kunstmatig verhoogd en de verliezen verdoezeld. De politici kregen steeds meer geld van het bedrijfsleven. Terwijl de lager klassen armer werden, stegen de topinkomens. De redenering dat de vrije markt alles zou reguleren, leidde tot zwakke en corrupte politici, tot sociale ongelijkheid en een politiek machteloze bevolking.
Vanuit de wetenschap rezen nu vragen. De theorie van de genetische machines bleek verre van volledig. John Nash kwam terug op de premissen van zijn speltheorie. Economen denken ook niet langer dat de vrije markt alles zal regelen. En de enige mensen die rationele beslissingen nemen, uitsluitend gebaseerd op eigenbelang, blijken economen en psychopaten!

The Lonely Robot duurt een uur.

Deel 3: We Will Force You To Be Free

De definitie van vrijheid die de laatste decennia werd gehanteerd, is zowel economisch als mechanisch. Er is echter nog een andere definitie mogelijk, een die gevaarlijker is, maar ook meer hoop biedt. Die definitie is afkomstig van de liberale politieke filosoof Isaiah Berlin. In zijn lezing uit 1958, Two Concepts of Liberty, formuleerde hij twee soorten vrijheid. Positieve vrijheid was volgens hem het streven naar een ideale maatschappij waarin ieder individu zich volledig zou kunnen ontplooien. Negatieve vrijheid was de afwezigheid van slavernij, gevangenschap, geweld en dwang. Volgens Berlin leidde het streven naar positieve vrijheid tot gewelddadige revoluties en daarbij tot het verlies van negatieve vrijheid. Hij wees daarbij op de Franse revolutie en de Russische revolutie. Een regering moet er volgens hem voor zorgen dat iedereen vrij is om op zijn eigen manier te leven. Ieder politiek ideaal zou onvermijdelijk leiden tot tirannie. Het idee van negatieve vrijheid sloot aan bij het economische model van Von Hayek.

Negatieve vrijheid, met een terugtredende overheid die zo min mogelijk macht bezat, werd het ideaal in westerse landen. In de Derde Wereld wilde de bevolking zich echter bevrijden van de koloniale overheersing, daar streefde men naar positieve vrijheid. Het begon met de Algerijnse revolutie, geleid door de Marxistische FLN. De inspirator van deze antikoloniale beweging was de psychoanalyticus Frantz Fanon, afkomstig uit Martinique. Volgens hem had de onderdrukte bevolking de ideologie van de koloniale overheersers overgenomen en geïnternaliseerd. De enige manier om dit te doorbreken, was door extreem geweld, dat zou leiden tot een catharsis, waarna men een vrije persoonlijkheid kon ontwikkelen.

Fanon studeerde in Parijs, waar hij bevriend raakte met de existentialistische filosoof Jean-Paul Sartre. Volgens Sartre zitten individuen gevangen in een beperkt, burgerlijk begrip van vrijheid, ontstaan door de druk van de maatschappij. Om werkelijk vrij te worden, moet men deze illusie van vrijheid doorbreken. Dit westerse idee van vrijheid werd door Fanon omgezet in een revolutionaire theorie. Fanon inspireerde weer anderen, zoals Ché Guevara, Yasser Arafat en Steve Beko. Het meest extreem was de Cambodjaanse revolutie van Pol Pot en de Khmer Rouge.

Dergelijke revoluties destabiliseerden ook de westerse maatschappij. In de VS ontstond een nieuw begrip van vrijheid: het communisme moest wereldwijd worden bestreden, desnoods met geweld. Henry Kissinger steunde daartoe rechtse dictators zoals Pinochet en Marcos, die marteling en massamoord aanwendden om aan de macht te blijven. In de jaren ’70 kwam daar protest tegen, ook in Washington. Dat tegengeluid kwam van de Neo-Conservatives, die meenden dat de VS zijn macht moest gebruiken om deze dictators ten val te brengen en overal ter wereld de democratie in te voeren. Een van deze Neo-Cons is Michael Ledeen, die zegt dat het voor de VS beter is als de hele wereld democratisch wordt.

