
Frontline is een programma van PBS, een Amerikaans televisiestation. Hun documentaire Black Money gaat over de manier waarop internationaal zaken wordt gedaan door middel van steekpenningen. Zelf kennen we de Lockheed affaire, waarin prins Bernhard van Lockheed 1,1 miljoen dollar ontving en in ruil de Nederlandse regering manipuleerde om straaljagers van Lockheed te kopen. In deze vorm van omkoping gaan miljarden aan zwartgeld om.
In de VS is het omkopen van regeringsfunctionarissen strafbaar. De laatste jaren heeft de regering van de VS bijna anderhalf miljard dollar aan boete ontvangen in internationale omkopingszaken. In Black Money onderzoekt de journalist Lowell Bergman deze duistere kant van het internationale zakenleven. Multinationals besteden miljoenen aan geheime betalingen om miljardenorders binnen te halen.
Deze zwart geld bedragen hoeven niet te worden verantwoord, op papier bestaan ze immers niet. Dat betekent dat ze kunnen worden besteed aan luxe, dure hoeren, cadeautjes voor vriendinnen of wat dan ook. De Britse journalist David Leigh zegt: “You get pots of black money that nobody sees, nobody has to account for, … you can do anything you like with. Mostly what happens with black money is people steal it because they can.”
Leigh heeft voor de Engelse krant The Guardian een onderzoek gedaan en daarbij een van de grootste en meest ingewikkelde omkopingsschandalen blootgelegd: een grote Britse vliegtuigbouwer die de koninklijke familie van Saoedi-Arabië steekpenningen betaalde om te komen tot een wapenleverantie ter waarde van 80 miljard dollar. Deze internationale wapendeal stond bekend als Al Yamamah, Arabisch voor “De Duif”. Leigh zegt: “If there was one person who was the main man behind this arms deal, it turned out it was the U.S. ambassador, Prince Bandar bin Sultan.”
Het begon in 1985, toen de charismatische Prins Bandar nieuwe straaljagers moest kopen voor de Saoedi-Arabische Luchtmacht. De Israëlische lobby in het Congres stond echter in de weg aan een wapendeal tussen de VS en Saoedi-Arabië. Daarop stuurde president Ronald Reagan prins Bandar naar de Britten. De prins benaderde daar een gewillige Margaret Thatcher en zij sloten een overeenkomst tussen het Verenigd Koninkrijk, de wapenfabrikant BAE Systems en de Saoedi-Arabische Luchtmacht.
Geruchten deden de ronde dat er miljarden aan steekpenningen waren betaald om de overeenkomst veilig te stellen, maar de Britse ambtenaren ontkenden dat. Onder druk van een groeiende internationale anti-corruptie-beweging had Groot-Brittannië een verdrag ondertekend voor het tegengaan van corruptie. Daarna kwam er een klokkenluider met documenten en kennis van corrupte betalingen: Peter Gardiner, die een luxe reisbureau in Londen had. Hij legde de details bloot van de diensten aan de Saoedi-Arabische Prins Turki en zijn familie. Het ging om miljoenen aan luxe en extravagantie. Turki was als hoge militair verantwoordelijk voor de aankoop van wapens.
Gardiner vertelde dit eerst aan Leigh van The Guardian, vervolgens aan het Britse instituut dat fraude onderzoekt, het Serious Fraud Office, dat een onderzoek begon. Er kwam bewijs boven water van gigantische stortingen uit de Al Yamamah fondsen op bankrekeningen van Prins Bandar in Washington. Naarmate het onderzoek vorderde, kwam de regering Blair onder steeds grotere druk te staan van de Saoediërs. Bandar ging persoonlijk naar Downing Street 10 en dreigde om de samenwerking met de Britten in de strijd tegen terreur te beëindigen als het onderzoek naar Al Yamamah niet werd stopgezet. Dit leidde er uiteindelijk toe dat het Engelse onderzoek werd gesloten.
Niet lang daarna begon het Ministerie van Justitie in de V.S. echter met een eigen onderzoek naar het wereldwijde netwerk van verdachte betalingen door BAE Systems. Ook het Pentagon is een belangrijke klant van deze internationale wapenfabrikant en het aantal werknemers van BEA in de VS bedraagt bijna 40.000. Men vroeg zich af hoe dit moest aflopen…
Op het moment dat de documentaire Black Money werd uitgezonden, was dit onderzoek nog niet afgerond. Op 5 februari van dit jaar werd echter bekend dat BEA 450 miljoen dollar boete moet betalen om de zaak te schikken. Meer informatie over dit omkoopschandaal en andere corruptiezaken staat hier op de website van Frontline.
Black Money duurt 55 minuten.
.
In de bovenstaande documentaire komt ook even de speelfilm Syriana aan de orde, omdat deze vrij waarheidsgetrouw zou zijn. Syriana is een speelfilm uit 2005 over een intrige rond de mondiale olie-industrie. Een recensie kan ik er niet van geven, want ik heb hem nog niet gezien. Misschien dat het er vanavond van komt…
Syriana duurt 2 uur en 8 minuten.






Vandaag op Kleintje Muurkrant: