Archief
Artikelen

In Augustus 1995 verdwenen er twee Belgische tieners: An en Eefje. De ouders van An begonnen een zoektocht, maar een jaar later bleken de meisjes te zijn vermoord. In juni 1995 waren er twee andere meisjes verdwenen, Julie en Mélissa, beiden 8 jaar oud. Ook zij bleken vermoord. Deze verdwijningen werden opgelost in 1996, nadat Marc Dutroux was gearresteerd. In de kelder van zijn huis waren twee meisjes ontdekt: Sabine en Laetitia. Dutroux gaf toe dat hij de meisjes had verkracht.

In de zaak Dutroux werden vier medeplichtigen aangewezen, waaronder Michel Nihoul, die invloedrijke relaties had. Hoewel Dutroux zelf beweerde dat hij de meisjes aangeleverd kreeg, of op bestelling ontvoerde, bleek de Belgische politie niet echt geïnteresseerd in een eventueel netwerk van klanten. De Belgische kranten schreven vrijwel dagelijks over deze zaak en ook de koning van België bemoeide zich er mee, maar het pedofiele netwerk bleef ongemoeid. Het zou volgens politie en justitie niet bestaan!

Eind september 1996 werd de doortastende onderzoeks-rechter Jean-Marc Connerotte om een onzinnige reden van het onderzoek gehaald. Op 20 oktober 1996 betoogden er in Brussel 300.000 mensen tegen deze maatregel, in de zogenaamde Witte Mars. Toen het proces tegen Dutroux op 1 maart 2004 eindelijk begon, stroomden de journalisten uit heel de wereld toe. Na afloop spraken veel mensen van een doofpot-affaire. Marc Dutroux werd afgeschilderd als een eenzame gek en het zogenaamde dossier-bis werd gesloten. Wat er allemaal in die doofpot zou kunnen zitten, staat op Kleintje Muurkrant, die van allerlei onverkwikkelijke zaken een vrolijk dossier bijhoudt. Nihoul werd uiteindelijk vrijgesproken van betrokkenheid bij de ontvoeringen en alleen veroordeeld voor de drugsfeiten en bendevorming. Hij kreeg vijf jaar gevangenisstraf, maar in het voorjaar van 2006 kwam hij vervroegd vrij. Zoals ik al zei: Nihoul beschikte over goede relaties.

Belgische toestanden? Welnee! Ook in Nederland verdwenen er kinderen. Het ging daarbij vaak om AMA’s, alleenstaande minderjarige asielzoekers, die met onbekende bestemming vertrokken. Men kon slechts vermoeden hoeveel van hen terechtkwamen in de prostitutie. Joris Demmink was van 1993 tot 2002 directeur-generaal van Vreemdelingenzaken en daarom als topambtenaar verantwoordelijk voor deze gang van zaken.

In augustus 1996 werd in Stockholm een internationaal congres gehouden over seksueel misbruik van kinderen. In september 1996 boog de Europese Unie zich over het probleem. Terre des Hommes Nederland was intussen een campagne begonnen ter bestrijding van kinderprostitutie en kwam in 1999 met een rapport (pdf) met aanbevelingen.

Minister Sorgdrager beloofde intussen beterschap op beterschap: Justitie zal actief gaan speuren naar kinderporno op Internet. Er moet een internationale databank komen voor kinderporno. De leeftijdsgrens voor seks met kinderen moet weer omhoog. Talloze andere wettelijke maatregelen zijn in voorbereiding, waaronder opheffing van het bordeelverbod. Ook moet er samenwerking komen tussen de EU en de VS bij het opsporen van vermiste kinderen. En Justitie doet een onderzoek naar de politiële zedenzorg.

Maar zo heel veel is er niet verbeterd. Zo leidde bij voorbeeld de opheffing van het bordeelverbod tot een toename van illegale prostitutie, zoals ook blijkt uit dit WODC-rapport (pdf). Wie het probleem nog niet helemaal overziet, leze deze open brief (pdf) uit 2001 over seksueel misbruik van duizenden kinderen in Nederland.

Ceterum censeo Joris Demmink strafrechtelijk… wordt vervolgd.

