Archief
Artikelen

Op de website Deventer moordzaak staat nu ook het requisitoir van officier van justitie A.C. Bijlsma in de Deventer smaadzaak. De regie van deze smadelijke strafzaak ligt echter niet bij het OM, maar bij Maurice de Hond! Eind 2005, toen de Deventer moordzaak in de vergetelheid dreigde te raken, heeft deze bekende opiniepeiler een website geopend om de feiten boven tafel te krijgen. Ook bracht hij de Deventer moordzaak weer in de publiciteit, waarna zich getuigen bij hem meldden, waaronder de beheerder van de begraafplaats die inmiddels is gehoord door de HR. Daarop beschuldigde Maurice de Hond de “klusjesman” Michaël de Jong publiekelijk van de moord, terwijl Meike Wittermans hem achteraf een vals alibi zou hebben verschaft. Veel ernstiger waren echter zijn beschuldigingen aan het adres van het OM en Justitie. Lees ook het Zwartboek NFI, dat door de groep rond Maurice de Hond werd samengesteld.

Na het vonnis van de civiele rechtbank (24-04-2007) waarin Maurice de Hond werd veroordeeld tot een extreem hoge schadevergoeding aan Michaël en Meike, plus een dwangsom wanneer hij zich nogmaals zou uitlaten over dit paar, heeft Maurice de Hond alles wat betrekking had op de “klusjesman” en zijn vriendin van de website verwijderd. Ook andere publicaties zijn nu verdwenen. Maar Maurice de Hond heeft tevens aan mr. Bijlsma verzocht om strafrechtelijke vervolging. En wie kaatst, kan de bal verwachten! Het OM reageerde echter niet met een kaatsbal. Een taakstraf van 240 uur of 120 dagen hechtenis, dat is met kanonnen op konijnen schieten!

In een radio-interview met Simek heeft Maurice de Hond deze zomer zijn beweegredenen uiteengezet, zonder te spreken over de rol van Michaël en Meike. Dit stukje geestelijke acrobatiek is het beluisteren waard! Men probeert Maurice de Hond de mond te snoeren, maar een strafzaak is openbaar. Maurice heeft deze smaadzaak dan ook aangegrepen om zijn standpunt nogmaals te verduidelijken in een prachtig pleidooi. Aan wie het nog niet heeft gelezen, kan ik het warm aanbevelen. En het is beslist verplichte kost, voor wie wil doorzien wat er mis is met het betoog van mr. Bijlsma.

In zijn requisitoir beriep mr. Bijlsma zich op de jurisprudentie omtrent art. 261 lid 3 over de rechtvaardigingsgronden in geval van smaad. Zijn redenering gaat als volgt:

6.4. Van handelen in het algemeen belang is immers slechts sprake wanneer de inhoud en aard van de beschuldiging proportioneel is. De Hoge Raad heeft, in de situatie dat de dader door de publicatie indirect een proces op gang heeft willen brengen, waardoor andere feiten aan het licht zouden komen, deze indirecte weg afgewezen. Daarenboven heeft de Hoge Raad geoordeeld dat het openbaar belang niet kan worden gediend door een beschuldiging in zeer heftige bewoordingen en art. 261 lid 3 Sr ook niet van toepassing werd geacht op insinuerende, kleinerende en grievende uitlatingen.
6.5. Ter illustratie:
In een oude zaak welke diende voor de Hoge Raad betrof het een poging van mr. Troelstra om tot herziening te komen in de zaak waarin de gebroeders Hogerhuis naar het oordeel van Troelstra ten onrechte waren veroordeeld. De officier van justitie had zijn besluit, waarin hij weigerde een vervolging tegen de hoofdgetuige in die zaak op grond van meineed in te stellen, gegeven bij een gepubliceerde en gemotiveerde ‘beschikking’. Troelstra betichtte de officier daarna van onwaarheid met het doel om in een daarna te verwachten strafproces binnen het kader van een verweer ex art. 261 lid 3 Sr getuigenverklaringen betrekking hebbende op de zaak van de gebroeders Hogerhuis (die dan onder ede zouden moeten verklaren, dat deze personen – kort samengevat – onschuldig zouden zijn) te verkrijgen.
Het vonnis in de smaadzaak tegen Troelstra zou dan in tegenspraak zijn met de veroordeling van de gebroeders Hogerhuis. Vervolgens zou op grond van de toenmalige herzieningsbepaling (art. 375 Sv (oud)) revisie van deze laatste zaak mogelijk worden. Het Hof en ook daarna de Hoge Raad meenden echter, dat art. 261 lid 3 Sr niet voor een dergelijk doel geschreven was. De Hoge Raad overwoog, dat er een onmiddellijk verband moest bestaan tussen het telastegelegde feit en de ernstig gemeende noodzakelijkheid bij de schrijver of spreker om die feiten openlijk bekend te maken. Gelet op de ouderdom van dit voorbeeld mag duidelijk zijn dat casus rond art. 261 lid 3 Sr niet ruim voorhanden zijn.

Dat het hier een zaak betreft van rond 1900, is niet de essentie. Dat de gebroeders Hogerhuis tot op heden in brede kringen voor onschuldig worden gehouden, is wel van belang. De zaak Hogerhuis staat namelijk bekend als de Nederlandse Dreyfus-affaire! Wie het pleidooi van Maurice de Hond heeft gelezen, begrijpt de ironie…

Op pagina 7, onder 8.3 stond nog dit:

Tenslotte oordeelde de civiele rechter dat indien er aanwijzingen bestaan dat een andere persoon dan degene die onherroepelijk is veroordeeld, als dader moet worden aangemerkt, deze aanwijzingen ter kennis van de politie of het openbaar ministerie dienen te worden gebracht.

Kom, kom, meester Bijlsma! In de Deventer moordzaak gingen getuigen tevergeefs naar de politie. Als ze al werden gehoord, werd er niet naar hen geluisterd, het verslag werd vervalst en de getuige geïntimideerd. Laten we daarom ten overvloede nogmaals luisteren naar deze getuige:

En nu maar hopen dat de rechtbank van Amsterdam begrijpt dat het de hoogste tijd wordt dat het OM de hand in eigen boezem steekt! Want men kan Maurice de Hond wel veroordelen, maar de Deventer moordzaak is daarmee niet opgelost.

Ceterum censeo Joris Demmink strafrechtelijk… wordt vervolgd.

Share and Enjoy:
  • NuJIJ
  • Twitter
  • Facebook
  • Hyves
  • RSS
  • email

Laat een reactie achter

Recente reacties