In 1979 kwamen de Islamieten in Iran in opstand tegen de door het Westen gesteunde Sjah van Perzië. Een Iraanse socioloog, Ali Shariati, verbond het denken van Fanon en Sartre met de sji’itische islam, die daardoor van een apolitieke religie veranderde in een politieke beweging. Ook hij studeerde in Parijs en hij vertaalde Sartre en Fanon in het Farsi. Ayatolla Khomeini riep daarop de gewapende Islamitische revolutie uit.

In de VS werd Ronald Reagan president. Hij nam de Neo-Conservatives op in zijn regering. Reagan wilde niet alleen overal de dictators omverwerpen, maar ook ieder ander regime dat de VS niet welgezind was, zoals de Sandinisten in Niguaraga. Dit ging gepaard met leugens tegenover de eigen bevolking, oftewel Perception Management, want het doel heiligde de middelen. Zo ontstond het Iran-Contra schandaal. Om de democratie wereldwijd te kunnen verspreiden, corrumpeerde men de democratie in eigen land.

In 1989 viel de Sovjet Unie uiteen, de Koude Oorlog was voorbij en in 1991 werd de hervormingsgezinde Boris Jeltsin president van Rusland.. De Amerikaanse politieke filosoof Francis Fukuyama meende dat het einde van de geschiedenis bereikt was en dat heel de wereld nu zou overgaan tot de liberale democratie. Om Rusland te helpen bij de economische hervormingen, zond de VS economen naar Rusland, waaronder Jeffrey Sachs, die geloofde in een economische shock therapy. Alle staatscontrole moest weg, de marktdemocratie zou zorgen voor orde. Het resultaat was economische chaos, met een nieuwe elite van oligarchen, en Jeltsin ontbond het parlement. In 1998 was de chaos compleet, waarna Vladimir Putin alle macht naar zich toetrok. Het streven naar positieve vrijheid maakte Rusland weer tot een dictatoriaal, nationalistisch machtsblok.

In Engeland was New Labour nu aan de macht, met Tony Blair als prime minister. De politiek van negatieve vrijheid was op een hoogtepunt. Blair zocht echter naar een synthese tussen negatieve en positieve vrijheid en in 1989 bevrijdde hij de Balkan van Milosevich, in een volgens hem rechtvaardige oorlog, maar met veel geweld. En na 11 september 2001 kregen de Neo-Cons in Washington steeds meer invloed. Samen met Blair gingen ze nu de democratie verspreiden in het Midden Oosten. Om hun eigen bevolking van die noodzaak te overtuigen, gebruikten ze dezelfde technieken van overdrijving en angst als in de jaren ’80, maar de bevolking was de politici gaan wantrouwen.

In 2003 versloegen de VS en Engeland Sadam Hoessein in Irak. Ze gebruikten daar dezelfde economische “shock therapie” als in Rusland. Paul Bremer ontsloeg alle leden van de Baath-partij, waardoor het land werd bestuurd. Hij riep geen vervangende instituties in het leven, de vrije markt zou zorgen voor een democratische orde, maar net als in Rusland leidde dit tot chaos en corruptie. Daarop riep de Shi’itische ayatolla al-Sistani een serie fatwa’s uit en de bevolking kwam in opstand tegen de Amerikaanse bevrijders.

Het gebruik van geweld om de negatieve vrijheid te verspreiden, leidde tot democratische revoluties die voor de bevolking een vrijheid scheppen zonder doel en betekenis. Dit ideaal van negatieve vrijheid wordt door veel politici nog altijd voorgesteld als een universeel geldende waarheid. Volgens hen is het slechts een kwestie van tijd, voordat deze vrijheid zich over de gehele wereld verspreidt. Maar dit hoeft niet zo te zijn. Dit idee van vrijheid, dat is ontstaan tijdens de Koude Oorlog, was toen misschien een alternatief voor de communistische tirannie, maar nu is het een gevaarlijke valstrik geworden. Om te ontsnappen aan dit beperkte wereldbeeld, zullen we de positieve vrijheid moeten herontdekken en beseffen dat Isaiah Berlin ongelijk had: niet alle pogingen om de wereld te veranderen, leiden tot tirannie.

We Will Force You To Be Free duurt een uur.

Share and Enjoy:
  • NuJIJ
  • Twitter
  • Facebook
  • Hyves
  • RSS
  • email

1 Reactie op “Adam Curtis: The Trap”

Recente reacties