Share and Enjoy:
  • NuJIJ
  • Twitter
  • Facebook
  • Hyves
  • RSS
  • email

6 Reacties op “Verdwenen meisjes en jongens!”

  • Dick:

    ONDERZOEK NAAR ONTUCHT TOPAMBTENAREN GESABOTEERD’
    – zie ook achtergrond —
    (Door Dylan de Gruijl en Jan Salden)

    DEN HAAG (GPD) – Een justitieel onderzoek naar de betrokkenheid van topambtenaren bij seksueel misbruik van minderjarige jongens is eind jaren negentig vermoedelijk op hoog niveau gesaboteerd. Politie en justitie hadden destijds serieuze verdenkingen tegen enkele prominente figuren, maar kregen niet de kans de ontucht diepgaand te onderzoeken. Toen het Openbaar Ministerie (OM) besloot over te gaan tot het afluisteren van telefoons, verbraken de verdachten plotseling elk contact met elkaar.
    Dat zeggen bronnen die destijds nauw betrokken waren bij het gerechtelijk vooronderzoek. In de groep ontuchtplegers die politie en justitie op de korrel had, bevonden zich volgens hen onder meer een toenmalig hoofdofficier van justitie, een topambtenaar van het ministerie van Justitie en een oud-hoogleraar geschiedenis uit Amsterdam, die inmiddels gepensioneerd is. De affaire zou alleen gevolgen hebben gehad voor de hoofdofficier. Hij zou worden benoemd tot procureur-generaal bij het OM. Maar toen zijn telefoonnummer opdook in de ontuchtzaak, kreeg hij een minder geprofileerde functie bij een internationaal gerechtshof. Volgens het OM heeft zijn vertrek niets te maken met het ontuchtonderzoek.
    Tegen de topambtenaar, wiens naam is genoemd door een informant, loopt inmiddels weer een ontuchtonderzoek door de rijksrecherche. Aanleiding is een aangifte wegens seks met minderjarige jongens. De beschuldiging komt van een Koerd die in
    Nederland gevangen zit. Hij zegt dat de topambtenaar in het buitenland heeft deelgenomen aan seksfeesten met jongens. Het ministerie van Justitie meldt dat de veiligheidsdienst AIVD een uitvoerig onderzoek heeft gedaan naar de ambtenaar. Daaruit zijn geen strafbare feiten voren gekomen.
    Het gerechtelijk vooronderzoek dat de Amsterdamse politie en justitie in 1997 uitvoerden, was gericht tegen een netwerk van minderjarige jongensprostituees en ronselaars. Daarbij kwamen onverwacht de namen van topambtenaren in beeld. Tot op dat moment registreerde de politie alleen telefoonnummers. Zo werd duidelijk wie met wie contact had. Toen de top van het openbaar Ministerie toestemming gaf om gesprekken ook af te tappen, werd het contact in de groep van de ene op de andere dag verbroken. Het tactisch onderzoek, waar ook de rijksrecherche bij was gehaald, werd daarna wegens gebrek aan bewijs
    geseponeerd.
    Bronnen die nauw betrokken waren bij het onderzoek zijn ervan overtuigd dat er is gesaboteerd. Zij vermoeden dat vanuit justitie informatie is gelekt naar de verdachten. De twee ronselaars, die aanvankelijk doelwit waren van het onderzoek, zijn in
    1999 alsnog veroordeeld tot celstraffen van respectievelijk drie jaar en vijftien maanden.

    131734 jun 07
    ——————————————-
    DE VERDACHTE BEËINDIGING VAN HET ROLODEX-ONDERZOEK
    — zie ook nieuwsbericht —

    De Amsterdamse politie onderzocht eind jaren negentig de betrokkenheid van topambtenaren bij het seksueel misbruik van minderjarige jongens. Maar het onderzoek met de codenaam ‘Rolodex’ strandde onder verdachte omstandigheden. ‘Vanaf de dag dat we begonnen met aftappen bleef het stil’.
    (Door Dylan de Gruijl en Jan Salden)

    DEN HAAG (GPD) – Het is een ideaal jachtterrein voor pooiers, zoals Karel van M. en Willie S. In en rond het Centraal Station in Amsterdam wemelt het er eind jaren negentig van: jonge jongens uit Oost-Europa of van Marokkaanse afkomst. Sommigen zijn nog geen zestien jaar, velen zijn weggelopen van huis, verslaafd aan drugs en voortdurend op zoek naar manieren om aan geld te komen. Desnoods met seks.
    Ook de Amsterdamse politie was op de hoogte van de ronselactiviteiten door pooiers rond het station. Maar het onderzoek waarmee rechercheurs van de jeugd- en zedenpolitie in 1998 begonnen, onderscheidde zich van alle andere onderzoeken.
    Amsterdamse zedenrechercheurs stuitten tijdens hun speurwerk naar de handel en wandel van Karel van M. en zijn Duitse handlanger Willie S. op een omvangrijk netwerk. Volgens bronnen die destijds nauw bij het onderzoek betrokken waren, bestond dat uit drie groepen: de ronselaars die voor de jongens zorgden, een paar mensen die hun huis ter beschikking stelden voor het seksueel misbruik en de klanten die zich aan de jongens vergrepen.
    Binnen die laatste groep dook een aantal opvallende namen op. Namen van vooraanstaande lieden, onder wie een hoofdofficier van justitie, een hoogleraar, een aantal burgemeesters en een topambtenaar van het ministerie van Justitie.
    Volgens informatie van de Amsterdamse politie beschikten leden van het netwerk over een zogeheten rolodex, waarin het complete klantenbestand was opgenomen. Maar een dergelijke kaartenbak is nooit aangetroffen.
    Desondanks kreeg de politie het netwerk steeds scherper in beeld, mede doordat één van de jongensprostituees rechercheurs van informatie voorzag. Uit het telefoonverkeer bleek bovendien dat leden van de drie groepen voortdurend met elkaar in contact stonden. Daarbij viel op dat de ronselaars slechts zaken deden met de mensen die hun huizen ter beschikking stelden en die laatsten op hun beurt weer met de ‘afnemers’. De inhoud van de gesprekken was op dat moment nog onduidelijk.
    Het Amsterdamse Openbaar Ministerie (OM) zag echter voldoende aanleiding voor een tactisch onderzoek door de jeugd- en zedenpolitie. Zo werd het mogelijk om ook de telefoongesprekken zelf af te luisteren. Het Amsterdamse parket kreeg direct toestemming van het College van Procureurs-Generaal, de top van het OM.
    Maar vervolgens gebeurde er volgens de betrokkenen bij het onderzoek iets vreemds. ,,Vanaf de dag dat we begonnen met tappen bleef het stil”, zegt één van hen. De leden van het netwerk die tot voor kort nog veelvuldig met elkaar telefoneerden, blijken plotseling al hun onderling contact te hebben verbroken. ,,Er is geen enkel gesprek meer vastgesteld.”
    Zeker weten doen ze het niet, maar betrokkenen vermoeden nu dat de boel is ‘verlinkt’, mogelijk zelfs vanuit het College van Procureurs-Generaal. ,,Natuurlijk kan het ook onbewust zijn gebeurd, maar daar geloof ik niet in”, zegt een betrokkene. ,,Je ziet wel eens dat telefoonverkeer langzaam wegsterft als verdachten worden getipt dat ze worden afgeluisterd. Maar dit was een hele abrupte overgang, van frequent telefonisch contact, naar helemaal niets.”
    Een extra aanwijzing dat het onderzoek is gesaboteerd krijgen rechercheurs als ze niet veel later in een woning van één van de verdachten huiszoeking doen. Die meldt de aanwezige politiemensen doodleuk te weten waarvoor ze zijn gekomen: ‘Ik
    weet wat u zoekt, maar het is hier niet meer.’
    De zaak bloedt dood, ook al worden Karel van M. en Willie S. in 1999 voor hun ronselpraktijken wel nog tot celstraffen veroordeeld. Maar dat is voor de betrokken rechercheurs slechts een doekje voor het bloeden, weet een ingewijde. ,,Velen van hen zijn nog steeds zwaar gefrustreerd.”

    131751 juni ’07

  • Beste Dick, dank je wel. De bron van je stukje is: PZC 14 juni 2007.
    http://www.pzc.nl/internationaal/binnenland/article1524552.ece

  • […] van het Journaal. In maart dat jaar deden we een onderzoek naar de vraag of de Belgische affaire Marc Dutroux vertakkingen had in Nederland. Het was de tijd dat de Zandvoortse kinderpornozaak weer was […]

  • […] monster in het moeras verdween, werd op internet het deksel gelicht van een Belgische beerput: de zaak Dutroux. Weliswaar zijn de ratten nu nog verblind door het licht, maar ze zijn voor iedereen […]

  • […] heeft wel eens gehoord van de zaak Dutroux. In augustus […]

  • […] heeft wel eens gehoord van de zaak Dutroux. In augustus […]

Recente reacties